nieuws

Doseermachine ontwart staaldraadvezels

bouwbreed

Toevoegen van relatief kleine staaldraadvezels kan op beton versterkend werken. Maar dan moeten ze zich wel goed verdelen en niet tot een kluwen ineenhaken. Een soort doseermachine kan helpen.

octrooi
nummer: 1027324
houder: Flaminex, Poperinge (B)
uitvinder: C. Degrijs e Voor het versterken van beton zijn 40 à 60 millimeter lange staaldraadvezels te gebruiken: kronkelige draadjes, al dan niet voorzien van eindhaakjes. Ze zijn onder andere toepasbaar in betonnen vloeren, palen, kelderwanden en tunnelsegmenten. De draadjes worden veelal netjes zij-aan-zij aan elkaar geplakt met wateroplosbare lijm, om ineenhaken te voorkomen. Na het toevoegen van deze plaatjes aan de betonmortel lost de lijm op en komen de losse staaldraadvezels vrij. Toch wijst uitvinder C. Degrijse uit het Belgische Poperinge er op dat deze ‘wapeningsmateriaaldeeltjes’ de neiging hebben zich in hun verpakking onderling in elkaar te haken. Met een ongewenste kluwen van staaldraadvezels als gevolg. En dat terwijl de vezels zich voor een optimaal verstevigend effect juist zo homogeen mogelijk door de betonmortel moeten verspreiden. Zonder voldoende ontwarring heeft een aanbevolen hoeveelheid vezels een te gering verstevigend effect in het beton en zal men extra vezels moeten doseren om dat te compenseren. Met als gevolg hogere kosten.
Inrichting
Degrijse bedacht een ‘inrichting’ voor het goed van elkaar scheiden van staaldraadvezels die uiteindelijk moeten worden verwerkt in een te storten betonmortel. De vinding bestaat uit een cilindervormige trommel met een diameter van 600 mm, opgebouwd uit twee cirkelvormige, kopse wanden met langs de randen een cirkelvormige serie gaten. Tussen de gaten in de tegenover elkaar liggende kopse wanden lopen rondstalen met daartussen spleetvormige openingen. In doorsnede gezien levert dit zandlopervormige openingen op, die het ‘invangen’ van staaldraadvezels sterk vereenvoudigen.
De rondstalen hebben een diameter van ongeveer 12 millimeter, zijn aan hun uiteinden voorzien van schroefdraad en zitten met moeren vast aan de kopse wanden. Zo vormen ze de half-doorlaatbare derde wand van de cilindervormige trommel, die in zijn geheel roteerbaar is rond zijn hartlijn. De te ontwarren vezels bereiken de trommel via een toevoergoot die steekt in een centrale opening in een van de kopse wanden. De door het ronddraaien losgeraakte vezels verlaten de trommel stuk voor stuk via de spleetvormige openingen tussen de rondstalen.
Gelijksoortig
Volgens de octrooitekst “kan de individualiserende werkzaamheid van de trommel verder worden vergroot door het toevoegen van een aantal coaxiale cilindrische sub-omtreksdelen die bij voorkeur gelijksoortig zijn”. Dat wil zeggen dat er binnen de uit rondstalen opgebouwde buitenwand nog een uit vergelijkbare rondstalen opgebouwde binnenwand kan zitten. In bijgaande figuur zijn in de kopse wand dan ook twee concentrische cirkels van gaten te zien. Rondom de trommel zit tot slot een afschermlichaam met aan de onderzijde een afvoertrechter. Het afschermlichaam moet het rondsproeien van staaldraadvezels voorkomen. Daarbij zijn twee uitvoeringen mogelijk. Bij een nauwsluitend afschermlichaam kunnen de vezels de trommel alleen aan de onderzijde verlaten. Bij een iets ruimere versie kunnen de vezels de trommel ook op een hogere plaats verlaten, maar begeleidt het afschermlichaam ze vervolgens toch naar beneden, naar de opvangtrechter die uitmondt op een transportband.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels