nieuws

Stroopwater

bouwbreed Premium

Pagina 20. Pijler III, hoofdstuk 1, artikel 3. Het is even zoeken in zo’n regeerakkoord maar daar staat het: “water is een dominant structurerend element van de inrichting van Nederland”.

Pagina 20. Pijler III, hoofdstuk 1, artikel 3. Het is even zoeken in zo’n regeerakkoord maar daar staat het: “water is een dominant structurerend element van de inrichting van Nederland”.
Aangevuld met nog zes duurzame ‘waterzinnen’. Belangrijkste trefwoorden: klimaatverandering, overstromingen, veilige dijken, ruimte voor de rivier.
Een hele verbetering vergeleken met de aandacht voor het waterbeleid in de akkoorden van de voorgaande kabinetten Balkenende. In die contracten slechts met een enkel woord, letterlijk wel te verstaan, aandacht voor het waterbeleid.
Dat schept verwachtingen.
Zal deze regering, als het om water gaat, anders dan voorgaande ploegen de daad bij het woord voegen? Zal deze coalitie zich voor de verandering eens niet beperken tot een veelvoud aan studies van commissie op commissie, en tot eindeloos gepolder met andere overheden en organisaties? Worden eindelijk de benodigde financiële middelen vrij gemaakt?
De voortekenen zijn niet gunstig. Om te beginnen het akkoord zelf. Miljarden euro’s worden uitgetrokken voor nieuw beleid.
Het water en de kust komen er met 150 miljoen euro extra – een fractie van wat echt nodig is – echter bijzonder bekaaid af. Provincies, waterschappen en andere betrokkenen klagen er terecht over. Of neem het overdrachtsdossier dat de vorige staatssecretaris voor waterzaken, Melanie Schultz (VVD) achterliet voor haar opvolgster, Tineke Huizinga van de Christen Unie. Dat stuk wemelt van weidse vergezichten over bescherming tegen hoog water, ruimte voor de rivieren, schoon water enzovoorts.
Allemaal dossiers met prijskaartjes van miljarden euro’s waarover al jaren wordt gesproken. Weinig wijst op althans de inzet dat nog in deze kabinetsperiode tot uitvoering wordt overgegaan.
Oordelen we niet te snel; Huizinga is net aangetreden?
Vast staat dat het waterbeleid weer niet op het hoogste niveau aan een minister is toevertrouwd. En dat de waterketen (drinkwater, riolering, waterzuivering) toch weer over verschillende departementen (VROM en Verkeer en Waterstaat) is verdeeld en niet, zoals de staatssecretaris in de verkiezingscampagne vorig najaar nog wenste, onder één ministerie valt. Dit zo zijnde is het de vraag of Huizinga er wel in slaagt andere persoonlijke wensen te verwezenlijken. Zoals daar zijn: het regelen van de verantwoordelijkheid voor overtollig regenwater en grondwater (gemeenten, waterschappen, particulieren), landelijke eisen ten aanzien van de riolering, de gescheiden afvoer van regenwater en afvalwater, de aanleg bij nieuwbouw en als het even kan ook bij bestaande bouw van (ondergrondse) wateropslagplaatsen voor laagwaardige toepassingen zoals toiletspoeling, de koppeling van het rioolrecht aan het waterverbruik (de vervuiler betaalt) en de introductie van een bescheiden vaarbelasting op plezierjachten. Een bijkomend probleem is dat in vrijwel alle fracties in de Tweede Kamer sprake is van nieuwe waterspecialisten. Hun namen en achtergronden overziend, en met de ervaring van de afgelopen parlementaire periode in het achterhoofd, zal het wel even duren eer deze volksvertegenwoordigers zich hebben ingewerkt in de complexe wereld van het water. Laat staan dat van hun kant binnenkort veel initiatief is te verwachten, als ze daar al de kans toe krijgen van hun fractieleiders. Kortom: zo vloeibaar als water zelf is, zo stroperig blijven het beleid en het beheer nog wel even.
Jelle Leenes, Nederlandse Waterbond, Utrecht

Reageer op dit artikel