nieuws

Rekenen met levensduurkosten spaart meer dan geld alleen

bouwbreed Premium

Het rekenen met levensduurkosten van een bouwwerk staat nog in de kinderschoenen. Toch is het de enige manier om echt waar voor je geld te krijgen, vinden alle deskundigen.

Iedereen weet dat een spaarlamp drie keer zoveel kost als een ouderwets peertje. Die investering verdient zich alleen al terug doordat een spaarlamp langer mee gaat en gedurende de levensduur ook nog eens ruim 125 euro bespaart op de elektriciteitsrekening. Geen wonder dat iedereen dus kiest voor spaarlampen.
Hetzelfde verhaal gaat voor een belangrijk deel op voor bouwwerken. Op iedere euro die wordt ge ï nvesteerd in voorbereiding en ontwerp volgt 5 euro aan bouwkosten. Aan gebouwgebonden exploitatielasten over de levensduur komt daar nog eens 200 euro bovenop. De baten die daar tegenover staan bedragen tussen de 250 en 2500 euro, zo heeft de Royal Academy of Engineering eens uitgerekend. Wie blijft er dan nog sturen op die ene of die 5 euro, vraagt samensteller Deerns Raadgevend Ingenieurs zich af in het boekje ‘Bouwen is vooruitzien’ van PSIBouw en Regrieraad.
Toch zijn het met name overheidsopdrachtgevers die wel puur kijken naar de initi ë le investering. Dom, vindt bijvoorbeeld Louis Hid­des van Panagro Vastgoedontwikkeling. Een voorbeeld uit de praktijk toont dat aan.
Een project van 62 woningen in Almere tien jaar geleden, 12 meter lang en 6 meter breed. Kostprijs 219.500 gulden, marktwaarde na de bouw 262.000 gulden. Huurprijs 1050 gulden per maand, gemiddeld netto rendement 8,5 procent over de eerste 10 jaar. “De investeerder vroeg om te bezuinigen. Daarop haalde ik een meter van de woningen af. Om hetzelfde rendement te behalen van 8,5 procent was toen een huur nodig van 1125 gulden. De gebruiker moet dus meer betalen voor minder kwaliteit. Dat had te maken met de lager geprognosticeerde eindwaarde van de woning”, aldus Hiddes.
De grote Noorse voorvechter van levensduurkosten Svein Bj ø rberg weet nog wel meer voorbeelden, ook in de gww-sector. Volgens hem is het goed om juist in die sector ook onderhoud en exploitatie mee aan te besteden. “Dan krijg je duurzamer keuzes. Goedkoop pikzwart asfalt wordt dan vervangen door een grijzere variant die minder verlichting nodig heeft en dus bespaart op energiekosten.”
Hij weet ook dat de economische levensduur van gebouwen inmiddels aanzienlijk korter is geworden. In de gezondheidszorg bijvoorbeeld is het oudste ziekenhuis dat dateert uit 1915 pas aangepast in de jaren ’70. Het jongste ziekenhuis uit 2000 werd in 2005 al op 29 punten aangepast. Aanpasbaar bouwen waardoor geanticipeerd kan worden op veranderende eisen, is dan ook noodzakelijk.
In de kantorenmarkt in Nederland doet zich hetzelfde fenomeen voor. Door andere eisen van de eindgebruiker wordt er momenteel ondanks de enorme leegstand toch gebouwd. Dit toont aan dat aanpasbaar bouwen met oog voor eventueel een andere bestemming ook in de kantorenmarkt nodig is. Het is dan ook geen wonder dat PSIBouw en Regieraad met hun boekje het hanteren van de methode van de levensduurkosten warm aanbeveelt. Daarvoor is in het kort de te volgen methodiek beschreven. Die moet uiteindelijk leiden tot een betere kwaliteit voor een lagere prijs gedurende de totale levensduur van een bouwwerk.

Reageer op dit artikel