nieuws

Stadstaten

bouwbreed

Geen continent zo veranderlijk als Europa. Meer dan in andere werelddelen kenmerkt de geschiedenis zich hier door verschuivende grenzen en door interne verplaatsingen: van bevolkingsgroepen, van machtscentra, van handelsknooppun- ten, van centra van kennis en wetenschap. Dat is ook nu het geval en de ontwikkeling gaat sneller dan ooit. Europa kent steeds grotere verschillen tussen regio’s qua economisch functioneren. Er is sprake van een kernzone van de Europese Unie,

Geen continent zo veranderlijk als Europa. Meer dan in andere werelddelen kenmerkt de geschiedenis zich hier door verschuivende grenzen en door interne verplaatsingen: van bevolkingsgroepen, van machtscentra, van handelsknooppun- ten, van centra van kennis en wetenschap. Dat is ook nu het geval en de ontwikkeling gaat sneller dan ooit. Europa kent steeds grotere verschillen tussen regio’s qua economisch functioneren. Er is sprake van een kernzone van de Europese Unie,
namelijk het gebied tussen de me- tropolen Londen, Parijs, Milaan, München en Hamburg. Deze omvat slechts twintig procent van de oppervlakte, maar draagt vijftig procent bij aan het bruto binnenlands product van Europa.
Binnen dat gebied tekenen zich dan weer economische kernregio’s af: stedelijke knooppunten met een versnelde groei, door een samenballing van centrumfuncties op economisch, cultureel en onderwijsgebied. Het ontstaan van zulke zones is geen welbewust effect van overheidsbeleid, maar door het wegvallen van de landsgrenzen gaat deze ontwikkeling nu wel in een versneld tempo. Denk aan de regio Luik-Aken-Maastricht, het Rhônedal in Zwitserland, de Povlakte in Italië, BrabantStad, de zuid- en noordflank van de Randstad en de zone Leeds-Manchester. De ontwikkeling is grootschaliger dan de stadstaten in het Italië uit de tijd van Machiavelli, maar kent eenzelfde dynamiek.
Hoewel het proces deels ongestuurd plaatsvindt, krijgen bestuurders steeds meer oog voor het positioneren van hun regio op de ranglijst van meest concurrerende gebieden.
Uit vergelijkend onderzoek van TNO blijkt dat de Randstad nog niet verder is gekomen dan de positie van een aardige middenmotor binnen Europa. De trend is zelfs achterwaarts. En dat terwijl de ambitie van de bestuurders in deze regio juist is te gaan behoren tot de top vijf van het Europese continent. Daarvoor moet dus nog heel wat gebeuren.
Een van de problemen is dat de regio te versnipperd is. In zijn Arbeidsmarktanalyse 2006 is de Raad voor Werk en Inkomen zorgelijk over de grote verschillen in werkloosheid binnen de Randstad. In regio’s met een al lage werkloosheid zoals Utrecht nam de werkloosheid verder af, terwijl deze in de andere grote steden juist groeide. Ook naar opleidingsniveau zijn grote discrepanties in de vraag-aanbodsituatie. Werkzoekenden zouden zich daarom veel makkelijker moeten kunnen verplaatsen. Niet alleen betere transportverbindingen zijn dan een vereiste, maar ook een betere integratie op de markt van dienstverlening opdat mensen simpeler van woonplaats kunnen veranderen.
Het laat zich dan ook uittekenen dat de concurrentiekracht van bedrijven in sectoren als wonen, transport en thuiszorg in toenemende mate gaat afhangen van de mate waarin ze regiobreed opereren. Klanten zullen hen steeds meer daarop beoordelen, want dan hebben ze niet de last van een andere leverancier zoeken als zij zich verplaatsen. De ontwikkeling naar Europese kernregio’s is een onmiskenbare trend en als je van deze tijd wilt zijn, pas je je als bedrijf daarop aan.
De noordflank van de Randstad is zo’n regio, waar dus ook woningcorporaties op zullen moeten inspelen. In deze zone vragen klanten om een geïntegreerde woonmarkt. Het is aan woningcorporaties zich klaar te maken voor die vraag, anders worden ze nooit onderneming in de markt.
Drs.ir. F (Fred) Sanders
Directeur-bestuurder woningcorporatie ZVH, Zaandam
fc.sanders@zvh.nl

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels