nieuws

Energiebeheer niet hetzelfde als besparing

bouwbreed Premium

Verantwoord energiebeheer komt niet alleen tot uiting in de systeemsoftware, maar juist ook in de hardware. Om bijvoorbeeld in een groot kantoorgebouw gericht energiekosten te kunnen ‘doorbelasten’, is volgens Jacques Mol van raadgevend adviesbureau Valstar Simonis het plaatsen van verscheidene meters in een gebouw een efficiente eerste oplossing. Dit maakt ‘bewoners’ namelijk bewust en leidt – door actief sturen – tot besparingen.

Eigentijdse kantoren zijn vaak voorzien van zogenaamde flexplekken. Dat vraagt om flexibele installaties, die zijn afgestemd op de gebruiker van nu en de toekomst. Een voorbeeld hiervan is de toepassing van de aanwezigheidsmelder. Als er geen gebruik wordt gemaakt van een ruimte hoeft de verlichting niet aan en het klimaat niet naar comfortbedrijf.

Toekomstgericht

Het beperken van de energievraag in combinatie met het ‘duurzaam opwekken’ hiervan met behulp van warmte- en koude-opslag in de bodem leidt tot een aanzienlijk energiereductie. Het is een geslaagd voorbeeld waarbij door gebruik te maken van nieuwe technieken en bestaande omstandigheden energiebesparing is te realiseren. Valstar Simonis heeft al in het verleden bij enkele renovatieprojecten, zoals voor de Technische Universiteit (TU) van Delft, het stadhuis in Amsterdam en het gebouw van de Centrale Financiële Instellingen (CFI), een onderdeel van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen in Zoetermeer, op dit gebied geadviseerd. Zo wordt inmiddels in het pand van de CFI zowel het klimaat als de verlichting en de zonwering geschakeld. In het pand, met een oppervlakte van circa 78.000 vierkante meter, zijn ongeveer 600 regelaars geplaatst. Dergelijke milieuvriendelijke installaties die duurzaam en toekomstgericht zijn bewijzen daar in ieder geval dat energie- en exploitatiekosten flink omlaag kunnen. Weliswaar zijn de initiële kosten vaak hoger, maar de investering in management van energie betaalt zich terug.
Niet alle gebouwen en installaties zijn echter geschikt voor vergaand energiebeheer en het gebruik van natuurlijke bronnen. Daarom zal voorafgaand aan een project altijd een programma van eisen opgesteld moeten worden, aan de hand waarmee berekend kan worden of de geboden oplossingen inderdaad rendabel zijn.
Een ander voorbeeld van efficiënte energiebesparing door middel van het toepassen van natuurlijke bronnen is de warmte- en koudeopslag in de bodem. Ongeveer vijftien jaar geleden was Valstar Simonis als adviseur betrokken bij het eerste grote project in Nederland met warmte- en koudeopslag. Dat was het stadhuiscomplex en de gemeentebibliotheek in Den Haag, waar daartoe zeven bronnen tussen dertig en tachtig meter diep zijn aangelegd. Dit was destijds het grootste kantoorgebouw in Nederland. De Nederlandse bodem blijkt zich uitermate goed te lenen voor bodemopslag. Langzamerhand wordt deze techniek ook toegepast in Duitsland en België.

Drukker

Tegenwoordig spelen op het gebied van energiebeheer andere zaken een rol dan vroeger, zoals de activiteiten binnen een gebouw. Op maandag is het op kantoor bijvoorbeeld vaak drukker dan op vrijdag. Er wordt dan door de extra bezetting meer warmte geproduceerd en hoeft er door de technische installatie minder warmte te worden gegenereerd. Daarbij komt dat goede isolatie betekent dat bij een normale bezetting vaak geen extra warmte nodig is. Er kan bovendien worden gekeken naar het elektraverbruik (printers, pc’s, en dergelijke). Men maakt binnen de installatie op het gebied van pro-actief sturen nog te weinig gebruik van alle facetten die van invloed zijn. De moderne techniek maakt meer maatwerk mogelijk. En vroeger waren de marges groter: opdrachtgevers kozen voor een veilig ontwerp met grote warmte- en koudemarges. Met de moderne techniek is het goed mogelijk te kijken naar wat werkelijk nodig is. Daardoor kan gelijktijdig ook ingespeeld worden op allerlei bedrijfseconomische, ergonomische en milieubelangen. Deze technische ontwikkelingen houden het vak van raadgevend ingenieur leuk.
Kortom, de techniek gaat hard, maar daarmee worden ook de verwachtingen en wensen van de eindgebruiker steeds hoger. Dat betekent dat opdrachtgever en adviseur elkaar stimuleren om tot optimale en duurzame oplossingen te komen. Zeker ook op het gebied van gebouwinstallaties.
Ir. Jacques Mol
Adjunct-directeur Valstar Simonis, Rijswijk

Reageer op dit artikel