nieuws

Bouwambities zijn onrealistisch

bouwbreed

De woningbouwproductie ontwikkelt zich minder positief dan op basis van het aantal verleende vergunningen mag worden verwacht. Marlies Pernot vraagt zich af of het voornemen van het kabinet om 80.000 tot 100.000 woningen per jaar te bouwen niet op drijfzand is gestoeld.

Het was een verbluffend bericht. De woningproductie zal in 2006 niet op de verwachte 80.000 uitkomen, maar op iets meer dan 70.000. Met reden is Bouwend Nederland zeer bezorgd over deze tegenvaller. Vooral omdat de productie voor de komende jaren evenmin is verzekerd.

Toekijken

Het nieuws staat in schril contrast tot het kabinetsvoornemen om jaarlijks 80.000 tot 100.00 woningen te bouwen. Een mooi streven. Maar tenzij gemeenten inzetten op grootschalige verkoop van huurwoningen en drastische verlaging van de grondprijzen, kunnen jongere koopstarters het kopen van een huis nu wel helemaal op hun buik schrijven. Daarbij heeft het kabinet zich in de positie gemanoeuvreerd dat het alleen kan toekijken.
Het primaat op nieuw integraal beleid ligt bij de gemeenten, waarbij het Rijk een ondersteunende rol krijgt. Zo bezien is een voornemen om in overleg met marktpartijen tot 100.000 nieuwe woningen per jaar te bouwen gebaseerd op drijfzand. De tegenvallende cijfers zijn des te opmerkelijker omdat het aantal afgegeven bouwvergunningen wel stijgt. Tot en met november 2006 zijn voor 86.000 woningen vergunningen afgegeven.
Voor het hele jaar verwacht Bouwend Nederland 97.000 afgegeven vergunningen, 13.500 meer dan in 2005. Die discrepantie tussen het aantal verleende vergunningen en de feitelijke bouwproductie vraagt om opheldering. Zeker omdat de bouwsector in 2006 een recordomzet behaalde, met een stijging van ruim 7 procent. Het wachten is op de resultaten van een onderzoek van het ministerie van VROM naar de bouwproductie.

Plancapaciteit

Bouwend Nederland zoekt de oorzaak van het achterblijven van de productie bij de vraagkant. Door economische oorzaken, onzekerheid bij kopers of een niet meer bij de vraag passend aanbod, zou de verkoop van woningen een stuk trager verlopen dan een aantal jaren geleden. Dit zou betekenen dat na afgifte van een vergunning vaak lang(er) gewacht wordt met het daadwerkelijk bouwen van woningen, of dat plannen volledig worden herzien.
Ook de brancheorganisatie voor ontwikkelende bouwers NVB noemt de ambitie van het kabinet om jaarlijks 80.000 tot 100.000 woningen te bouwen volstrekt onrealistisch. De NVB ziet een groot tekort aan harde plancapaciteit en geschikte bouwlocaties. Met een drastische tempering van de productie als verwacht gevolg. De bouwkosten nemen toe door personeelsgebrek, materiaalkosten en vooral de grondkosten. Wellicht is het dus wat makkelijk van Bouwend Nederland om de schuld bij de koper te leggen. Want de consument vraagt wel degelijk massaal om passende woningen, nog los van de 630.000 starters die wel willen maar niet kunnen kopen. Wat is dus het werkelijke probleem?

Slecht

Ontwikkelaars en bouwers geven zelf aan dat ze door krimpende marges pas op de plaats zullen moeten maken bij het starten van nieuwe woningprojecten. Alleen dalende grondprijzen kunnen het tij keren, zeggen ook zij.
Het ziet er, met andere woorden, op termijn dus slecht uit voor een woningmarkt die toch al is vastgelopen. Dáárover is iedereen het eens.
Het lijkt er op dat lagere grondprijzen de hoogste prioriteit moeten krijgen. Rijk, gemeenten en projectontwikkelaars hebben in het verleden volop geprofiteerd van de explosief stijgende grondprijzen. Nu is het tijd voor matiging, vooral in het belang van de consument. Ondertussen spelen de betrokken partijen elkaar de zwarte piet toe en schermt de regering met weliswaar hoogst gewenste maar onrealistische bouwambities
Marlies E.C. Pernot
Algemeen directeur van Vereniging Eigen Huis (VEH), Amersfoort

Reageer op dit artikel