nieuws

Rijk zet deur open voor alliantiecontract

bouwbreed Premium

Het Rijk zet de deur open voor alliantiecontracten bij projecten waarbij tijdens de uitvoering nog sprake is van aanpassingen en ontwikkelingen. De Staat mijdt in de toekomst de dbfm-formule bij ‘ontwikkelingstrajecten’ en heeft spijt van de contract-keus bij de hsl-zuid. Nieuwe contracten moeten bovendien altijd een wijzigingsclausule bevatten.

Dat blijkt uit de reactie van minister Eurlings (verkeer) op de onderzoeken van de TU Delft en Algemene Rekenkamer naar de hsl-zuid. De minister zal dit najaar samen met minister Bos (financiën) het aangepaste pps-beleid presenteren. Daarin worden ook de aanbevelingen van de commissie-Duivesteijn verwerkt.
In zijn toelichting laat hij al doorschemeren terughoudender te worden met innovatieve contracten bij grootschalige, complexe projecten. De contractvorm zelf blijkt tot extra problemen te leiden. In het geval van de hsl is het vooral misgegaan bij overgangen en overlappen tussen de contracten. Eurlings wil in elk geval dat het Rijk niet meer opdraait voor de grote risico’s die daarmee zijn gemoeid. De minister is bezig met een kritische evaluatie van de hsl-contracten waarbij sprake is van vijf onderbouw-contracten, één voor de bovenbouw en het onderhoud en één voor het vervoer.
Eurlings wil in de toekomst bij elk project vooraf het karakter van de werkzaamheden inventariseren en een risicoanalyse opstellen waarbij scherp onderscheid wordt gemaakt tussen publieke en private aspecten. Vanuit deze analyse is het type werkzaamheden vast te stellen: routine of ontwikkeling. “Gelet op de ervaringen rond ERTMS trek ik de voorlopige conclusie dat dbfm-contracten meer geschikt zijn voor het realiseren van proven technology. Bij ontwikkelingstrajecten is de alliantievorm wellicht beter geschikt.”

Terughoudendheid

Daarmee lijkt het Rijk te kiezen voor terughoudendheid met dbfm-contracten bij ingewikkelde infra-projecten. Dat terwijl het bedrijfsleven steen en been klaagt over het lage aantal dbfm-contracten dat op de markt komt. Tegelijk zet Eurlings de deur open voor het alliantiecontract.
Daarbij dragen publieke en private partijen gezamenlijk de risico’s gedurende de uitvoering van een project. De Waardsche Alliantie van de Betuweroute is daarbij het succesvolle voorbeeld, maar vooralsnog een van de weinige projecten die op deze manier is uitgevoerd. Rijkswaterstaat is bij de A2/Oog in Al bezig met een alliantie en ook ProRail experimenteert met de vorm. Echter bij een alliantie is de aanbesteding de lastige fase waarmee nog nauwelijks ervaring is opgedaan.
Eurlings wil in elk geval dat bij toekomstige projecten altijd een wijzigingsclausule wordt opgenomen. Daarmee wil hij voorkomen dat de rekening voor de Staat “onnodig oploopt”. In deze passage worden dan afspraken gemaakt over eventuele aanpassingen en de gevolgen voor het verloop van het project. Daarin komen ook de randvoorwaarden voor doorrekening van wijzigingen. Eurlings wil dat “de laagste totale kosten tijdens de levensduur van het project” leidend zijn.

Reageer op dit artikel