nieuws

Britse overheden steeds sceptischer over pfi

bouwbreed

Britse aannemers en dienstverleners die met pfi- of andere contracten werken voor de overheid staan van twee kanten onder druk. De vereniging van lokale bestuurders beschuldigt de bedrijven van afzetterij, terwijl de kamercommissie voor de openbare rekening vindt dat ze ‘obscene’ winsten maken bij het herfinancieren van de eerste generatie pfi-overeenkomsten.

Britse gemeenten of regionale overheden besteden steeds meer werk uit, variërend van het onderhoud van alle straten of de openbare verlichting tot het ophalen van het huisvuil of het beheer van alle scholen. Veel van dergelijke opdrachten worden gegoten in de vorm van een pfi. Zo gaat Birmingham dit voorjaar het beheer en onderhoud van het hele plaatselijke wegennet voor 25 jaar uitbesteden in een pfi waarmee een bedrag is gemoeid van 3,3 miljard euro en laat de noordelijke gemeente Redcar alle 15.000 straatlantaarns over aan een consortium met de David Webster Group en ETDE, een dochter van het Franse Bouyues.
Volgens Lord Bruce-Lockhart, voorzitter van de Local Government Association LGA rekenen private bedrijven ‘de overheid echter vaak meer dan als ze hetzelfde werk zouden doen voor een ander bedrijf’. Dat komt vooral omdat er maar weinig concurrentie is. De laatste tijd komt het regelmatig voor dat er voor een groot pfi-contract maar één of twee inschrijvers zijn. Voor de megaklus in Birmingham bijvoorbeeld hebben zich twee – buitenlandse – partijen gemeld: het al weer Franse Vinci samen met Laing Investments en het tot het Spaanse Ferrovial behorende Amey.
Veel aannemers laten dergelijke opdrachten aan zich voorbijgaan omdat de contractkosten in de miljoenen lopen en de slaagkans maar klein is. Verder is ook het aantal vuilophaalbedrijven op de vingers van één hand te tellen terwijl cateringwerkzaamheden vaak terecht komen bij het grootste bedrijf ter wereld op dit gebied Compass.

Council tax

De LGA berekent dat de kosten van alle uitbestedingen in vijf jaar tijd zijn toegenomen van 15 naar 24 miljard euro. Bruce-Lockhart stelt daarbij dat de ‘hoge en onbeheersbare kosten van uitbesteding de voornaamste reden zijn voor het voortdurend stijgen van de plaatselijke belasting, de council tax’. Een gemiddeld Brits gezin betaalt nu maandelijks tussen de 120 en 180 euro aan deze belasting, waarbij overigens wel zaken als reinigings- of zuiveringsrechten en een toeslag voor de politie zijn inbegrepen. “Als we de kosten van de overheid willen terugdringen, dan moeten we ook proberen deze inflatie in de private sector onder controle te krijgen,” aldus de GLA-voorman.
Een ander soort kritiek op pfi-contracten komt van Ed Leigh, voorzitter van de Lagerhuiscommissie voor de openbare rekening en een verklaard kritikaster van deze vorm van uitbesteding. Leigh wijst voor de zoveelste keer met de beschuldigende vinger naar de aannemers die volgens hem ‘obscene winsten’ maken bij het herfinancieren van oudere overeenkomsten. Bij die eerste generatie was een hoge risicopremie ingebouwd, maar banken en andere financiers hebben nu zoveel ervaring met pfi dat ze bereid zijn de transacties met veel gunstiger voorwaarden opnieuw te financieren.
Dat leidt ertoe dat de toch al hoge marges soms verviervoudigen. Kamerlid Leigh eist van de betrokken bedrijven, waaronder Balfour Beatty, Jarvis en John Laing, dat ze die winsten openbaar maken. Doen ze dat niet, dan zal hij de directeuren voor een openbaar verhoor voor de commissie dagen. In het Britse parlement is al eerder felle kritiek geuit op de winsten die worden gemaakt bij het verkopen van pfi-belangen. Bedrijven als Jarvis en Carillion hebben hun belangen na voltooiing van een project afgestoten en daarbij vaak tientallen miljoenen winst kunnen incasseren.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels