nieuws

Oude textielregio beleeft wederopstanding

bouwbreed

De grote regio van Lille heeft veel gemeen met Limburg, ontdekken de Limburgers. Beide gebieden kampten met massawerkloosheid en algehele malaise door de teloorgang van de belangrijkste economische pijlers; de mijnbouw en de textielindustrie.

Maar de Franse excursiebestemming beleeft een glorieuze wederopstanding. Spannende voorbeelden van gebiedsontwikkeling zijn daarvan oorzaak en gevolg tegelijk. Er komt een dynamiek op gang die zichzelf versterkt. De regio vormt al jaren een magneet voor bedrijven en het culturele leven bloeide op.
Drie bussen zijn er gehuurd om alle bestuurders en ambtenaren te vervoeren die hier hun licht willen komen opsteken. Een dergelijk uitstapje blijkt ook heel goed voor het onderling contact en het begin van een effectievere samenwerking. Dat geldt zeker in Limburg, waar persoonlijke verhoudingen een belangrijke rol spelen voor het resultaat.
De Communauté Urbaine, zoals het samenwerkingsverband in de regio van Lille heet, heeft grote bevoegdheden en staat borg voor een slagvaardig beleid. Er zijn regionale ‘poles d’excellence aangewezen; waar de kenniseconomie bloeit. In publiek-private samenwerking komen projecten daar rap van de grond.

Knooppunt

L ille sleepte ook een belangrijke positie in de wacht als knooppunt van hogesnelheidsspoorlijnen. Voor stedelijk en regionaal vervoer en openbaar vervoer heeft het zich een onbemande metro aangemeten. Dit opmerkelijke fenomeen biedt hoogfrequent en snel vervoer voor korte en middellange – interlokale – trajecten.
Bloei ontstaat zoals bekend niet bij brood alleen. In Lille wordt druk gestudeerd en er zijn veel culturele activiteiten. Veel leegstaande oude complexen, fabrieken maar ook scholen, zwembaden of ziekenhuizen, krijgen een culturele bestemming of bieden onderdak aan bedrijven die de sfeer of de lage huur waarderen. Het zorgt bij elkaar voor een klimaat dat bewoners en bedrijvigheid aantrekt en vast houdt.
Een van de prominente poles d’excellence verrijst in recent nog volledig ongebruikt gebied bij het nieuwe hogesnelheidstreinstation. Het heet Euralille en moet als architectonisch experiment een radicale breuk forceren met het verleden. De Nederlandse architect Rem Koolhaas speelt een prominente rol in de vormgeving.
Veel hoogstandjes van moderne architectuur zijn er te zien met lichte glanzende of juist pikzwarte gevels. Er is een mix van (kantoor)bedrijvigheid en woningen; een monocultuur is het in elk geval niet. Een menging van functies moet de levendigheid bevorderen, ook na kantoortijd. Bewoners en kantoorwerkers kijken hier samen uit op een parkachtige buitenruimte. Sommige bomen hebben de jaren van grote omvang al bereikt. Ze zijn op hun bestaande stek in het plan ingepast en vormen het enige historische element. De komst van een tgv-knooppunt met het station Lille-Europe was het startpunt voor Euralille. Deze omgeving werd plots een gewilde vestigingslocatie voor bedrijven.

Historisch

Een overdekt winkelcentrum biedt hiervandaan een warme en droge verbinding met de historische binnenstad. De gebouwen in dit stadscentrum zijn flink opgeknapt, met vooral particulier geld. De huizenprijzen rijzen al de pan uit; nog zo’n teken van voorspoed.
Maar een groter contrast met Euralille valt moeilijk te bedenken. Lille toont hier het gezicht van het oude – Frans – Vlaanderen met zijn rijk geornamenteerde panden, van art deco tot middeleeuws barok.

Onteigening

I n een groter deel van de agglomeratie is de erfenis van de industriële revolutie beeldbepalend. Afgedankt industrieel vastgoed komt echter in gemeenschapshanden, als eerste stap in de herontwikkeling. Dat gebeurt door aankoop of onteigening. Het levert interessante gebiedsontwikkelingsprojecten op zoals l’Union, een intergemeentelijke exercitie van Tourcoing, Roubaix en Waterloo.
In een samenstel van fabrieksgebouwen, oude woningen en aanvullende nieuwbouw huist een eindje verder een nieuw outletcentrum. Andere fabrieken blijven meer in originele staat en bieden goedkoop huisvesting voor culturele activiteiten en andere creatieve initiatieven. Een vervallen arbeidersbuurt wordt in stijl opgeknapt.
Het 70 hectare grote projectgebied van l’Union wordt zoals te doen gebruikelijk aangepakt onder leid ing van de Communauté Urbaine. Ook hier wordt zo de kracht getoond van samenwerking, die door het regionale bestuur – heel Frans – van bovenaf vorm krijgt. Driessen verzekert dat in Limburg de verantwoordelijkheid vast en zeker moet liggen bij het hoogste bestuursorgaan: “De gemeente.”
grote foto;

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels