nieuws

Nieuwe woonvormen verontrusten vaak omwonenden

bouwbreed

Als een bouwvergunning of vrijstelling voor een nieuwe woonvormen in ‘gewone huizen’ wordt aangevraagd stappen omwonenden regelmatig naar de rechter, omdat ze vrezen voor bijvoorbeeld parkeer- of geluidsoverlast. Dikwijls is de vraag dan aan de orde of zo’n woonvorm wel past binnen de woonbestemming uit het bestemmingsplan.

Bij nieuwe woonvormen in ‘gewone huizen’ wordt wonen gecombineerd met een wisselend aanbod van zorg- en welzijnsdiensten. Deze woonvormen bestaan voor dementerende ouderen en verstandelijk gehandicapten maar ook voor mensen met een TBS-status en daklozen die worden voorbereid op hun terugkeer naar de maatschappij.
De Afdeling Bestuursrechtspraak Raad van State (ABRvS) heeft een aantal keren overwogen dat, naast zelfstandige bewoning door een gezin, ook minder traditionele woonvormen binnen een woonbestemming kunnen passen. Het criterium daarbij is of sprake is van zelfstandige bewoning. Hieronder worden twee gevallen besproken waarin de Afdeling beoordeelt of in planologisch opzicht sprake is van zelfstandige bewoning.

Status

Het college van B en W van Venlo heeft vrijstelling en bouwvergunning verleend voor het oprichten van een woning. De eigenaar van een groothandel in bloembinderij-artikelen (hierna: de groothandel) die naast het perceel is gevestigd waar de woning zou moeten komen, stelt dat het gebruik van het perceel in planologisch opzicht niet in overeenstemming is met de verleende vrijstelling, omdat het gaat om een woning voor 4 personen met een TBS-status die nog therapeutische begeleiding krijgen (ABRvS 9 mei 2007, zaaknummer 200604047/1).
De groothandel betoogt dat er in dit geval géén sprake is van nagenoeg zelfstandige bewoning, zodat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat het gebruik van het perceel niet in strijd is met de verleende vrijstelling en bouwvergunning. Daarbij wijst hij er onder meer op dat volgens het beleidsplan ‘Begeleid zelfstandig wonen’ van juli 2003 van de aanvrage van de bouwvergunning ‘Forensisch Psychiatrisch Instituut de Rooyse Wissel’ de bewoners nog therapeutische begeleiding krijgen. Bovendien voert de groothandel aan dat in een ander geval het college van B en W de realisering van een opvanghuis voor daklozen die niet zelfstandig kunnen wonen, niet mogelijk acht zonder wijziging van de bestemming.

Fase

Uit de stukken blijkt dat er vier personen in het pand kunnen verblijven. De bewoners hebben een zogenoemde TBS-status. In het kader van de laatste fase van hun terbeschikkingstelling verblijven zij in het pand om zo hun terugkeer in de maatschappij voor te bereiden. Zij verblijven er in beginsel voor de duur van ongeveer zeven maanden tot ongeveer een jaar. Bij hun komst in het pand zijn de TBS-ers wat betreft de voorbereiding op de terugkeer in de maatschappij uitbehandeld in de kliniek van de Rooyse Wissel. Wel worden zij nog enkele malen per week bezocht door hun begeleider dan wel mentor.
Als voorwaarde om in het pand te mogen wonen wordt gesteld dat de TBS-ers in staat moeten zijn tot het zelfstandig verrichten van alle facetten van het wonen, zoals koken, schoonmaken, wassen en klussen. In het pand bevinden zich twee keukenblokken, die de bewoners kunnen gebruiken. De bewoners delen een badkamer en verrichten zelfstandig minimaal vier uur per dag betaalde of onbetaalde werkzaamheden buitenshuis.
De bewoners bevinden zich volgens het aangevoerde beleidsplan dus in fase 2 van het begeleid zelfstandig wonen. Volgend de Afdeling kan de wijze van wonen, zoals die hierboven is beschreven, in planologisch opzicht echter wel worden aangemerkt als nagenoeg zelfstandige bewoning.
Tot slot merkt de Afdeling ter verduidelijking nog op dat het door de groothandel aangevoerde beleidsplan ingaat op de sociale aspecten van deze vorm van wonen, terwijl het hier juist gaat om de planologische aspecten.

Dementerend

In een ander geval beoordeelt de Afdeling de vraag of een bouwplan dat voorziet in woningen voor dementerende bejaarden, al dan niet in strijd is met de bestemming ‘Woningen en maatschappelijke doeleinden’ (ABRvS 29 november 2006, zaaknummer 200601720/1). Door de Stichting ‘WoCom’ die de bouwvergunning heeft aangevraagd, wordt aangevoerd dat de dementerende bejaarden en hun begeleiding per woning gezamenlijk een huishouden voeren.
Ter zitting is gebleken dat, hoewel het de bedoeling is dat de dementerende bewoners zoveel mogelijk zelfstandig zullen functioneren, gelet op de aard van hun ziekte, 24 uur per dag begeleiding aanwezig zal zijn. Hiermee staat volgens de Afdeling vast dat géén sprake zal zijn van zelfstandige bewoning.
Ook minder traditionele woonvormen kunnen binnen een woonbestemming passen. Het criterium daarbij is of sprake is van zelfstandige bewoning.
Uit bovenstaande voorbeelden blijkt dat de Afdeling per geval de feiten op een rijtje zet en bekijkt of er sprake is van zelfstandige bewoning.
Mr. Natasja van Gilst
Juridisch stafmedewerker/redacteur Instituut voor Bouwrecht (IBR),
Den Haag
nvangilst@ibr.nl
Voor meer bouwrechtelijke actualiteiten, jurisprudentie, vakliteratuur en regelgeving zie ook de website van
het IBR:
www.ibr.nl/actueel

Reageer op dit artikel