nieuws

Ketenstrategie

bouwbreed Premium

De huidige groei van de bouwproductie leidt niet alleen bij bouwbedrijven, maar vanzelfsprekend ook bij de bouwtoeleveranciers tot goed gevulde orderportefeuilles. Voor de komende jaren mag op een stijgende omzet worden gerekend. In de Sectorstudie Toeleveranciers Bouw van het Economisch Bureau ING schetsen

De huidige groei van de bouwproductie leidt niet alleen bij bouwbedrijven, maar vanzelfsprekend ook bij de bouwtoeleveranciers tot goed gevulde orderportefeuilles. Voor de komende jaren mag op een stijgende omzet worden gerekend. In de Sectorstudie Toeleveranciers Bouw van het Economisch Bureau ING schetsen
de samenstellers dan ook een zonnig perspectief voor de bedrijven.
Bij het totstandkomen van de studie heeft ING samengewerkt met NVTB en HIBIN, de representanten van de bouwtoeleveringsindustrie en de handelaren in bouwmaterialen.
In de interessante studie is de sector
geplaatst in de totale bouwketen en wordt veel aandacht gegeven aan mogelijke veranderingen die daarin kunnen
optreden. Toeleveranciers kunnen daarbij een initiërende rol spelen.
Het belang van de toeleveranciers voor de bouwproductie is onomstreden. Bestudering van de kostenstructuur van hoofdaannemers in de b&u, zoals die door het Economisch Instituut Bouwnijverheid (EIB) voor 2005 in kaart is gebracht, leert dat rond driekwart van de totale kosten voor rekening komt van de inkoop. Materialen vormen daarvan meer dan helft.
Naast de inschakeling van onderaannemers en het eigen personeel resteren de afschrijvingskosten en als het meezit natuurlijk de winst. Kostenbesparing is een van de mogelijkheden om de winst in stand te houden of te verbeteren. De belangrijkste kostenbesparingen zijn in de loop van de tijd behaald door het overhevelen van werk van de bouwplaats naar toeleveranciers. Dit proces van innovaties vindt nog steeds plaats.
Verschillende onderzoeken (bijvoorbeeld van het EIB) in het verleden en ook nog recent wijzen uit, dat toeleveranciers bij het ontwikkelen van nieuwe materialen en concepten van mening zijn dit vooral op eigen initiatief te doen. Er is maar in geringe mate sprake van samenwerking met de afnemers, dus de bouwbedrijven. De onderzoekers van de ING staan hier uitvoerig bij stil, onderkennen de huidige gang van zaken, maar suggereren toch dat het anders kan. Zij onderscheiden twee mogelijkheden waaruit bedrijven binnen de bouwketen kunnen kiezen.
Bedrijven kunnen zich fixeren op een goed product voor de laagste prijs om daar zoveel mogelijk klanten te bedienen. Ze zouden zich echter ook kunnen manifesteren als speler in een toegevoegde waarde keten. Kwaliteit en duurdere producten staan dan voorop. Leveranties vinden plaats binnen een vaste kring van afnemers, waarmee ook contact worden onderhouden ten behoeve van nieuwe productontwikkeling. Indien enigszins mogelijk vindt inschakeling van de toeleverancier al plaats in de ontwerpfase.
De onderzoekers suggereren dat bedrijven een keuze moeten maken om optimaal de toekomst in te gaan. Kiezen nu het kan, is een deel van de titel van het rapport. Gemeld wordt overigens dat veel bedrijven op twee paarden wedden: laagste kosten, maar ook meer toegevoegde waarde (dus meer winst) door hogere kwaliteit.
Het gemaakte onderscheid komt op mij wat theoretisch over. Zeker in de praktijk van de bouw. Ook wordt de tegenstelling tussen beide varianten nogal zwart-wit geschilderd. Het is immers niet juist dat voortdurend van leverancier wordt gewisseld op basis van de laagste prijs. Er zijn veel bestendige relaties in de sfeer van inkoop, zo goed als bij het inschakelen van onderaannemers.
Voorts is het maken van de keuze niet alleen aan de toeleverancier. Daar zullen zijn beperkte hoeveelheid afnemers in mee moeten gaan. Van grote betekenis is de mate van continuïteit die een beperkte groep afnemers kan bieden aan een fabrikant. De schaalgrootte zou wel eens een belemmerende factor kunnen zijn.
Mogelijk is er voor een beperkt aantal spelers op een deel van de bouwmarkt met bijzondere objecten een rol weggelegd om op afspraak specifieke producten te leveren. Verder geldt voor iedere afzonderlijke toeleverancier dat hij kwaliteit moet leveren. Uiteindelijk wordt een keten gevormd door individuele bedrijven. En die maken hun keuze.
Adri Buur
Buur Consultancy, Hoorn
a.buur@hccnet.nl

Reageer op dit artikel