nieuws

Worsteling met nieuw aanbesteden duurt voort

bouwbreed Premium

Past performance, ketenaanpak, rekenen met de levensduurkosten, het zijn allemaal termen die passen in het denken over nieuwe vormen van aanbesteden. Telkens blijkt echter weer dat zowel opdrachtgevers als opdrachtnemers nog worstelen met de begrippen.

beschouwing
Ervaringen uit het verleden geven geen garantie voor de toekomst, laten banken ons voortdurend weten als zij hun beleggingsproducten aan de man willen brengen. In de bouw zou dat precies andersom moeten zijn. Juist de ervaring die een opdrachtgever heeft met een bouwer zou mee moeten tellen bij volgende aanbestedingen, zo leert de doctrine.
In het oude aanbesteden was het zo simpel. Een opdrachtgever vraagt een paar referentieprojecten en klaar ben je. Zo simpel kan het in het huidige tijdsgewricht uiteraard niet meer. Ervaring slaat immers op veel meer dan alleen het eindresultaat.
Zoals professor Monika Chao in Bouwrecht schrijft komt een systeem van past performance erop neer dat aannemers tijdens een werk worden gemonitord op een groot aantal onderwerpen. Daarop krijgen ze een honorering en een eindscore. Die score moet dan een vertaling krijgen naar een van de inschrijvingseisen voor een nieuwe aanbestedingsprocedure en is daarin dan een medebepalende factor.
Op deze manier moet het systeem opdrachtgevers een beter inzicht geven wat voor vlees zij in de kuip hebben. Maar daar zitten haken en ogen aan. Wat bijvoorbeeld te doen met nieuwe aanbieders die nog geen track record hebben opgebouwd. Die hebben bij elke nieuwe aanbesteding een achterstand op de ‘oudgedienden’ en dreigen dus volledig uit de boot te vallen.
Een naderend probleem is de manier waarop de verhouding hoofdaannemer versus gespecialiseerde aannemer aan het veranderen is. Als het aan de laatste groep ligt, dan worden die veel eerder betrokken bij projecten opdat gebruik gemaakt kan worden van hun specialistische kennis. Gezien de steeds verdergaande specialisatie en versnippering is dit een toekomstbeeld dat waarschijnlijk niet eens op al te lange termijn zal gaan spelen.
Dit betekent dan wel dat ervaringen uit het verleden in de toekomst gezamenlijke ervaringen worden van hoofdaannemer en gespecialiseerde aannemers. Hoe moet een opdrachtgever daarmee omgaan. En zal dat betekenen dat hoofdaannemers gaan werken met een vaste groep ‘preferred suppliers’. De TU Delft is momenteel druk aan het werk met de ontwikkeling van een systeem van monitoring dat voldoet aan eisen van objectiviteit, proportionaliteit en non-discriminatie. Dat zijn zaken die de Europese aanbestedingsrichtlijn en in het verlengde daarvan de aanbestedingswet nu eenmaal eisen.

Denkwerk

Amerikaanse ervaringen met een dergelijk systeem geven al aan dat lang niet alle problemen opgelost kunnen worden. Deels heeft dit te maken met het feit dat volledige objectivering nauwelijks haalbaar is. En subjectieve beoordelingen leiden vrijwel altijd tot rechtszaken zo leert het verleden.
In de loop van dit jaar zouden de eerste resultaten van het denkwerk op tafel moeten komen. Te hopen is dat de opstellers met alle vragen en problemen rekening zullen houden. Dat betekent wel dat er een lijvig werk zal ontstaan. Maar een dikke handleiding vooraf is nog altijd te prefereren boven een baaierd aan juridische procedures. Daar worden alleen advocaten beter van.

Reageer op dit artikel