nieuws

Dynamische verlichting vult tekort aan daglicht aan

bouwbreed Premium

Als in een werkruimte te weinig daglicht binnenkomt kan dynamische verlichting uitkomst bieden. Deze techniek gebruikt daarvoor een armatuur met warm en koel licht. De verhouding tussen beide lichtsoorten wisselt met het moment van de dag. Zo simuleert het armatuur de dynamiek van het daglicht.

Veranderingen in niveau, kleur en verdeling brengen dynamiek in kunstverlichting. Dat lukt evenwel alleen met specifieke armaturen, regelingen en programmatuur, legde Rob Embrechts van Etap uit op een bijeenkomst van het informatiecentrum voor afbouw en inrichting I + I Centre in Delft. Wanneer die benodigdheden van goede kwaliteit zijn kunnen ze met minder energie toe dan conventionele verlichtingssystemen. Dat lukt vooral wanneer sensoren in de armaturen de hoeveelheid kunstlicht aanpassen aan de hoeveelheid daglicht of het licht uitdoen wanneer er niemand in de ruimte is.
De toepassingsspecialist van de verlichtingsfabrikant noemt goede verlichting een deelaspect van de juiste arbeidsomstandigheden. Het is net zo belangrijk als de kwaliteit van het binnenklimaat en het meubilair. Goede verlichting vereenvoudigt de taken. Het speelt ook in op de biologische klok en bepaalt zo mede de alertheid. Hoe meer blauw er in het licht zit hoe groter de invloed op de alertheid. En dat bepaalt mede de veiligheid van nachtwerk.
Ook in kantoren waar weinig of geen daglicht binnenkomt biedt het blauwe licht uitkomst. Daar zijn overigens wel grenzen aan, weet Embrechts; niet iedereen stelt het weinig vriendelijk genoemde licht op prijs. Het mag ook niet als vervanger van daglicht worden gebruikt. Het aandeel blauw in kunstlicht blijft een fractie van wat er in daglicht zit.

Fluorescentielamp

In de simpelste uitvoering van een armatuur voor dynamische verlichting zitten twee fluorescentielampen: een voor warm wit licht van 3000 graden Kelvin en een voor koel wit licht van 6500 graden Kelvin. Die lampen zitten bij voorkeur boven elkaar zodat de lichtprojectie niet verschuift wanneer het warme wit geleidelijk aan plaats maakt voor het koele wit en omgekeerd.
Gemiddeld moet er zo’n 1000 lux aan licht op het oog vallen om goed zicht te krijgen op een taak, rekende Ellie de Groot van TNO uit. De uiteindelijke hoeveelheid hangt volgens de lichtspecialiste mede af van iemands leeftijd, de omgeving, het tijdstip en het seizoen. Vergeleken met de 100.000 lux die daglicht genereert is 1000 lux aan kunstlicht beperkt. NEN-EN 12464 schrijft zelfs 500 lux voor taakverlichting voor. Dat lage niveau is mede vastgesteld om energie te sparen. Architecten en ontwerpers kunnen het effect van het daglicht bevorderen; bijvoorbeeld door te grote ramen en daarmee te hoge contrasten te vermijden en de zonwering niet op het fraaie maar weinig efficiënte ontwerp te kiezen. Te donkere kleuren absorberen het licht en het schrappen van een helderheidswering zet de gebruikers ertoe aan de ramen af te plakken met kranten.
Voorzieningen die in warme landen het zonlicht effectief regelen werken niet in ons deel van de wereld, benadrukte De Groot. Ook plafonds met spiegelende materialen veroorzaken ongemak; de gebruikers zien het verkeer dan op z’n kop voorbij komen wat de aandacht voor het werk hindert.
Hoge ramen en een grote plafondhoogte zorgen wel voor een goede binnenverlichting, al dan niet in combinatie met een lichte vensterbank en lichte dagkanten. Dynamische verlichting is altijd een hulpmiddel dat bij een verkeerd gebruik problemen veroorzaakt, waarschuwde De Groot. Een overmaat aan blauw in het licht kan iemands biologische klok ontregelen en daarmee de alertheid verminderen in plaats van te bevorderen.

Reageer op dit artikel