nieuws

Begrotingsoverschot

bouwbreed Premium

Het Centraal Planbureau (CPB) voorziet voor dit jaar met 85000 een dalend aantal bouwvergunningen voor nieuwe woningen. En voor 2008 wordt een vergelijkbaar aantal verwacht.

Het Centraal Planbureau (CPB) voorziet voor dit jaar met 85000 een dalend aantal bouwvergunningen voor nieuwe woningen. En voor 2008 wordt een vergelijkbaar aantal verwacht.
Gelet op het ongebruikt blijven van een flink aantal vergunningen wordt dus niet gerekend op het verwezenlijken van de kabinetsdoelstelling om 80 tot 100000 woningen per jaar te bouwen.
In termen van investeringen in nieuwe woningen zal dit en volgend jaar nog een groei optreden van 3.75 en 2.5 procent. De daarmee samenhangende productie zal in beide jaren vrijwel identiek zijn. Na 2008 verwacht het CPB een daling, omdat dan het effect van het lagere aantal bouwvergunningen in de bouwproductie tot uitdrukking zal komen.
Voor de categorie herstel en verbouw van woningen wordt een positief beeld geschetst. Een behoorlijke groei wordt ook voorspeld voor de investeringen in bedrijfsgebouwen.
De bouwnijverheid levert dus een duidelijke bijdrage aan de groei van het bruto nationaal product. De relatieve positie van de bouwnijverheid in de nationale economie wordt daarmee geconsolideerd. Overigens gaat het hier om het deel van de bouwmarkt, waarop overheden niet of slechts beperkt als opdrachtgevers op de markt verschijnen. Voor de aanleg en verbetering van de infrastructuur is de overheid als opdrachtgever dominant. Grootse plannen in deze sfeer zijn niet aangekondigd.
De rooskleurige verwachtingen voor de komende jaren zijn gekoppeld aan een voorspoedige gang van zaken in de wereldeconomie. Dit laatste is niet gegarandeerd en op dit moment minder dan ooit als gevolg van de mankementen die het systeem van de kredietverlening in de USA vertoont. Totnogtoe is de doorwerking van de slechte leningen in Amerika op de rest van de wereld beperkt. Dat zou kunnen veranderen en kunnen leiden tot een lagere economische groei. Voor het vierde kabinet-Balkenende zou de rekensom die voor de komende vier jaar is gemaakt heel anders kunnen uitkomen. In plaats van een structureel begrotingsoverschot ontstaat dan een tekort en kunnen we de hogere salarissen voor leraren en allerlei andere mooie plannen wel vergeten.
Het beoogde begrotingsoverschot voor de komende jaren wordt door het kabinet noodzakelijk gevonden met het oog op de vergrijzing van de bevolking. Op zich is dit het doortrekken van het beleid van het vorige kabinet.
De oplossing van de fileproblematiek van vandaag verliest het daarbij van de veronderstelde onbetaalbaarheid van de AOW in de toekomst.
Ook de kosten van de zorg voor de toekomstige hoogbejaarde babyboomers scoort kennelijk hoger dan de bestedingsmogelijkheden op dit moment. Persoonlijk zie ik het verband tussen vrij ver in de toekomst gelegen (mogelijke) problemen en het ingrijpen in actuele ontwikkelingen niet zo. Het komt mij statisch over en wekt de indruk dat de toekomstige generaties minder vindingrijk zal zijn dan de huidige.
De bouwproductie kan als voorbeeld dienen voor een vergelijking tussen verleden en toekomst. De op zich lange (technische) levensduur van bouwproducten en in het bijzonder de invloed van de economische ontwikkeling op de werkelijke periode van gebruik is illustratief. De technische levensduur kan door onderhoud heel lang gerekt worden, er is sprake van een statisch proces. De economische levensduur heeft een veel dynamischer karakter en is doorgaans veel korter dan de (mogelijk) technische.
De neiging zal bestaan op zeker te spelen en te kiezen voor de statische beleidsvariant.
Er wordt weinig risico genomen en dus zijn de winstkansen gering. Inzetten op grotere kansen in de toekomst en dus op dynamiek heeft risico’s, maar kan ook leiden tot meer welvaart. Meer ruimte voor woningbouw en meer uitgaven voor wegeninfrastructuur in combinatie met fijnmazig openbaar vervoer zouden hiervoor de sleutels kunnen zijn. Dit eerder dan heffingen op het vermogen van corporaties en het zorgen voor een (toch als statisch te beschouwen) begrotingsoverschot.
Prof.drs. Adri Buur
Buur Consultancy,
Hoorn
a.buur@hccnet.nl

Reageer op dit artikel