nieuws

Tijd van voorgekauwd bestek voorbij

bouwbreed

Publieke opdrachtgevers kiezen steeds vaker voor innovatieve contracten. Rijkswaterstaat loopt als vaandeldrager voorop, gemeenten volgen gestaag, provincies en waterschappen zijn terughoudender. Vier ingenieursbureaus over hun ervaringen.

De tijd van het voorgekauwde bestek lijkt voorbij. Opdrachtgevers zien de waarde van innovatieve contracten, waarbij de markt ‘veel’ speelruimte krijgt, meer en meer in. Weg met de alles bepalende prijs. Kwaliteit als doorslaggevende factor is het credo.
“De markt vindt het prachtig. Groot en klein ontdekt dat er veel winst valt te behalen met slimme mensen en een andere aanpak. Aannemers schaffen ‘whiteboards’ aan en stellen met hun uitvoerders plannen van aanpak op, alvorens ze nadenken over de prijs”, meent Iep Soet adviseur bij Oranjewoud. Volgens hem leveren goede innovatieve contracten pure winst op. Op technieken, op materialen en op harde centen. “Twintig procent goedkoper? Dat is een legitieme aanname, hoewel vergelijken lastig is.”

Noodzaak

Ook opdrachtgevers laten zich grijpen door continu veranderende inzichten. Soet ervaart die beweging tijdens de trainingen die hij verzorgt. ‘Wanneer moeten we innovatief aanbesteden, en hoe?’ In de afgelopen drie jaar nam hij 1500 cursussen af. “Booming Business? Absoluut. Maar, er heerst ook een gezonde terughoudendheid.”
‘We doen het al jaren zo’ is een belangrijke reden om vast te houden aan het vertrouwde bestek. Onervarenheid een tweede. “Veel cursisten kunnen amper één innovatieve contractvorm opnoemen.” Opdrachtgevers die de stap wel durven nemen, streven volgens hem naar een beter product. Ze willen goedkoper uit zijn, of ze willen minder eigen mensen inzetten tijdens de voorbereiding en gedurende een project. Vooral dat laatste weegt zwaar voor kleinere organisaties met een hoog verloop. “Voor hen is de noodzaak hoger.”

Hype

Soet voorspelt dat de markt van geïntegreerde-, pps- en prestatiecontracten (nu ongeveer een vijfde van het totaal) binnen afzienbare tijde een enorme boost krijgt. “Over twee gaat het helemaal los. De grote piek verwacht ik over 4 tot 10 jaar, hoewel dat verschilt per type opdrachtgever.”
Gemeenten besteden volgens Soet ongeveer een op de vier projecten innovatief aan, terwijl waterschappen en provincies dat in tien tot vijftien procent van de gevallen doen. Pieter Overtoom adviseur inkoop contractmanagement bij Grontmij constateert ook verschillen per provincie. “Noord-Holland en Friesland lopen voorop. Ook per gemeente verschilt het sterk.” DHV directeur advies en techniek Rudolf Mulder ervaart geen aanbestedingsverschillen. “Maar, het is wel zo dat de eerste grote innovatieve rijkswegprojecten, de N31 en de A59 buiten de Randstad plaats hadden.”

