nieuws

‘Waterbouw in Nederland moet meer smoel krijgen’

bouwbreed Premium

Hoewel het baggeren hem met de paplepel is ingegoten – zijn vader werkte op baggerschepen in Canada, Australië en Mexico – noemt hij zichzelf toch vooral ‘een doodgewone lobbyist’. Als nieuwe directeur van de Vereniging van Waterbouwers in bagger-, kust- en oeverwerken VBKO wil Fries Heinis (38) zich met name richten op het onderwijs, meer smoel voor de branche en ‘boter bij de vis’ voor waterbouw.

Want iedereen heeft het wel over de noodzaak van waterbouw, “maar uiteindelijk doen we in Nederland al 25 jaar weinig op dat gebied”. stelt de kersverse directeur. “In Hong Kong, Singapore en Dubai bouwen we volop nieuw land, maar hier blijft het bij praten en voornemens. Die urgentie die er lijkt te zijn, moeten we omzetten in daadkracht. De druk vanuit de wetenschap over de noodzaak tot aanpassing aan het veranderende klimaat, komt als geroepen.”
Aan plannen en ambities ontbreekt het Heinis niet. Na zijn studie Bestuurskunde werkte hij tweeënhalf jaar als persoonlijk medewerker van Johan Remkes. “Heel erg leuk, maar na een tijdje wilde ik zélf wel een keer verantwoordelijkheid en beslissingen nemen.”

Lobbyistenvak

De volgende stap was plaatsvervangend hoofd veiligheidszaken bij de KNVB. “Daar heb ik meegewerkt aan de professionalisering van de clubs. Die werden veelal gedreven door vrijwilligers, en in het betaald voetbal kon dat gewoon niet meer. Een periode waarin ik een hoop leerde over verenigingsmanagement.” Kroon op de periode bij de KNVB was het mede organiseren van Euro 2000.
De fijne kneepjes van het lobbyistenvak leerde Heinis bij VNO-NCW, waar hij zich tot de overstap naar de VBKO bezig hield met het verminderen van de regeldruk voor het bedrijfsleven. Eigenlijk was hij daar een soort vreemde eend in de bijt, blikt Heinis terug. “Ik was geen specialist maar had een post op horizontaal niveau. Ik pleitte voor minder bureaucratie en toezicht in het gehele bedrijfsleven, en niet een bepaalde branche.”

Communicatief

Bij een goede lobby is timing het halve werk, leerde Heinis al doende. “Lobbyen is niet moeilijk, als je maar communicatief bent ingesteld en niet bang bent om mensen te benaderen. Maar je kunt je technieken wel verfijnen. Het gaat erom op het juiste moment de juiste persoon aan te spreken.” Ook is het belangrijk je zaken goed voor te bereiden en niet arrogant te zijn. “Dus geen houding aannemen van: wij vinden dat het zo is, dus doe het maar zo. Wat je vindt, moet je weten te verkopen. Ook niet als je de vereniging bent die 90 procent van het bedrijfsleven vertegenwoordigt, zowel in omzet als in werknemers. Dit helpt je overigens wel om voet aan de grond te krijgen”, geeft Heinis toe. “Bijna iedereen die ik sprak, wist dat VNO-NCW ertoe doet en was bereid te luisteren.”
Hoewel het Heinis uitstekend beviel bij het ‘summum van de lobby’, zoals hij zijn werk daar noemde, bekroop hem de behoefte wat dichter bij ondernemers te staan. “Voor hen doe je je werk, en het is dus heel belangrijk om direct van hen te horen wat ze willen. Ik nam soms een ondernemer mee naar een Kamerlid, om te laten zien wie de mensen zijn die pijn hebben van een bepaalde regel.”
Bij de keuze welke branche het dan moest worden, liet hij zich leiden door inspiratie die hij al van jongs af aan had meegekregen: zijn vader was vroeger baggeraar. “Die verhalen over zijn reizen en de werken die ze deden, vond ik geweldig. Het is helemaal niet moeilijk om kinderen lekker te maken voor de waterbouw.”
De waterbouwbranche was in 2005 goed voor een omzet van ruim 2 miljard en verschafte werkgelegenheid aan 5100 mensen. Bij de VBKO zijn zo’n 140 bedrijven aangesloten. De club is geen onderdeel van Bouwend Nederland en beschikt over een eigen waterbouw-CAO. “De komende jaren moet de sector meer smoel krijgen, duidelijker laten zien wat ze doet. Daarnaast gaat ‘waterveiligheid’ deel uitmaken van het nieuwe regeerakkoord. Dat betekent dat er ook geld voor vrijgemaakt zal worden. Het wordt dé grote uitdaging voor de komende jaren: boter bij de vis, zorgen dat de overheid ook daadwerkelijk gaat investeren in waterbouw.”

Lesprogramma’s

Ook onderwijs is en blijft een speerpunt van de branche, onder andere in de vorm van betrokkenheid bij de ontwikkeling van lesprogramma’s voor mbo, hbo en wo. “Momenteel zijn we bezig met een waterbouw-toolkit voor basisscholen, waarmee kinderen echt iets kunnen leren maken. Dit jaar willen we zo’n toolkit introduceren op 4000 scholen. Bedrijven gaan bij middelbare scholen en het hoger onderwijs langs om te vertellen over hun werkzaamheden. Dit werk biedt zoveel mogelijkheden: je kunt hele belangrijke dingen maken, je kunt ermee naar het buitenland. Waterbouw is spannend!”

Reageer op dit artikel