nieuws

Wie hyperventileert er nu écht?

bouwbreed Premium

In het artikel NVB hyperventileert met stadsgroen’ ( Cobouw , 15 februari 2007, nummer 32) haalt Friso de Zeeuw ongemeen fel uit naar NVB, Vereniging voor ontwikkelaars & bouwondernemers. In de ogen van de Bouwfonds MAB-directeur en praktijkhoogleraar Gebiedsontwikkeling hyperventileert de brancheorganisatie door te pleiten voor meer groen in de stad. Jo Goossens , voorzitter van NVB bijt van zich af door vast te stellen dat het juist De Zeeuw is die hyperventileert en als voormalig PvdA-kopstuk en mogelijk grondlegger van het compacte stadbeleid een gezonde discussie over de kwaliteit van de stad uit de weg gaat.

Mijn eerste reactie bij het lezen van de opinie van De Zeeuw was: “Die man verdient een bloemetje”. Uiteindelijk gaat het er om dat er een discussie op gang wordt gebracht die bijdraagt tot sterke en leefbare steden. In onze visie moet er veel meer aandacht komen voor een leefbare stad waarbij de randen, het centrum maar ook het ommeland als aanvullend van elkaar worden beschouwd. Een visie die wij op meerdere plekken en ook op deze opiniepagina uitvoerig hebben ontvouwd”.

Been

Het is dan ook uiterst teleurstellend te moeten constateren dat Friso de Zeeuw hier maar een heel klein aspect heeft uitgehaald om dit op een bijna absurdistische wijze uit te vergroten. Wij zouden, zo stelt De Zeeuw vast, bij herhaling pleiten voor het hanteren van een groennorm voor bouwplannen in de stad. Hij noemt het “een staaltje van selectief winkelen in de rijkgevulde supermarkt van sectorale normen en quasinormen dat de discussie over gebiedsontwikkeling op het verkeerde been zet”. Wat een onzin. Ik noem het vooral een staaltje van selectief en bovenal slecht lezen om daarmee vervolgens een op gang gekomen discussie te vertroebelen. Wat is de werkelijkheid?
In mijn jaarrede en de op basis daarvan geschreven opinies in Cobouw en het Financieele Dagblad heb ik nimmer gezegd, dat er een groennorm moet worden gehanteerd. Slechts ter illustratie van de dreiging dat de Nederlandse steden worden volgebouwd, heb ik de waarschuwing van de Raad voor het Landelijk Gebied aangehaald. Dit toch niet zo onbelangrijke adviesorgaan liet immers vorig jaar weten dat maar liefst vijftig procent van de grote Nederlandse steden ver onder de vereiste groennorm van 75 vierkante meter groen per woning zitten. Verder, zo heb ik gezegd en geschreven, moet de voorspelling van deze Raad uiterst serieus worden genomen dat door de plannen van de compacte stad veel steden binnenkort nog eens 20 procent groen gaan verliezen. Als De Zeeuw hieruit concludeert dat wij er een voorstander van zijn dat er een groennorm voor stadsgroen moet komen bestempel ik dat, om maar even in zijn woorden te blijven, als mallotig. Het is bovenal wrang te moeten constateren dat De Zeeuw in zijn stuk totaal voorbij gaat aan onze argumenten en onze aanbevelingen voor een sterke en leefbare stad. Geen woord ook over de wens van burgers en consumenten om te wonen in wijken die over licht, lucht en ruimte beschikken. Geen zin ook weidt hij aan onze oproep aan het Kabinet om voor steden een integrale benadering te stimuleren. Volgens deze benadering moet het namelijk sneller dan nu mogelijk worden om aan de randen van de stad nieuwe gebieden voor woningbouw aan te wijzen. Vervolgens zouden de opbrengsten van die grondexploitaties ingezet kunnen worden om de binnenstad beter te maken. Daar moeten immers wijken worden gerealiseerd met aantrekkelijke woonmilieus. Gedifferentieerde wijken dus met voldoende openbare ruimte, groen, water én gezelligheid. Kortom wij zien rand, centrum en ommeland nadrukkelijk als aanvullend en niet als tegenstrijdig. Dat is heel wezenlijk. Waar wij dus voor pleiten is dat een ondernemer die bereid is in een binnenstedelijk gebied een verlies te nemen, gecompenseerd wordt met uitbreidingslocaties waar wel winst op te maken is. Deze aanpak is in de kern feitelijk exact hetzelfde als waar De Zeeuw voor staat. Het gezamenlijke plan van Bouwfonds MAB en de Neprom om kleine nieuwbouwdorpjes in het Groene Hart te realiseren en met de opbrengst daarvan de natuur te versterken is toch precies hetzelfde? In die lijn begrijp ik de overspannen reactie van de praktijkhoogleraar Gebiedsontwikkeling dan ook totaal niet. Of het moet zijn dat hij zich moreel nog steeds verbonden voelt met het compacte stadbeleid dat wij juist graag bij de vuilnisbak zetten. Als lid van de PvdA-commissie heeft hij mogelijk aan de wieg van dit beleid gestaan. Een beleid dat er vervolgens wél voor heeft gezorgd dat de uitstroom van de midden- en hoge inkomens in de afgelopen jaren enorm is geweest en heeft geleid tot verrommeling van het buitengebied. Dat is uiteraard even slikken. Maar het kan natuurlijk óók zo zijn, dat de belangen van De Zeeuw helemaal niet in de stad liggen. Aan het roer van een projectontwikkelaar die ondanks alle inspanningen, zijn grootste omzet nog steeds buiten in plaats van in de stad genereert, lijkt dat misschien nog niet eens zo’n gekke constatering.

Argumenten

Het zal duidelijk zijn dat ik mijn eerste reactie om De Zeeuw een bloemetje te sturen al vrij snel verworpen heb. Toch wil ik positief eindigen. Een discussie over het realiseren van gezonde en leefbare steden moet namelijk niet ontaarden in een ordinair moddergevecht. Daar is niemand bij gebaat. Maar het is wel belangrijk om de discussie te voeren. Zeker nu er in het nieuwe Kabinet een minister zit die wijken in haar portefeuille heeft, is het goed om gezamenlijk onze schouders er onder te zetten. De problemen in de stad zijn er groot genoeg voor. Maar laten we die discussie dan wel voeren op basis van goede argumenten. Dan hoeft er ook niemand te hyperventileren, want dat is nooit gezond.
Jo Goossens
Voorzitter NVB, vereniging voor ontwikkelaars & bouwondernemers, Voorburg
info@nvb-bouw.nl

Reageer op dit artikel