nieuws

‘Nieuwe Wet inkomen en arbeid is ronduit onmenselijk’

bouwbreed

De Wet Inkomen en Arbeid (Wia) is een ramp, stelt Wim van Lieshout, re-integratiebegeleider Arbeidsgehandicapten van FNV Bouw. Re-integratiebureaus falen en bouwvakkers met een lichte handicap vinden daardoor moeilijk ander werk. Bovendien brengt de nieuwe wetgeving bij sommige werkgevers het slechtste naar boven.

In het hoofdkantoor van FNV Bouw in Woerden vertelt Wim van Lieshout over de lotgevallen van een van zijn cliënten. Nadat de man ziek was geworden, bleek dat hij nooit meer zijn voormalige werk zou kunnen doen. Zijn werkgever was vermoedelijk niet verzekerd tegen dat soort risico’s en had geen zin om met hem een re-integratietraject te doorlopen vanwege de hoge kosten. “En wat denk je dat er gebeurt?”, vraagt Van Lieshout met onverholen ergernis in zijn stem. “Zijn baas heeft hem twee keer met de dood bedreigd. Gelukkig neemt de politie de zaak serieus, maar niettemin is die man kapot. Het is een geluk bij een ongeluk dat de arbodienst achter hem staat.”
Het is slechts een van de tientallen schrijnende gevallen die Van Lieshout ter ore zijn gekomen in de zes jaar dat hij als vrijwilliger bondsleden begeleid die door ernstige ziekte of handicap met de arbeidsongeschiktheidswetgeving worden geconfronteerd.

Verslechtering

De huidige wetgeving is een grote verslechtering vergeleken met de WAO, vindt Van Lieshout. De wetgever beoogt dat werknemers die minder dan 35 procent arbeidsongeschikt zijn gedurende de eerste twee jaar van hun ziekte in dienst blijven van hun werkgever. “Maar helaas is de praktijk heel anders. Vaak worden werknemers ontslagen omdat de werkgever geen werk meer voor hen heeft of zegt te hebben”, aldus Van Lieshout.
Hij onderbouwt zijn stelling met gegevens uit een onderzoek van Regioplan. Daaruit blijkt dat gemiddeld 55 procent van de zogenaamde 35-minners binnen twee jaar niet meer bij zijn oude werkgever in dienst is. “Van hen is 62 procent ontslagen”, aldus Regioplan. “Ongeveer een vijfde van de respondenten die geen dienstverband meer heeft bij de oude werkgever is inmiddels aan het werk bij een andere werkgever.”
Volgens Van Lieshout is onwil van de werkgever een belangrijke reden dat bouwvakkers met een kleine handicap niet aan de slag blijven. “Ik ken bedrijven met 6000 man personeel, die er niet in slagen een werknemer met een lichte handicap aan ander werk te helpen. Je maakt mij niet wijs dat er binnen zo’n grote onderneming echt geen mogelijkheden zijn iemand te herplaatsen.”
De activiteiten van re-integratiebureaus slaat hij niet hoog aan. “Vaak zijn het louche bedrijfjes die een hoop geld opstrijken voor hun bemiddeling, maar in werkelijkheid weinig doen voor de mensen die ze naar ander werk moeten begeleiden.”
Veel bouwvakkers met een lichte handicap komen in financiële problemen. Voor de 35 procent dat ze arbeidsongeschikt zijn, krijgen ze geen uitkering. Wel ontvangen ze WW, gebaseerd op 70 procent van hun laatstverdiende loon. Als ze geen werk vinden, krijgen ze na verloop van tijd een bijstandsuitkering. “En dat betekent een enorme inkomensval. Ik ken uitvoerders met een behoorlijk salaris die in de 35-minregeling terecht zijn gekomen. Na een paar jaar zitten ze financieel volledig aan de grond. En dat zijn beslist geen uitzonderingen. De nieuwe wetgeving is ronduit onmenselijk. Maar ja, het is niet anders. Den Haag heeft het zo beslist”, zegt hij gelaten.

Reageer op dit artikel