nieuws

Ontwikkelingseuro voor bouwprojecten verdwijnt niet langer in werkeloze putten

bouwbreed Premium

Geldschieters van goede doelen accepteren niet langer dat ontwikkelingseuro’s verdwijnen in werkeloze waterputten of lekkende scholen van riet. Stichting Connect International stelt daarom een handboek op waarmee inwoners van hulpbehoevende dorpjes zelf duurzaam leren bouwen.

Terug van een levensbedreigende ervaring in Congo vroeg Tom de Veer – op dat moment werkzaam voor Artsen zonder grenzen – zich af waar hij mee bezig was. Als westerling verzorgde hij slachtoffers van burgeroorlogen die nota bene in stand werden gehouden door Westerse wapens. De Veer zag in dat ontwikkelingshulp alleen zinvol is als zij constructief is.
Vanuit dat oogpunt richtte hij de stichting Connect International op. De stichting werkt samen met lokale organisaties, richt zich op kwaliteit en helpt dorpen alleen als de inwoners een steentje bijdragen. Bouwplannen worden vormgegeven door het dorp, stamhoofden ondertekenen contracten en dorpelingen laten zich opleiden tot vakbekwame timmerlieden.
De Veer schets een beeld van de problematiek uit de jaren tachtig en negentig. “Te veel geld verdween in diepe putten. Projecten werden slecht opgeleverd. Te vaak werd gebruikt gemaakt van overzeese materialen, waardoor lokale bewoners schade aan waterputten of scholen niet konden repareren. Achteraf kregen de dorpen dan ten onrechte het verwijt dat ze niet zuinig omgingen met de verkregen spullen.”
De Veer constateert dat hulporganisaties professioneler zijn geworden. “De ontwikkelingssector heeft op zijn flikker gehad. Thema’s als duurzaamheid en kwaliteit zijn daardoor in stroomversnelling op de agenda gezet.”
Stichting Connect International opereert vooral in Tanzania, Zambia, Mozambique, Nicaragua en de Filipijnen. Europese ex-patriates begeleiden de partnerorganisaties van de stichting ter plaatse. Veldwerkers vertellen dorpsleiders dat ze een plan kunnen indienen voor de bouw van scholen, waterpompen of hulpposten als ze bereid zijn actief mee te werken. Het dorp met een goed plan ondergaat een analyse. Gedurende deze toetsing brengt een vereiste meerderheid van de bewoners het dorp in kaart. Nadat de belangrijkste problemen zijn aangeduid, wordt een projectplan opgesteld. Districtsoverheden geven de bouwvergunningen af.

Project

“Een gemiddeld project bestaat uit een schoolgebouw van vier klaslokalen, twee kantoren, twee lerarenhuizen, wc’s en een handpomp. De kosten hiervan bedragen ongeveer 40.000 euro. Bouwtijd? Drie tot zes maanden”, aldus De Veer. Elke dag bepaalt de dorpsleider wie van de bewoners op die dag mag werken. Over het algemeen wordt er hard gewerkt, maar soms ligt het werk stil als er weer een aidsslachtoffer te betreuren is; dan loopt het dorp uit naar de begrafenis.
Contractbreuk komt zelden voor. “Dat gebeurt als na driekwart van het project niemand meer komt opdagen. In dat geval bouwen wij het project af, maar dan hebben wij als stok achter de deur dat de mensen ons de eerstkomende tien jaar niet meer terug zien.”
De Veer noemt de bouwprojecten Smart Tecs. Slim, lokaal, duurzaam en vooral goedkoop. “Als een doorsnee bedrijf een waterleiding in een ontwikkelingsland aanlegt, lopen de kosten hoog op. Bedragen van 100 euro of meer per persoon zijn geen uitzondering. Onze methode kost 7 tot 25 euro per persoon voor waterleidingen en boorputten met handpompen.”
De stichting bespaart op arbeidskosten en werkmiddelen. Waterpompen worden gebouwd met autobanden en andere lokale materialen. Zoveel mogelijk worden grondstoffen uit de omgeving gebruikt, al moeten deze soms nog worden bewerkt. “Zo zien we vaak dat een heel dorp grote stenen tot kiezels slaat voor het maken van beton.” Van De Veer noemt gebrek aan water het grootste probleem.”Dan zijn het de vrouwen die kilometers maken met zware waterkannen op het hoofd.”

Duurzaam

Het verhaal van de idealist is goed dichtgetimmerd. Ondertussen duurt zijn missie voort. De komende vier jaar wil hij met zijn stichting een miljoen mensen helpen.
Onderdeel is informatie bijeen te krijgen voor trainingen en cursussen waarmee bijvoorbeeld lokale metselaars worden opgeleid en bewoners duurzaam én veilig leren bouwen. “Bouwen in ontwikkelingslanden vraagt om specifieke kennis. Bakstenen moeten met lokale technieken worden gebakken en waterputten met simpele handboortechnieken worden geboord.”
De Veer, die hoopt op nieuwe subsidies, erkent dat hij weinig aansluiting heeft met bouwbedrijven in Nederland. “Zij zouden zoveel voor ons kunnen betekenen. In financieel opzicht, maar ook op het gebied van kennis. Nee, geld verdienen kunnen ze aan ons niet, maar door ons te helpen kunnen ze de wereld wél vertellen dat ze maatschappelijk ondernemen. En misschien wel het belangrijkst, werknemers zullen trots zijn op hún bedrijf.”
Volgens De Veer vervullen de bouwprojecten van Connect International een belangrijke behoefte, omdat dorpen de projecten zelf uitkiezen en ze grotendeels ook zelf uitvoeren. Ook de psychologische waarde van een project is volgens hem onbetaalbaar. “Zelf meebouwen geeft de bewoner eigenwaarde en vertrouwen in een betere toekomst.”

Reageer op dit artikel