Rijkswaterstaat

DHV begeleidt diverse projecten van Rijkswaterstaat. De dienst heeft sinds een aantal jaar het beleid om alle projecten innovatief in de markt te zetten. Volgens Soet een briljante zet, omdat Rijkswaterstaat daarmee een daad stelt. Volgens Overtoom van Grontmij die benadrukt dat vooraf niet alles te voorzien valt, levert het dikke contracten op, die soms lastig om door te komen zijn.
Mulder van DHV erkent dat contracten van Rijkswaterstaat vaak dichtgetimmerd zijn. “Als het gaat om innovatieve contracten is Rijkswaterstaat in de lead, alleen is het implementeren van dit soort contracten gewoon moeilijk. Rijkswaterstaat loopt tegen maatschappelijke randvoorwaarden aan, waardoor er weinig vrijheden overblijven.”
Mulder doelt op planologische procedures, waarvan de uitkomst onvoorspelbaar is. Toch vinden er verschuivingen plaatst. “Rijkswaterstaat bevindt zich momenteel in een nog niet uitgekristalliseerde zoektocht.” Actueel is het vervlechten van contracten en het functioneel toetsen van processen en het eindproduct. Onderzocht wordt hoe een aanbesteding eerder in de markt kan worden gezet. “Bijvoorbeeld vóór een Tracébesluit of zelfs vóór het Ontwerptracébesluit.” Met de op concurrentie gerichte dialoog heeft Rijkswaterstaat sinds enkele jaren de mogelijkheid om plannen gedurende het aanbestedingstraject één op één af te stemmen metwt voor een hype. “Verschillende opdrachtgevers zien geïntegreerde contracten nog steeds onterecht als een walhalla, waarbij de markt alles oplost. Of te wel. Het bekende A4-tje dat over de schutting wordt gegooid.” Remmerts merkt op dat die fout vooral tussen eind jaren negentig en 2004 werd gemaakt. “In die contracten werd werkelijk alles aan de aannemer overgelaten.” Remmerts benadrukt dat opdrachtgevers de voor- en nadelen goed tegen elkaar moeten afwegen. “Het grootste misverstand is dat opdrachtgevers met een geïntegreerd contract achterover kunnen leunen.” Overtoom tekent aan dat innovatief aanbesteden nog te veel van bovenaf wordt opgedrongen. “Opdrachtgevers willen de markt erbij betrekken, zonder dat ze voldoende onderbouwen welke bedoelingen ze daar mee hebben. Daar sluipt een gevaar in.” Vooral het beoordelen van kwaliteit blijkt een terugkerend vraagstuk.
“Over de laagste prijs valt niet te twisten, maar vindt maar eens objectieve criteria die de kwaliteitswaarde bepalen. Transparantie is vereist.” Overtoom vindt bovendien dat opdrachtgevers minder zuinig met de aannemende partijen. “Bij de Tweede Coentunnel gebeurt dat bijvoorbeeld met drie partijen.”

Uitgestorven

Los van de discussie zijn alle deskundigen het er over eens dat innovatieve contractvorming in een ontwikkelingsfase zit. Henberto Remmerts productmanager van ingenieursbureau Tauw waarschuwt voor een hype. “Verschillende opdrachtgevers zien geïntegreerde contracten nog steeds onterecht als een walhalla, waarbij de markt alles oplost. Of te wel. Het bekende A4-tje dat over de schutting wordt gegooid.”
Remmerts merkt op dat die fout vooral tussen eind jaren negentig en 2004 werd gemaakt. “In die contracten werd werkelijk alles aan de aannemer overgelaten.” Remmerts benadrukt dat opdrachtgevers de voor- en nadelen goed tegen elkaar moeten afwegen. “Het grootste misverstand is dat opdrachtgevers met een geïntegreerd contract achterover kunnen leunen.” Overtoom tekent aan dat innovatief aanbesteden nog te veel van bovenaf wordt opgedrongen. “Opdrachtgevers willen de markt erbij betrekken, zonder dat ze voldoende onderbouwen welke bedoelingen ze daar mee hebben. Daar sluipt een gevaar in.” Vooral het beoordelen van kwaliteit blijkt een terugkerend vraagstuk.
“Over de laagste prijs valt niet te twisten, maar vindt maar eens objectieve criteria die de kwaliteitswaarde bepalen. Transparantie is vereist.” Overtoom vindt bovendien dat opdrachtgevers minder zuinig met hun ontwerpvergoedingen moeten omgaan. Rijkswaterstaat kondigde onlangs af dat het laatste RAW-contract van zijn zijde in 2009 afloopt. Daarmee is volgens Soet niet gezegd dat het tradionele contract definitief uitstervende is. “Bij enorme risico’s heeft innovatief aanbesteden geen zin.” Overtoom heeft ook nog een afsluitende boodschap voor opdrachtgevers. “Ga pragmatisch te werk en schuw traditioneel niet.”

De eerste grote innovatieve rijkswegprojecten, de N31 en de A59 (hier op archieffoto) vonden plaats buiten de Randstad.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels