nieuws

Hartverwarmende architectuurprojecten

bouwbreed

Professor Nico Nelissen was jarenlang verbonden aan de Radboud Universiteit in Nijmegen en schreef in die periode ‘Oog voor Architectuur in Europa’ en ‘Strijd om Architectuur in Europa’. Ook zijn laatste, recent verschenen ‘Hart voor Architectuur in Europa’ beschrijft vijfentwintig architectuurprojecten uit Europa verspreid over de verschillende fasen van de cultuurgeschiedenis van ruim tweeduizend jaar. Omdat alle projecten door Nelissen in een breder theoretisch en maatschappelijk kader zijn geplaatst is het boek veel meer geworden dan een reisboek door de Europese architectuur.

Professor Nico Nelissen was jarenlang verbonden aan de Radboud Universiteit in Nijmegen en schreef in die periode ‘Oog voor Architectuur in Europa’ en ‘Strijd om Architectuur in Europa’. Ook zijn laatste, recent verschenen ‘Hart voor Architectuur in Europa’ beschrijft vijfentwintig architectuurprojecten uit Europa verspreid over de verschillende fasen van de cultuurgeschiedenis van ruim tweeduizend jaar. Omdat alle projecten door Nelissen in een breder theoretisch en maatschappelijk kader zijn geplaatst is het boek veel meer geworden dan een reisboek door de Europese architectuur.
Het is al vaker beweerd en bewezen, maar er is – ook in ons land – sprake van een toenemende verrommeling van stad en land. Het heeft er alle schijn dat architectuur een restpost is geworden. En het lijkt wel of niemand het echt veel kan schelen. Stedebouwkundige Adriaan Geuze benoemde deze ontwikkeling zelfs als ‘blur’. Ter gelegenheid van het onlangs gevierde 20-jarig bestaan van Akro Consult omschreef hij de Nederlandse situatie als “een grauwe ongedefinieerde en veelal anonieme koek waar uiteindelijk niemand wil zitten en niemand wil wonen”. En dat in omringende landen niet veel beter gaat is duidelijk. Ook daar is vaak niet helder wie voor wat verantwoordelijk is. Het ontbreekt vaak aan professioneel opdrachtgeverschap en inspirerende adviseurs.
Dat het ook anders kan en moet blijkt vooral uit die projecten waarbij opdrachtgever, architect en andere partijen met hart en ziel aan een opgave hebben gewerkt. Nelissen bestempelt ze in zijn boek als ‘hartverwarmend’. “De hoop voor de toekomst is dat de hartverwarmende projecten voldoende uitstraling hebben en inspiratie betekenen voor partijen die een stukje grond van Europa voor hun eigen doeleinden willen gebruiken, maar daarbij het publieke aspect van deze daad niet uit het oog verliezen”. Maar ja, wat is goede architectuur – zo die al bestaat – en wat is de houdbaarheidsdatum daarvan?
Nelissen geeft aan dat de oordeelsvorming vooral binnen de eigen beroepsgroep plaats heeft, hoewel huidige discussies zich steeds meer toespitsen op de vraag of architectuur primair een antwoord dient te zijn op wat de samenleving wil of dat wat gebouwd moet worden wat architecten mooi vinden.
Impliciet geeft Nelissen architecten een veeg uit de pan. Hij pleit in ieder geval voor veel meer hartstocht. “Hart hebben voor architectuur betekent volledige inzet om de opgave tot een goed einde te brengen. Dat houdt in visie, inspiratie, creativiteit, wilskracht, dooorzettingsvermogen, een luisterend oor, niet bang zijn voor commentaar en kritiek, argumenten op waarde weten te schatten en bereidheid tot communiceren”. In zijn analyse en becommentariëring gebruikt hij een octogoon, waarin alle acht componenten die een rol (zouden moeten) spelen bij architectuurprojecten zijn verwerkt in een schema.
Het gaat om de opdrachtgever, het programma van eisen, de site, de wet- en regelgeving, de techniek, de kosten, de ecologische factoren en de vormgeving en dat alles geplaatst binnen de maatschappelijke context.
De bewijsvoering heeft plaats aan de hand van de beschreven – en fraai geïllustreerde – voorbeelden. Van de ‘opgravingsarchitectuur’ in Pompeï tot het Woudagemaal bij Lemmer. En van het Jaarbeurscomplex in Leipzig tot Fifty TwoDegrees in Nijmegen. Dat laatste hoogbouwcomplex, dat gericht is op de creatie van ‘high-tech business, innovatie en leisure centre’ is weliswaar nog in een eerste fase, maar wordt beschouwd als een aantrekkelijke, nieuwe landmark voor Nijmegen.
“Het is een megaproject dat model staat voor een toekomstgerichte visie op de basisfuncties van het leven: gezondheid, voeding, kennis, technologie, communicatie, wonen, sport en vrije tijd”. Nelissen is kortom hartstochtelijk enthousiast over dit nieuwbouwcomplex in zijn eigen woonplaats. En dat mag.
Drs. Robbert Coops
Sociaal-geograaf en algemeen directeur van HVR,
Den Haag
robbert.coops@hvrgroep.nl

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels