nieuws

Tweede privatiseringsronde corporaties noodzakelijk

bouwbreed

De eerste privatiseringronde van de woningcorporaties in 1994 heeft economisch een merkwaardig fenomeen opgeleverd: een collectief vermogen van ca €200 miljard op afstand van de overheid. Bij ongewijzigd beleid zal dit vermogen zich binnen 20 jaar verdubbelen tot circa €400 miljard door aanhoudende vraag naar het woonproduct, waardestijgingen, aflossingen en rente conversies. Volgens René Strijland kan een tweede privatiseringsronde van de corporaties de Staat circa € 60 miljard opleveren.

Na rapporten van De Nederlandse Bank, CPB en Raad voor Economische Adviseurs is politiek Den Haag ervan doordrongen dat het vermogen van de woningcorporaties een belangrijk onderwerp zal zijn voor het nieuwe kabinet. “Het geld klotst tegen de plinten op”, zo betitelde Tweede Kamer lid Stef Depla (PvdA) de positie van de woningcorporaties. De VVD heeft in haar verkiezingsprogramma opgenomen dat de woningcorporaties elk jaar 3.5 miljard euro vermogensrendementsheffing in de Staatskas moeten storten.
Heroïek
De eerste privatiseringsronde in 1994 had als basis het over en weer kwijt schelden van leningen van corporaties tegen subsidieverplichtingen van de Staat. Corporaties moeten opereren binnen het Besluit Beheer Sociale Huurwoningen(BBSH) en mogen alleen investeren ten behoeve van de volkshuisvesting. Vermogensoverschotten buiten deze doelstelling vervallen aan de Staat. Het zijn vooral de vermogensoverschotten die een macro-economische anomalie vormen: de stijging ervan sinds 1994 is domweg niet weg te werken in betere volkshuisvesting.
Extra investeringen van corporaties, waar Minister Dekker op aandringt en ook wel successen heeft geboekt, bieden nauwelijks soelaas: het vermogen groeit zo hard dat zelfs al zouden er gouden kranen worden toegepast in nieuwe sociale huurwoningen er nog een forse plus blijft bestaan. Door uit te gaan van afschrijving in 50 jaar houden corporaties hun vermogenspositie laag in de boeken zodat geen afdracht behoeft plaats te vinden.
Ook sociaal vormen de corporaties een anomalie ondanks hun breeduit beleden maatschappelijke taak. De heroïek van de sociale strijd voor betaalbare sociale huisvesting bij de oorsprong van de corporaties in 1901 is omgeslagen in een voor de huurder neerbuigend en afhankelijk systeem zonder perspectief op persoonlijke en economische groei. Door haar omvang en aard werkt het sociale huisvestingsysteem sterk woningmarktverstorend.
Het lijkt heel sociaal om eenderde van de Nederlandse bevolking in een sociale huurwoningen te huisvesten maar het kweekt arme, afhankelijke mensen zonder perspectief. Huurders blijven arm doordat ze niet meedelen in de vermogensgroei en afhankelijk omdat ze zonder vermogen gevangen zitten in het sociale woningstelsel en nauwelijks de overstap kunnen maken naar de echte koopwoningen markt. Daarbij suggereert het dat eenderde van de bevolking behoeftig is en niet in staat om zelfstandig een huis te onderhouden en zorg behoeft van de alom aanwezige corporatie.
Een schromelijke misvatting al was het alleen al omdat diezelfde huurder heel wel in staat is om zijn auto die voor de deur staat te onderhouden, op internet een vliegreis naar Turkije boekt en ook anderszins als moderne consument door het leven gaat. 95 procent van de huur wordt maandelijks precies op tijd betaald. Een tweede privatiseringsronde van de corporaties is noodzakelijk zowel uit macro-economisch – maar vooral ook vanuit maatschappelijk perspectief. Privatisering tot op het laagst mogelijk niveau, nl. dat van de zittende huurder, moet bij deze tweede ronde uitgangspunt zijn. De zittende huurder opgeruimd moet in staat worden gesteld zijn woning tegen huurwaarde, dus tegen gelijke woonlasten, te kunnen verwerven. Daarvoor zijn geen grote wetswijzigingen nodig: een ministeriele aanpassing van het BBSH volstaat.
Hypotheekadvies
Corporatie directeuren geven zelf aan dat circirca 1.6 miljoen huur-huishoudens heel wel in staat zijn om hun eigen huis te onderhouden vermits de woonlasten maar gelijk blijven als in de huursituatie. Modelstudies op basis van gemiddeld € 350 netto woonlasten per maand en een privatisering van 1.6 miljoen huurwoningen naar de zittende huurder levert netto (dus na aflossing, correctie OZB,
Overdrachtsbelasting en contant effect t.g.v. hypotheekrente aftrek) € 70 – €80 miljard op. Ervan uitgaande dat de corporaties voor hun tot ca 800.000 woningen beperkte kerntaak inclusief de thans in gang gezette herstructurering en versnelde nieuwbouwproductie circa € 20 miljard investeringskapitaal nodig hebben valt er voor de Staat ca €60 miljard vrij: dat is eenderde van de staatsschuld. Corporaties dienen voor deze herfinanciering een Corporatie Hypotheek Bank op te richten die exclusiviteit verkrijgt over de hypotheekverstrekking aan de sociale sector. Hun taak verschuift dus van huurincasso naar hypotheekadvies. Met zo’n Corpo Hypotheek Bank kunnen vangnetten gecreëerd worden voor huurders die alsnog misgrijpen. Maar het belangrijkste is dat overkreditering voorkomen moet worden en dat de ‘loan sharks’ buiten de deur gehouden worden. Vooral in de sociale woonsector is Doorlopend Krediet en Persoonlijke Leningen een favoriete leningsvorm. Met deze herfinancieringsoperatie op basis van de onderliggende waarde van de sociale huurwoning kunnen de misstanden op dit gebied, zoals onlangs door de SP bepleit, opgeruimd worden.
Een tweede privatiseringsronde levert 1.6 miljoen nieuwe huiseigenaren op . Dat zijn inclusief gezinsleden bijna 4 miljoen mensen. Al deze mensen worden door eigen woningbezit vermogend. Daar doen we overigens in Wassenaar niet moeilijk over: kom erbij zouden we willen zeggen. Ir R.A.Strijland is ondernemer en
schrijver in Wassenaar.
rene.strijland@gmail.com

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels