nieuws

‘Opheffen’ Waterschappen is goed idee

bouwbreed

De PvdA wil de opheffing van waterschappen. Volgens Jelle Leenes op zich een goed idee. De partij bepleit in haar verkiezingsprogramma tevens meer zeggenschap voor gemeenten. Ook daar zit wat in. Maar in combinatie zijn deze voornemens nog onuitvoerbaar. Want veel gemeenten zijn allerminst watergevoelig.

Het is Jan Boelhouwer dan toch gelukt. Als geen ander streeft dit Kamerlid reeds enkele jaren de opheffing na van de Nederlandse waterschappen. Binnen zijn eigen partij heeft hij dit pleit nu gewonnen. De PvdA kondigt in haar concept verkiezingsprogramma als eerste grote politieke stroming de ‘opheffing’ aan van deze instellingen. Boelhouwer’s redenering is goed te volgen. Niet de waterschappen als uitvoerende organisaties moeten verdwijnen maar de waterschappen als achterhaalde bestuurlijke fenomenen. Niet langer is in te zien waarom zij er nog een separate organisatie met eigen bestuurders, eigen verkiezingen en eigen belastingen op na moeten houden. Dat waterschappen ons land al eeuwenlang droog houden, en ook anderszins naar eer en geweten belangrijk werk verrichten, is op zich geen reden om ze persé in hun huidige organisatievorm te handhaven. Die vorm is minimaal bediscussieerbaar, hoe primair woedend de waterschappen ook op het PvdA-voorstel onder meer in Cobouw hebben gereageerd.
De waterschappen doen er met het oog op de volgende kabinetsperiode beter aan zich te realiseren dat onderhand vrijwel Kamerbreed vraagtekens worden geplaatst bij het totale Middenbestuur, de waterschappen niet uitgezonderd. Provincies, stedelijke regio’s en landsdelen liggen even zeer onder vuur. Er moet iets gebeuren. Inderdaad: ‘minder besturen, minder politici, minder regels’. Tot zover is de PvdA goed te volgen.
Vertrouwen
Uit het verkiezingsprogramma van de PvdA (en dat van andere partijen) blijkt tegelijk een flink vertrouwen in de gemeenten. Het lokale bestuur vormt volgens de sociaal-democraten na het Rijk de tweede belangrijke pijler van het binnenlandse bestuur. Gemeenten krijgen, als het aan de PvdA ligt, meer geld en meer taken. Het klinkt aanlokkelijk. Waar anders kunnen burgers beter bij het openbaar bestuur worden betrokken dan op lokaal niveau? Maar zijn de gemeenten daar wel klaar voor? Hebben ze in deze al gepresteerd? Zelf vinden ze wel – ze dringen unisono aan op meer autonomie – maar zijn ze echt al zo ver dat zij met succes taken van andere overheden kunnen overnemen?
Laten we de proef op de som nemen. Laten we zien hoe gemeenten zich gedragen in het waterbeheer. Op het gebied van de riolering bijvoorbeeld, een sector waarvoor ze zelf verantwoordelijk zijn.
Waterafvoer
De Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) becijferde onlangs dat één miljard euro nodig is om de totale rioleringscapaciteit te vergroten. Waarbij werd verwezen naar de sterke toename van stedelijke bebouwing in relatie tot de verandering van het klimaat (hevige regens). Daarbij is in bebouwd gebied nog eens één miljard euro nodig voor maatregelen tegen overlast uit oppervlaktewater. Eenzelfde bedrag is nodig voor de aanpak van grondwaterproblemen.
Drie miljard euro dus ‘om in bebouwd gebied droge voeten te houden’, aldus de VNG. Drie miljard extra dus, want het achterstallig onderhoud en de vervanging van lekke rioleringen kost ook de nodige miljarden. Allemaal rekeningen, die linksom of rechtsom, bij de burger op de deurmat vallen.
Het lijkt een reëel verhaal. Ware het niet dat veel gemeenten deze ontwikkeling door tijdig(er)) ingrijpen zeker ten dele hadden kunnen voorkomen. De gemeenten doen het bovendien voorkomen dat er sprake is van onvoorziene omstandigheden. Dit nu ligt anders. Op het veel-meer-regen-gevolg van de klimaatverandering wordt al jaren gewezen. Niet in de laatste plaats de waterschappen proberen gemeenten er alsmaar van te overtuigen dat zij – goede uitzonderingen daargelaten – eindelijk meer werk moeten maken van hun stedelijke waterbeheer. Geen asfaltwoestenijen op nieuwe bedrijventerreinen meer met andere woorden. Geen nieuwe woonwijken in diepe polders. Maar ook: geen verlaagde stoepen bij winkels, hoe prettig ook voor de cliëntèle. Wel: meer waterpartijen in steden en wijken. En vooral: een tijdige aanpassing en reparatie van de duizenden kilometers verouderde riolen.
Gemeenten hadden al jaren geleden voor dit doel middelen kunnen en moeten reserveren. De gemeentelijke wateropgave had grosso modo veel eerder en breder aangepakt kunnen worden. Dat gemeenten zich, blijkens het publicatietijdstip van het VNG-rapport, over toenemende wateroverlast nu pas écht zorgen lijken te maken en tegelijk suggereren dat de rekening elders gelegd dient te worden, geeft te denken over hun visie en daadkracht.
Waterschappen
Meer zeggenschap voor de gemeenten, ja. Maar de PvdA en andere partijen doen er goed aan eerst maar eens te inventariseren op welke terreinen het lokale bestuur werkelijk klaar voor is een overdracht van taken en bevoegdheden.
Op het terrein van integraal waterbeheer zijn ze nog niet zo ver. In het waterbeheer is verstandiger nog maar even ‘zaken’ te doen met en te luisteren naar de waterschappen. Die zien wel vooruit, reserveren veelal bijtijds voldoende middelen en weten tenminste echt waar het over gaat. Maar dat is iets anders dan daaraan onvoorwaardelijk de conclusie te verbinden dat waterschappen in bestuurlijk opzicht tot in lengte van dagen gevrijwaard moeten blijven van welke discussie dan ook over de toekomstige inrichting van ons bestuurlijke bestel. Als de PvdA en Boelhouwer het zo bedoelen, hebben ze mijns inziens een punt.
Jelle Leenes,
Stichting Nederlandse Waterbond, Utrecht
jelle.leenes@freeler.nl

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels