nieuws

Jongensboek

bouwbreed Premium

De titel had ook ‘meisjesboek’ kunnen luiden. In ieder geval lijkt het een spannend boek om te lezen, als u tenminste wilt geloven dat het allemaal echt gebeurt. Want dat is de kern van zo’n spannend jeugdboek met de titel ‘Ruimtelijke invulling van ons land’.

De titel had ook ‘meisjesboek’ kunnen luiden. In ieder geval lijkt het een spannend boek om te lezen, als u tenminste wilt geloven dat het allemaal echt gebeurt. Want dat is de kern van zo’n spannend jeugdboek met de titel ‘Ruimtelijke invulling van ons land’.
Over ruimtelijke ordening in ons landje ‘oh’t’ men meer dan dat er ook daadwerkelijk iets goeds mee
wordt gedaan. Het platteland, het Groene Hart, de Noord- en Zuidvleugels van de Randstad, de kleine kernen op het platteland, weer 100 duizend nieuwe woningen, bedrijventerreinen.
Ongeveer 12 procent van ons landje is bebouwd met gebouwen en wegen. De rest is landbouwgrond (circa
50 procent) en andere natuur, dus onbebouwd. Alle grote en kleine plannen ten spijt, ontstaan her en der in ons land woonwijken en bedrijventerreinen, die men blijkbaar niet had gewild, maar er toch komen. Een groep noemt dat verrommeling van het landschap of witte schuim aan de rand van dorpen. Bedrijventerreinen zouden overbodig gebouwd worden. Het Groene Hart komt in de knel en de ontwikkelaars willen daar slechts woningen bouwen.
Ook het Waterland nabij Amsterdam schijnt zijn langste tijd gehad te hebben, want daar moeten ook woningen komen. Zelfs tussen IJburg en Almere willen PvdA-wethouders woningen en een brug in het water bouwen. En als al die plannen doorgaan stijgt de bebouwingsgraad van ons land nog lang niet van 12 naar 13 procent. Waarom dan dit gevecht op de vierkante meter?
Het zijn botsende dogma’s. Dogma’s van planologen, politici, media, grondeigenaars en projectontwikkelaars. Eigenlijk moet het gaan over het bouwen naar behoefte van woningen en bedrijfsterreinen, waar dan ook. Voorop gesteld dat deelnemers aan de discussie deskundig zijn, mag ik aannemen dat de opbrengsten van verkoop en erfpacht van grond slechts een belang is van de grondeigenaars, dus meestal gemeenten. In mindere maar even hevige mate de ontwikkelaars met grondposities. Gemeenten boeken verkoop- en erfpachtopbrengsten in hun begroting als reeds ontvangen, terwijl bouwterreinen nog braak liggen. Dus voeren zij tot bloedens toe concurrentie met elkaar om hun gronden zo snel mogelijk te gelde te maken, desnoods ten koste van de andere grondeigenaren. Deze geldzucht van gemeenten voedt hun dogma’s op het terrein van hun ruimtelijke plannen. Dat is zeer materialistisch van ze. Insprekers van belangengroepen met betrekking tot natuur, dierenbescherming, landschapsbehoud en dergelijke zijn zeer idealistisch. Dus met uitzondering van de lidmaatschapsgelden en donaties van hun aanhangers, zie ik hen als immaterialistisch. Dat botst! En dat is goed voor de discussie.
Er zit alleen een addertje, of rugstreepkikker, onder het gras: de bikkelharde grondeigenaars die overheden heten, geven hun zuiver materialistische houding bij hun plannen niet toe. Niet dat ze hoge grondprijzen willen incasseren, niet dat hun uitkering uit het gemeentefonds hoger wordt naar mate het aantal woningen in hun gemeenten stijgt. Zelfs niet dat het salaris van de burgemeester kan stijgen als het inwoneraantal van een gemeente flink stijgt. Niet dat de ontvangsten Onroerende Zaakbelasting flink stijgen als alle bedrijfsterreinen volgebouwd zijn met bedrijfspanden waarin actieve ondernemingen zich thuis voelen. Laat ze daarvoor eens eerlijk uitkomen. Want men hoeft het dus niet met elkaar eens te zijn, maar wel eerlijk tegenover elkaar. Ik denk dat dan de discussie over de ruimtelijke invulling van ons landje meer helder wordt gevoerd.
Hans Broeren
Makelaar o.g., Amsterdam
www.broeren.com

Reageer op dit artikel