nieuws

Planbureau: Ruimtelijk beleid moet flexibeler

bouwbreed

De overheid moet op de langere termijn flexibeler zijn in het ruimtelijke beleid. Er zal in de toekomst een groeiende behoefte zijn aan ruimtelijke plannen die snel op een nieuwe ontwikkeling kunnen worden bijgesteld. Daarnaast blijft veel aandacht voor de oude stadswijken geboden: de problemen worden daar na 2020 nog nijpender.

Dat is de boodschap van het Ruimtelijk Planbureau die samen met het Centraal Planbureau en het Milieu en Natuur Planbureau heeft gekeken naar de ruimtelijke ontwikkeling in Nederland tot 2040.
De te verwachten afname van de groei van de bevolking na 2020 heeft in de ogen van het Ruimtelijke Planbureau grote gevolgen voor de ruimtelijke ordening. “We krijgen geen krimp maar wel een afvlakking en dat is iets nieuws voor de ruimtelijke planning. De afname van de bevolkingsgroei vraagt ook een andere manier van kijken van de overheid”, aldus RPB-directeur Wim Derksen.
Volgens het Planbureau moet de overheid al tijdig inspelen op een afnemende behoefte aan nieuwe infrastructuur in de verdere toekomst. Volgens de studie blijft de automobiliteit toenemen, maar is er na 2020 sprake van een geringere groei. Ook de filedruk gaat vanaf 2010 afnemen. De overheid moet daar in de ogen van de onderzoekers rekening mee houden om te voorkomen dat toekomstige investeringen in infrastructuur al snel onrendabel worden .
Als groot probleem voor de toekomst schuiven de onderzoekers de ontwikkeling in de steden naar voren. De problemen zullen in oude stadswijken urgenter worden, voorspellen ze. Bij een geringe bevolkingsgroei is leegstand van woningen in bepaalde wijken te verwachten. De samenstelling van de bevolking zal daarnaast juist in de stadswijken nog eenzijdiger worden, is de verwachting.

Grond

Volgens de studie neemt op de lange termijn de vraag naar ruimte voor woningbouwlocaties en bedrijventerreinen na 2020 af, met uitzondering van de Randstad waar de behoefte aan grond ook na 2020 erg groot blijft. Volgens de berekeningen worden er tot 2020 jaarlijks tussen de 30.000 en 120.000 nieuwe woningen gebouwd. Na 2020 neemt de productie af naar gemiddeld 15.000 tot 105.000 woningen per jaar. Het aandeel koopwoningen in de woningvoorraad neemt in de verdere toekomst flink toe.
Tot 2020 neemt de vraag naar bedrijventerreinen toe. Daarna neemt de vraag af wordt er in bepaalde scenario’s zelfs voorzien dat er helemaal geen behoefte meer aan nieuwe terreinen is wat leidt tot lagere grondprijzen en mogelijk leegstand en verpaupering. De kantorenmarkt volgt die tendens.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels