nieuws

Gemeenten moeten tandje hoger om lucht schoon te maken

bouwbreed Premium

Op ruim 400 stadswegen in Nederland is de luchtkwaliteit te slecht om te voldoen aan de Europese gezondheidsnormen. Dat blijkt uit een inventarisatie door Milieudefensie van gemeentelijke luchtkwaliteitsrapporten. Bij een vorig onderzoek in september 2005, waren dat er nog 200. Gemeenten moeten een tandje hoger schakelen bij het nemen van concrete maatregelen om de lucht schoner en gezonder te maken, zegt Joris Wijnhoven , campagneleider Verkeer van Milieudefensie.

Rotterdam voert met 76 straten de lijst nog steeds aan, gevolgd door Amsterdam (52), Utrecht (42) en Den Haag (30).
De lijst telt 44 gemeenten. Een belangrijke reden voor groei van de lijst is dat de normen in 2005 strenger waren dan die in 2004. Omdat het totale verkeer langs de stadswegen weinig schoner werd, telden de gemeenten méér overschrijdingen. De lijst is gebaseerd op gegevens uit 2005. Alleen voor Den Haag, Rotterdam en Maastricht moest van 2004 worden uitgegaan; ze hadden hun 2005-rapport nog niet af.

Gesubsidieerd

Het schoon maken van de stadslucht in drukke stadswegen gaat veel te langzaam. We zien dat veel gemeenten allerlei maatregelen weliswaar op papier durven zetten, maar de uitvoering laat te vaak op zich wachten. De meeste grote gemeenten hebben de gemakkelijke maatregelen nu zo langzamerhand wel genomen: het eigen wagenpark van bijvoorbeeld veegwagens, vuilniswagens en de dienstauto van de wethouders wordt schoon gemaakt, de stoplichten zijn zo intelligent mogelijk op elkaar afgestemd en de regionale stad- en streekvervoerders zijn gesubsidieerd om hun bussen versneld schoon te maken. Prima allemaal, maar Milieudefensie constateert in alle nuchterheid dat deze maatregelen nog niet genoeg helpen. Om aan de luchtkwaliteitsnormen te gaan voldoen, moet steviger ingegrepen worden in de verkeersstroom. Het verkeer moet schoner en er moet minder verkeer komen. Milieudefensie doet drie aanbevelingen. Sinds jaar en dag weert Amsterdam in het centrum de meest smerige vrachtwagens. In navolging van de hoofdstad sloten vijftien gemeenten vorig jaar een convenant met de transportsector en het Rijk, waarin werd vastgelegd dat vanaf 1 april 2007 alleen nog vrachtauto’s die voldoen aan de Euronorm 2 of de Euronorm 3 de stad in mogen en per 1 januari 2013 alleen nog vrachtwagens die voldoen aan Euronorm 4. Dat duurt allemaal veel te lang. Dergelijke afspraken zouden ertoe moeten leiden dat bedrijven geprikkeld worden hun oude vrachtwagens sneller te vervangen en versneld de schoonste vrachtwagens aanschaffen. Dan moet het principe niet zijn dat je de smerigste vrachtwagens weert (die bovendien zo zoetjes aan vanzelf wel verdwijnen), maar dat je enkel nog een stadscentrum inkomt met het schoonste van het schoonste: wagens met Euronorm 5. Terecht probeert Amsterdam, die het slappe convenant niet tekende, dit geregeld te krijgen. Laat andere gemeenten dit voorbeeld volgen.

Parkeerbeleid

Niet alleen het type auto’s die door een straat rijden bepalen de mate van luchtvervuiling, maar uiteraard ook de hoeveelheid verkeer. Slechts weinig gemeenten durven de noodzaak te erkennen om het totaal aantal auto’s in de stad ter discussie te stellen. Dat een stevig parkeerbeleid daarvoor het beste instrument is, bewijst Amsterdam. Doordat parkeerplaatsen schaars en duur zijn, is er überhaupt nog een doorkomen aan. Ook Utrecht stak haar nek uit door te erkennen dat het beter zou zijn als mensen ontmoedigd worden de auto naar de stad te pakken en verhoogde per 1 januari haar parkeertarieven. De groeiende lijst van vieze stadswegen ten spijt, kiezen veel gemeenten er nog steeds voor extra parkeercapaciteit te bouwen in of aan de rand van stadscentra. Erg onverstandig, als je liever zou willen dat mensen de fiets of het openbaar vervoer pakken. Slechts een klein deel van het wagenpark veroorzaakt het grootste deel van de luchtvervuiling. Globaal gezegd kun je stellen: hoe ouder een auto, hoe smeriger. Het ligt dus voor de hand niet alleen de smerigste vrachtauto’s, maar ook de meest vieze personenauto’s te weren uit straten waar de luchtkwaliteitsnormen niet gehaald worden.

Labelingsysteem

In Duitsland wordt dit jaar daartoe een labelingsysteem ingevoerd: Oude wagens krijgen een rode sticker, relatief schone een groene (met wat tinten daar tussenin). Gemeenten krijgen het recht straten af te sluiten voor bepaalde categorieën auto’s. Berlijn en Keulen hebben al aangekondigd mee te gaan doen. Met camera’s die kentekens registreren, die gekoppeld zijn aan gegevens over de milieukenmerken van de auto, kan gemakkelijk en goedkoop gehandhaafd worden. Ook in Nederland zouden we een dergelijk landelijk labelingsysteem moeten invoeren. Gemeenten hebben zo veel meer mogelijkheden om aan de luchtkwaliteitsnormen te gaan voldoen. Een must voor de honderdduizenden mensen die nu nog worden blootgesteld aan ongezonde hoeveelheden uitlaatgassen.
Joris Wijnhoven
Campagneleider Verkeer Milieudefensie
Amsterdam

Roetdeeltjes

Langs de 400 stadswegen zit te veel stikstofdioxide (NO 2 ) in de lucht. Volgens wetenschappers wijzen hoge concentraties NO 2 langs drukke stadswegen op de aanwezigheid van veel ultrakleine roetdeeltjes die tot diep in de longen doordringen. De NO 2 -concentraties zijn zo een betrouwbare graadmeter voor de schadelijkheid van de buitenlucht. Hoe meer NO 2 , des te ongezonder de lucht.

Reageer op dit artikel