nieuws

Ingepakt stationsgebouw van Houten kan bijna op reis

bouwbreed Premium

Het verplaatsen van het monumentale stationsgebouw van Houten uit 1868 is nabij. De wanden zijn op funderingsniveau ingepakt met beton en aannemer Freyssinet legt de laatste hand aan het vijzelsysteem. Een unieke operatie.

‘Prorail Terrein. Bewijs van toezicht verplicht.’ Deze in zwart gedrukte woorden moeten het publiek op afstand houden. De bouwput tegenover de woonwijk is afgezet met hekken. Achter het station dendert een trein vlak langs vier bouwvakkers die onverstoorbaar één van de laatste voorspanstaven installeren. Na de cursus spoorveiligheid die ze van ProRail kregen, zijn ze zich bewust van alle risico’s. “Het is krap maar het kan”, laat Caspar Lugtmeier, manager techniek bij Freyssinet weten.
Tot nu toe verloopt de operatie die een aantal maanden geleden is begonnen, voorspoedig. Na het slopen van de vloeren en het vrijgraven van de zijkanten van het 30 meter lange en 600 ton zware stationsgebouw, werden de metselwerk wanden op funderingsniveau ingepakt met 200 ton beton. Het balkenrooster inclusief wapening en doorvoeren is 600 tot 1200 millimeter hoog en geldt als vijzelframe.
Op de nieuwe plaats van bestemming, 150 meter verderop, geldt dit frame tevens als onderdeel van de nieuwe fundering. Lugtmeier vermoedt dat de inpakmethode niet eerder is vertoond. “Vaak worden nieuwe vloeren gebruikt. Maar daarmee zou het gebouw nog zwaarder zijn geworden.”

Evenwicht

De veertien vijzelportalen die steunen op trillingsvrij geplaatste palen zijn bijna klaar. Over ruim twee weken wordt het stationsgebouw met deze portalen computergestuurd (met een halve millimeter nauwkeurig) 3 meter omhoog gevijzeld. Het busje, dat is uitgerust met een computer, is nu elders in Europa op een project van Freyssinet ingezet. Lugtmeier: “Zoveel zijn er daar niet van. Die moet je dus tijdig reserveren.”
Het vijzelen neemt ongeveer drie dagen in beslag. De snelheid ligt op één meter per dag. “Na elke 18 centimeter blokkeren we de staven, laten we de vijzel terugzakken en draaien we de moer verder aan. En dat zo vijftien keer achtereen.”
Volgens Lugtmeier is het vijzelen het moeilijkste gedeelte van het project met forse wind als grootste bedreiging. “Het is een oud gebouw van metselwerk. Om te voorkomen dat we het station beschadigen moet het op alle punten tegelijk de lucht in.” Gedurende de operatie monitoren sensoren of het gebouw in evenwicht blijft. Lugtmeier kijkt er naar uit. “Een gebouw als dit zo hoog tillen is waarschijnlijk nog nooit vertoond.”

Rijkswaterstaatstation

Honderdvijftig meter verderop maken betonnen poeren en palen duidelijk waar het stationsgebouw komt te staan.
De transportroute die nog moeten worden aangelegd, komt in een bocht te liggen. Het station dat op twee wagens (Kamag 2400) door de firma Sarens wordt vervoerd, mag de aanwezige bomen namelijk niet beschadigen. Lugtmeier zegt dat hij trots is om aan dit project te mogen werken. Te meer omdat het verplaatsen van gebouwen maar een paar keer per jaar voorkomt. Bovendien betreft het volgens hem het enige overgebleven Rijkswaterstaatstation.
“Het wordt echt spectaculair. En de meeste omwonenden vinden het prachtig.”

Reageer op dit artikel