nieuws

Begeleiding aanleg vraagt veel aandacht op Q7

bouwbreed Premium

Offshore Windpark Q7 komt buiten de 12 mijlszone op ongeveer 23 kilometer uit de kust bij IJmuiden en op een waterdiepte van 19 tot 24 meter. Van Oord Dredging and Marine Contractors heeft de opdracht volledig uitbesteed aan vijf onderaannemers.Van Oord Dredging and Marine Contractors legt de onderbouw van de windturbines en volledige elektrische voorzieningen aan. De onderneming doet dat aan de hand van een zelf uitgewerkt ontwerp op basis van een primair ontwerp en een programma van eisen van de opdrachtgever. Feitelijk gaat het om een epc-contract maar qua werk is het te vergelijken met een ‘design and construct’-contract.

In het windpark komen zestig windturbines. De afstand tussen de turbines bedraagt 550 meter. De windturbines zijn door middel van kabels in groepen van acht turbines doorgeschakeld naar een centraal in het windpark geplaatst transformatorstation. Daar wordt de stroom omgevormd van 22 kilovolt naar 150 kilovolt. Via een ingegraven kabel met een doorsnede van 18 centimeter en een lengte van 28 kilometer gaat de stroom naar het elektriciteitsnet aan land.

Kabels

De kabel wordt door middel van een gestuurde boring onder de duinen door het land in gevoerd. Visser en Smit Hanab voert de horizontaal gestuurde boring onder de duinen door uit. Die werkzaamheden moeten half april beginnen. Daemen weet dat Visser en Smit bij boringen onder de duinen door niet altijd succesvol is geweest. Hij stelt dat het bekend is dat boren risicovol werk is: er kunnen zich omstandigheden voordoen die niet te voorzien zijn, waardoor het kan tegenzitten. Daemen vertrouwt echter op het vakmanschap van Visser en Smit Hanab.
Om de kabels te installeren, heeft Van Oord Offshore, één van de vijf onderaannemers, een aparte trencher gebouwd. Het is een soort kettingzaag op rupsbanden die ruimte maakt om met een ‘onder-de-grond-duwer’ de kabel in een smalle, tijdelijke sleuf te leggen. Voor het vullen van de sleuf wordt vertrouwd op de natuurlijke processen die water en bodem beheersen.
De trencher wordt bediend vanaf de offshore ponton Pontra Maris. In de besturingscabine aan boord van deze ponton bedienen operators de trencher met joysticks. De signalen worden verstuurd via een kabel, de zogenoemde umbilical of navelstreng. De trencher is voor dit werk robuust uitgelegd. Voor Nederlandse zandbodems is normalerwijs geen ‘kettingzaag’ nodig. Maar het gebruik ervan komt de bedrijfszekerheid van het leggen zeker ten goede.

Buispalen

De onderbouw van de funderingen bestaat uit buispalen met een diameter van 4 meter en een maximale wanddikte van ongeveer 8 centimeter. De dikte varieert wel met de hoogte. De palen worden 30 meter in de grond geheid. Daarna steken de palen een paar meter boven het water uit, voldoende om het zogenoemde transitiestuk erop te plaatsen.
Bovenop dit deel zal Vestas de turbines plaatsen. Het transitiestuk wordt 6 tot 8 meter over de bovenkant van de monopile geschoven. Beide delen worden aan elkaar verbonden door de ruimten tussen stuk en buispaal te injecteren met grout.
De palen zijn bij SIF in Roermond vervaardigd van staalplaat en afgebouwd bij Smulders in Hoboken. Na aanvoer in IJmuiden zijn ze in sets van drie geladen op de hefponton Jumping Jack, een stuk materieel dat door Mammoet Van Oord speciaal is ontwikkeld voor gebruik bij de aanleg van offshore windparken. De ponton is recent verkocht aan een Deense specialist voor windparkenbouw, maar is voor het afmaken van dit werk teruggehuurd.
De Jumpat met een lading palen en transitiestukken naar een turbinelocatie heft zich, slaat een paal en plaatst een transitiestuk. Dan gaat het naar de volgende locatie. Na drie locaties wordt de ponton weer naar IJmuiden gesleept om de volgende drie sets te halen.

Weersomstandigheden

In verband met het hijswerk met de kraan is de wind bij het werken op zee vanaf de hefponton maatgevend. Bij een windkracht van meer dan 6 Beaufort ligt de ponton eruit.
Golven spelen eveneens een belangrijke rol. De ponton is ontworpen om bij zwaar weer en zware golfcondities buiten op zee te overleven in hoog geheven toestand. “Daarvan hebben we deze winter veel voordeel gehad. Als je niet steeds naar binnen hoeft blijven er veel werkbare vensters over. We hebben al die ‘windows’ ook benut, want we hebben nu al 58 van de 61 palen gedaan”, maakt Ivar Daemen, projectleider van Van Oord Dredging & Marine Contractors duidelijk.

Offshore Windpark Q7

Q7 is een offshore windpark van 120 megawatt dat wordt gebouwd op ongeveer 23 kilometer uit de kust van IJmuiden in blok Q7 van het Nederlands continentale plat. Er komen zestig Vestas V80 windturbines van 2 megawatt te staan in een water diepte van rond de 20 meter. Het park gaat ongeveer 400 gigawattuur energie per jaar leveren. Dat is genoeg om 125.000 gezinnen een jaar lang van stroom te voorzien.
De bouw is halverwege 2006 begonnen en zal in oktober en november dit jaar in clusters van twintig funderingen worden opgeleverd.

Projectpartijen

Het project Q7 is eigendom van Econcern BV en Energy Investment Holding BV. Beide aandeelhouders hebben een gelijk deel. Het project is ondergebracht in de aparte besloten vennootschap Offshore Windpark Q7 BV die ook optreedt als opdrachtgever.
Het park wordt gebouwd door Vestas Wind Systems A/S en Van Oord Dredging en Marine Contractors BV op basis van aparte EPC-contracten (engineering, procurement, construction). Het park zal aanvankelijk worden beheerd door Vestas Offshore, op grond van een vijfjarig contract voor beheer en onderhoud. Met de aanleg van het park is een totale investering gemoeid van 383 miljoen euro.

Financiën

Het project Offshore Windpark Q7 is onderscheiden vanwege de bijzondere en unieke financiële constructie: een non-recourse financiering. Dit houdt in dat de betrokken banken (Dexia, Rabobank en BNP Paribas) erop vertrouwen dat met de inkomsten uit het windpark de rente- en afbetalingen volledig gedekt kunnen worden, en wel zonder aanvullende garantie van de aandeelhouders. Bijzonder is dat de financiering ook voor de bouwfase geldt. Een aantal soortgelijke projecten in Europa zijn juist hierop spaak gelopen, omdat bouwpartijen normaliter huiverig zijn om epc-contracten aan te gaan. Voor projectfinanciers is dit soort contracten echter een standaard vereiste. De epc-contracten betreffen een vaste prijs. De bouwers zorgen voor (een deel van) het ontwerp en de aanleg.

Reageer op dit artikel