nieuws

Berekeningen natuurorganisaties kloppen niet

bouwbreed

Gemeenten en provincies smijten met bedrijventerreinen, meldden onlangs verschillende kranten. En vooral in Zuid-Holland. Bovendien zou de nadruk teveel liggen op nieuwe bedrijventerreinen, in plaats van op het moderniseren/ herstructureren van bestaande terreinen. Asje van Dijk plaatst kanttekeningen bij de voorstelling van deze situatie. Zo moeten de natuurorganisaties veel beter leren rekenen.

In Zuid-Holland wilde het provinciebestuur in vier jaar tijd 500 hectare nieuw bedrijventerrein aanleggen en 500 hectare herstructureren. Nu, aan het eind van de collegeperiode, hebben we zelfs bijna 700 hectare bedrijventerrein geherstructureerd en terughoudendheid betracht bij nieuwe terreinen (300 hectare). In de praktijk ligt de nadruk daar dus al op.
Indachtig de adviezen van de VROM-raad willen we daarbij nieuwe bedrijventerreinen goedinpasssen in het landschap en afspraken maken over lange termijnbeheer. De basis van het sombere beeld zoals dat in diverse media naar voren kwam, vormde een persbericht van de Zuid-Hollandse Milieufederatie en de Stichting Natuur en Milieu, waarin stond dat met name in Zuid-Holland sprake zou zijn van ramingen voor bedrijventerreinen die de vraag vijftien keer overstijgen. Een dag later volgde een rectificatie: er was een rekenfout gemaakt door de externe partij die het onderzoek had uitgevoerd.
Bij nader inzien ging het om een acht- tot negenvoudige overschrijding. Afgaand op de Milieufederatie blijft de vraag: hoe komen al die planologen ertoe om acht keer teveel bedrijventerreinen te plannen in een provincie waar ruimte toch al zo schaars is?

Verschil

Hieronder een poging tot opheldering met de conclusie dat de Stichting Natuur en Milieu en de Milieufederatie beter moeten leren rekenen; zij komen op een totaal aanbod van 9.000 hectare bedrijventerrein in Zuid-Holland.
Volgens ons gaat het echter om 2.045 hectare. Hoe ontstaat dit verschil? De natuurorganisaties tellen appels en peren bij elkaar op. Als we bijvoorbeeld kijken naar het aanbod in de Zuidplaspolder (de driehoek Rotterdam-Zoetermeer-Gouda): volgens het Nederlands Instituut voor Ruimtelijke Ordening en Volkshuisvesting (Nirov) gaat het daar om 1.210 hectare bedrijventerrein. In werkelijkheid gaat het om 125-150 hectare. Het verschil zit hierin, dat de provincie de oppervlakte rekent die daadwerkelijk als bedrijventerrein nodig is. In het andere geval wordt het gehele zoekgebied meegerekend als uitgeefbaar bedrijventerrein. Voorts wordt de totale omvang van te herstructureren (ofwel: te vernieuwen) bedrijventerrein meegeteld als nieuw uit te geven. Dat zal echter in de praktijk maar voor een fractie gelden, namelijk daar waar ruimtewinst wordt geboekt. En locaties die nu al in gebruik zijn, worden door de Milieufederatie nog meegeteld als nieuw uit te geven terrein. Voorbeeld: Nieuwland te Alblasserdam, dat door het Nirov met 52 hectare op de kaart is gezet. Dit terrein is echter grotendeels al uitgegeven. Kortom: er klopt geen hout van de berekeningen van de natuurorganisaties.

Onmisbaar

Wat belangrijker is dan de berekeningen op zich, is de indruk die door enkele belangenorganisaties met enige regelmaat wordt gewekt als zouden overheden als sprinkhanen omgaan met ruimte, en bedrijventerreinen gebruikt en verouderd achterlaten om nieuwe velden te plunderen. Zo mogen we uiteraard niet met onze omgeving omgaan. Het kan ook niet, want de ruimte te schaars. Bovenal: we doen het ook niet.
Laten we verder niet vergeten dat een derde van de werkgelegenheid zich op bedrijventerreinen afspeelt. We kunnen er niet omheen dat goede, moderne en bereikbare bedrijventerreinen onmisbaar zijn voor een vitale en duurzame economie.
J.W. Asje van Dijk
Gedeputeerde ruimtelijke en economische ontwikkeling Provincie Zuid-Holland, Den Haag
dam.van.wieringen@pzh.nl

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels