nieuws

Duitsland laakt beleid Brussel

bouwbreed Premium

Het aanbestedingsrecht dijt gestaag uit. Met die ontwikkeling is niet iedereen tevreden. Duitsland vindt dat de Europese Commissie op eigen houtje aanbestedingsrechtelijke verplichtingen oplegt en daarmee al te vrijpostig omspringt met haar bevoegdheden. Als het Europees Parlement zich achter Duitsland schaart, staat zij lijnrecht tegenover de commissie. Het is de vraag of de opmars van het aanbestedingsrecht een halt toegeroepen kan worden.Het aanbestedingsrecht dijt gestaag uit. Met die ontwikkeling is niet iedereen tevreden. Duitsland vindt dat de Europese Commissie op eigen houtje aanbestedingsrechtelijke verplichtingen oplegt en daarmee al te vrijpostig omspringt met haar bevoegdheden. Als het Europees Parlement zich achter Duitsland schaart, staat zij lijnrecht tegenover de commissie. Het is de vraag of de opmars van het aanbestedingsrecht een halt toegeroepen kan worden.

N iet alle overheidsopdrachten vallen binnen de werkingssfeer van de Aanbestedingsrichtlijnen. Dat is het geval bij opdrachten met een geringe waarde (lager dan 5.279.000 euro voor werken en 211.000 euro voor diensten en leveringen). Bij andere overheidsopdrachten zijn de procedureregels van de richtlijnen slechts beperkt van toepassing.
Dat betreft bijvoorbeeld rechtskundige diensten, arbeidsbemiddeling, gezondheidszorg en maatschappelijke dienstverlening et cetera. Van die uitzonderingsgevallen werd in de praktijk wel gebruik gemaakt om een-op-een (buiten mededinging om) opdrachten te verstrekken. Het Hof van Justitie EG heeft op basis van de beginselen die voortvloeien uit het EG-Verdrag hierdoor een streep gehaald.
De commissie publiceerde op 1 augustus 2006 een Interpretatieve Mededeling. Op basis van de beginselen van gelijke behandeling en non-discriminatie moet een onderneming vóóraf over alle relevante informatie van een overheidsopdracht beschikken. De ratio van deze publicatieplicht is dat de onderneming haar belangstelling voor die opdracht kan tonen. Hoe groter het belang van de opdracht, hoe meer ruchtbaarheid eraan gegeven moet worden.

Onrust

Begrijpelijkerwijs heeft de mededeling onrust en kritiek teweeggebracht. De brede formulering betekent dat iedere overheidsopdracht met enig belang bekend gemaakt moet worden. Onduidelijk is waar de grens ligt. De status van de mededeling is, evenzeer als haar inhoud, onderwerp van debat. Naar eigen zeggen interpreteert de commissie slechts de rechtspraak van het hof. Door de mededeling zouden geen nieuwe rechtsregels worden gecreëerd. Uitlegging van het gemeenschapsrecht is uiteindelijk de taak van het hof.
Toch meent de Bondsrepubliek Duitsland dat de commissie niet bevoegd is de mededeling vast te stellen. Zij heeft op 12 september 2006 tegen de commissie bij het hof beroep ingesteld en verzocht de mededeling nietig te verklaren. Volgens Duitsland is de commissie haar boekje te buiten gegaan en behelst de mededeling feitelijk wetgeving. De commissie is niet bevoegd voorschriften vast te stellen die verder gaan dan de verplichtingen die uit het EG-verdrag voortvloeien.
De actie van Duitsland is een teken aan de wand. Niet alles uit Brussel wordt voor zoete koek geslikt, maar de vordering lijkt weinig kans van slagen te hebben.

Bijval

Eerder gaf het hof ruime werking aan het EG-Verdrag en de daaruit voortvloeiende openstelling van overheidsopdrachten voor mededinging. Die interpretatie is door het hof steeds verder opgerekt. De mededeling van de commissie vult die ruime interpretatie, zonder wetgevingstraject en naar eigen inzicht, nader in. Dat Duitsland daartegen opkomt, kan op bijval rekenen.
De Commissie Juridische zaken van het Europees Parlement beveelt aan Duitsland te steunen in haar beroep. De commissie en het parlement staan dan lijnrecht tegenover elkaar. Omdat het hof zelf aan de wieg staat van de publicatieverplichting voor alle overheidsopdrachten, lijkt de uitkomst van de procedure van Duitsland voorspelbaar.
Matanja Pinto en Jacqueline Hoek
Houthoff Buruma

Reageer op dit artikel