nieuws

Lichtgewicht kantoor op betonnen kraanspoor

bouwbreed Premium

Boven het oude 262,5 meter lange betonnen kraanspoor op de Noordelijke IJ-oever in Amsterdam ‘zweeft’ nog dit jaar een transparant kantoorgebouw. Om de stabiliteit te garanderen, moesten zowel in de lichtgewicht bovenbouw als in de solide onderbouw voorzieningen worden getroffen.

De ranke stalen bovenbouw vormt nu al een groot contrast met de gesloten betonnen onderbouw. Architect Julian Wolse van de Amsterdamse Ontwerpgroep Trude Hooykaas/OTH: “Ons streven was een licht en transparant gebouw te maken boven het bestaande betonnen kraanspoor, waarbij de hele staalconstructie inclusief windverbanden zo veel mogelijk in zicht blijft.”
Vanaf de onderzijde is het betonnen fundament wel open van karakter; het bestaat uit een dwarsritme van betonnen schijven om de 3,83 meter waartussendoor lucht is te zien. De architect wil deze vrije ruimte open laten, waardoor de onderkant van het nieuwe kantoorgebouw zichtbaar is. Op één punt is daarvan afgeweken; een deel van de betonconstructie wordt over een lengte van 46 meter gebruikt als archiefruimte (circa 270 vierkante meter). Tussen de betonnen schijven in worden hier aluminium doosjes geplaatst.
Het 262,5 meter lange, 9 meter brede en 13,5 meter hoge kraanspoor bestaat uit vijf gedilateerde bouwdelen waarvan de drie tussendelen en twee kopdelen 52,5 meter lang zijn. Elk deel, dat op drie betonnen poten rust, kraagt aan weerszijden 3,25 meter uit en dat vormt met het volgende deel een hoofdportaal.
De betonnen basis zelf is voor zijn tweede leven op een aantal plaatsen versterkt (zie kader). Bij de middelste portalen zijn lokaal constructieve opstortingen aangebracht. De vier hoofdportalen, de toekomstige trappenhuizen met panoramaliften, zijn voorzien van een op zichzelf staande stalen hoofdconstructie van 13 meter hoog, 6 meter breed en 8 meter diep. Deze elementen zorgen voor aanvullende stabiliteit en afvoer van krachten naar de bestaande fundering. Deze constructie is als één geheel aangevoerd en ingehesen. In de stalen opbouw zelf zijn in de langs- en dwarsrichting stabiliteitsverbanden aangebracht.

Draagvermogen

De nieuwbouw zweeft 3 meter boven het betonnen fundament en staat visueel volledig los van de solide basis. Uitgangspunt bij de opbouw was een maximaal aantal vierkante meters te realiseren zonder ingrijpende aanpassingen aan de bestaande betonconstructie.
Het Rotterdamse Ingenieursbureau Aronsohn Constructies raadgevende ingenieurs BV berekende dat het spoor maximaal drie bouwlagen kon dragen met totaal 12.500 vierkante meter bruto vloeroppervlak. “De bestaande onderconstructie was een vaststaand gegeven” aldus ir. Paul Lagendijk van Aronsohn. “Bij elke ontwerpwijziging zijn we nagegaan wat de consequenties waren voor de bestaande constructie. Het draagvermogen was daarbij het kritieke punt.”
De opbouw rust op zeventig stalen kolommen om de 7,66 meter; HE 300 B-profielen met dwarsliggers (uitgevoerd als samengestelde ligger). De kolompositie correspondeert met de bestaande betonconstructie; de dwarsverbindingen staan op 3,83 meter. De kleinste modulemaat is 1,91 meter. Om het gewicht te reduceren zijn infraplusvloeren toegepast; een 70 millimeter dikke betonnen schil voorzien van deels ingestorte stalen liggers. In de holle ruimten van de vloeren lopen alle kabels en leidingen. Lagendijk: “De vloerconstructie zelf weegt inclusief de staalconstructie 320 kg/m 2 . Door het lage gewicht van de vloer in combinatie met de lage veranderlijke vloerbelasting van 250 kg/m 2 , konden we maximaal vloeroppervlak realiseren zonder extra paalfundering.”
Lagendijk spreekt van “de meest realistische” optie. “Een andere variant was stalen C-profielen in combinatie met een gipsplafond. Maar dat was een kwalitatief mindere oplossing, een grotere constructiehoogte en lastige integratie van constructie en installatie.” In de hoofdportalen bij de trappenhuizen was het nu al woekeren met de ruimte. De schachten waar alle leidingen bij elkaar komen, zijn 1,60 bij 0,75 meter.
De betonnen constructie dateert van 1955. De constructeur heeft gebruik gemaakt van rekenmodellen die afwijken van de huidige normen maar goed aansluiten op deze specifieke situatie. Lagendijk: “Doorgaans bestaat dwarskrachtwapening uit puur beugelwapening. Hier zijn bijvoorbeeld veel zakstaven toegepast, waardoor we de extra benodigde wapening konden reduceren.”

Trillingen

Met het oog op trillingen is de staalconstructie nog wat aangepast. De windbelasting was geen probleem. Wel is in het ontwerp rekening gehouden met trillingen die de gebruikers veroorzaken. Aan de waterzijde is een overstek van 3,25 meter. Hier zijn in de lijn van de gevel extra koppelingen gemaakt tussen de verdiepingsvloeren. Daarnaast is bij de infraplusvloer zowel de onder- als de bovenflens bij de oplegging van het staalprofiel vastgelast.
Inmiddels is de staalconstructie zo goed als af. De bouwcombinatie De Nijs/Bot Bouw uit Warmenhuizen voert de werkzaamheden uit in een droge bouwput, zodat gewerkt kan worden vanaf de IJ-bodem. Binnenkort wordt begonnen met het aanbrengen van de dubbele glazen klimaatgevel. De nieuwbouw wordt onder andere voorzien van glaslamellen die 90 graden te kantelen zijn. Wolse trekt een vergelijking met mecanoo. “We hebben er nu profijt van dat al de engineering al in de beginfase heeft plaatsgevonden.” In september neemt IdtV als eerste zijn intrek in het pand.

Reageer op dit artikel