nieuws

Dialoog goed middel tegen vergrijzing

bouwbreed Premium

Het ouder worden van werknemers is niet te voorkomen. Maar met een grijzer wordend personeelsbestand groeit ook de kans op uitval uit het arbeidsproces. Volgens Cees van Vliet moeten de werkgevers en werknemers regelmatig om de tafel zitten. De dialoog schept namelijk duidelijkheid over het werk, de scholingskansen en lichamelijke beperkingen.

Een goed gesprek over de arbeidsvoorwaarden en arbeidsomstandigheden doet doorgaans wonderen. Er komen aspecten van het werk boven tafel die hier anders wellicht juist ónder blijven.
Een gesprek is vooral interessant in het kader van de vergrijzing. Veel bedrijven nemen gerichte maatregelen in het kader van hun leeftijdbewust personeelsbeleid. De dialoog tussen de werkgever en werknemer is hierin bepalend.
Tijdens het gesprek kan het gaan over werkaspecten als de taken, de arbeidsomstandigheden en de dagelijkse leiding. Zo kan naar voren komen dat de oudere werknemer dermate last heeft van zijn rug, dat hij het werk te zwaar is gaan vinden. Vervolgens kunnen gerichte maatregelen worden getroffen, zoals de aanschaf van mechanische hulpmiddelen of het verlagen van het gewicht van de materialen.

Ongestructureerd

Het gesprek in het kader van de vergrijzing heeft ook een positieve insteek; de werkgever verneemt tevens wat wél goed gaat. Zo is de dialoog met de werknemer ook een evaluatie van de bedrijfsprocessen. En wie kan deze beter toelichten dan de ervaren rot in het bedrijf?
In veel bedrijven is het overleg tussen werkgever en werknemer ongestructureerd. De praktijk leert dat mensen hun mondje vaak wel klaar hebben, maar als het om de arbeidsomstandigheden of loopbaanplannen gaat, de kaken soms juist stijf op elkaar houden. In dat geval kunnen bepaalde zaken gaan broeien en dat is ongewenst. Binnenvetten kan immers frustreren. Op den duur kan dat zelfs leiden tot het vertrek van één of meer werknemers. Beginnende lichamelijke klachten kunnen leiden tot verzuim en arbeidsongeschiktheid.
Wanneer meer bedrijven jaarlijks of mogelijk vaker de dialoog met hun werknemers aangaan, betekent dat een flinke stap vooruit. Het zal resulteren in een groter aantal tevreden werknemers. Voorwaarde is wel dat een gesprek goed wordt voorbereid.

Vervolgacties

Werkgevers en werknemers doen er verstandig aan de gespreksonderwerpen vooraf op te schrijven. Nadien worden de belangrijkste conclusies en afspraken kort en bondig op papier gezet. Dat geschiedt in samenspraak, zodat beide partijen er achteraf op kunnen worden aangesproken. De werkgever dient vooral goed op de hoogte te zijn van de vele mogelijkheden die in de bedrijfstak voorhanden zijn.
Indien de mogelijkheid tot het volgen van een opleiding bestaat, dan moet deze worden aangereikt. Indien de mogelijkheid op begeleiding bij hoge werkdruk er is, dan moet de werkgever zijn werknemer daarvan op de hoogte stellen. En deze mogelijkheden zijn er, binnen de loopbaanprojecten en de werkdrukvoorziening voor UTA-personeel. Daarbij zijn andere vervolgacties mogelijk, wanneer bijvoorbeeld de lichamelijke belasting door de werknemer als te hoog wordt ervaren.
Het bedrijf zou het productieproces eens kritisch onder de loep kunnen houden. Kies daarbij niet het productieproces als uitgangspunt, maar het werkvermogen van de mens.

Verminderend

Ook kan worden gezorgd voor een taakverdeling die beter recht doet aan de lichamelijke vermogens van de werknemers. De arbodienst kan de werknemer hierbij begeleiden en deze doorverwijzen naar de voorzieningen in de bedrijfstak.
De arbodienst beschikt met de werkvermogen- en arbeidsongeschiktheidsindicator over instrumenten om duidelijk inzicht te geven in de belastbaarheid.
Vooral in de bouwnijverheid hebben veel oudere werknemers te maken met een verminderend werkvermogen. Door aanpassingen in het werk kunnen zij gezond aan de slag blijven. Ook een vervolggesprek met de mensen op de werkvloer, enige tijd ná het eerste gesprek, is erg belangrijk. Hierbij bespreekt de werkgever het resultaat van de maatregelen.
Als het goed is, staan de werknemers nog dagelijks op de werkvloer en kunt u er elk moment naar vragen.
Cees van Vliet
Algemeen directeur Arbouw,
Amsterdam
www.arbouw.nl

Reageer op dit artikel