nieuws

Belgische erkenningsregeling stamt nog uit periode van wederopbouw

bouwbreed

– Bij de behandeling van de nieuwe Aanbestedingswet in de Tweede Kamer zal een aantal fracties er op aandringen dat in ons land wordt gewerkt met een erkenningssysteem zoals dat in België bestaat. Hoe ziet die Belgische regeling er nu precies uit?

Belgische aannemers die overheidsopdrachten willen uitvoeren, moeten erkend worden. Dit gebeurt door de ge­wes­telijke overheid. De erkenning moet eens in de vijf jaar worden verlengd. De wet op de erkenning van aannemers bepaalt dat de aannemer om werken van bepaalde aard en omvang aan te kunnen, voldoende technisch bekwaam moet zijn en genoeg financiële draagkracht moet bezitten.
Dit erkenningssysteem werd door de Belgische overheid ingevoerd na de Tweede Wereldoorlog om de wederopbouw van België in goede banen te leiden en een moderne infrastructuur uit te bouwen.
Een erkenning is vereist in alle volgende gevallen: voor overheidsopdrachten voor de federale regering, de gewestregeringen van Vlaanderen, Wallonië en Brussel, de provincies, gemeenten en semi-staatsinstellingen en -bedrijven.
Overheidsopdrachten
Ook voor opdrachten van andere rechtspersonen waarop de overheidsopdrachtenwetgeving van toepassing is bijvoorbeeld gesubsidieerde universitaire instellingen, en voor privéwerken die voor minstens 25 procent door bovengenoemde overheden worden gefinancierd, is een erkenning vereist.
Toch mag een erkend bouwbedrijf niet om het even welk werk voor om het even welk bedrag uitvoeren.
De aard en moeilijkheidsgraad van overheidswerken is immers verschillend en daarom zijn deze werken opgedeeld in categorieën en ondercategorie ë n. Die zijn op hun beurt weer ingedeeld in acht klassen. Bij klasse 1 gaat het om werken tot 135.000 euro, oplopend tot 5.330.000 euro voor klasse 7 en méér dan 5.330.000 euro voor klasse 8. De overheid bepaalt voor elke onderneming in welke categorie of ondercategorie zij werken mag uitvoeren en in welke klasse ze thuishoort.
In de erkenningsprocedure speelt de ‘Commissie voor Erkenning der Aannemers’, kortweg ‘erkenningscommissie’ genoemd, een belangrijke administratieve en adviserende rol.
Harry Vanmeerbeek, lid van de erkenningscommissie en directielid bij de nationale aannemersorganisatie Confederatie Bouw vat de bedoeling van de overheid als volgt samen:
“Door in functie van de aard en de omvang van het uit te voeren werk een aantal criteria op te leggen op het gebied van kwaliteit van het personeel en het aantal werknemers, uitgevoerde referentiewerken, omzet aan werken en financiële draagkracht, streefde de overheid ernaar om, na selectie op basis van prijs, bekwame aannemers het werk te laten uitvoeren.”
Bedoeling
Volgens Vanmeerbeek werkt het systeem zeker naar behoren: “Omdat de aannemers tegelijkertijd aan de verschillende hierboven vermelde criteria moeten voldoen en bovendien om de vijf jaar opnieuw doorgelicht worden, vereist dit van de bouwbedrijven het inbouwen van een aantal kwaliteitsaspecten. In vergelijking met bijvoorbeeld ISO-normen heeft de erkenning een veel bredere aanpak. Werkreferenties alsmede kwalificaties en ervaring van het personeel zijn noodzakelijk. De meeste aannemers proberen in de loop van de jaren een hogere klasse (van 1 tot 8) te verkrijgen en moeten daarom inspanningen verrichten om het beheer van hun onderneming te verbeteren. Bovendien wordt de erkenning in belangrijke mate verleend op basis van zelf uitgevoerde werken.”
De erkenningscommissie is samengesteld uit vertegenwoordigers van de overheid, de aannemers en de werknemers en wordt voorgezeten door een rechter, P. Blondeel. Vanmeerbeek: “Dit garandeert een beoordeling vanuit verschillende hoeken en waakzaamheid ten aanzien van overtredingen, die tot schrapping of schorsing van de erkenning aanleiding kunnen geven. De erkenningscommissie adviseert en de bevoegde gewestelijke minister beslist.”
Kwaliteitslabel
“Momenteel bezitten ongeveer 9000 ondernemingen een erkenning, niet alleen om overheidsopdrachten uit te voeren. Ze zijn op die manier ook in het bezit van een kwaliteitslabel waarop hun private opdrachtgevers kunnen vertrouwen. Naar schatting een goede 100 Nederlandse bedrijven, merendeels in België gevestigd, is eveneens in het bezit van een erkenning.”
Een ander voordeel van het Belgische systeem is volgens Vanmeerbeek dat de erkenning gratis door de overheid wordt toegekend en daardoor veel succes heeft bij de kleine bedrijven.
Waakzaam
Vanmeerbeek: “Op die manier krijgen ze gratis een kwaliteitslabel. De kosten voor een ISO-label liggen voor deze bedrijven meestal te hoog. Nog een pluspunt is dat, gezien de onderverdeling in klassen en in categorieën en ondercategorie ë n, transparantie van aanbodzijde wordt verkregen. Deze gegevens zijn publiek en gemakkelijk hanteerbaar. Anderzijds is de indeling in categorieën en ondercategorie ë n voor verbetering vatbaar gezien het gebruik van nieuwe materialen en technieken en het hogere marktaandeel van de renovatie en restauratie van gebouwen.”
De vijfjaarlijkse herziening van de erkenning verplicht de aannemer volgens Vanmeerbeek om constant waakzaam te zijn, maar vergt anderzijds een relatief beperkte administratieve inspanning om zijn verlengingsaanvraag samen te stellen. “Omdat er in vijf jaar veel kan gebeuren, is een erkenning dan ook geen absolute garantie. Maar een alert opdrachtgever kijkt allicht ook een beetje verder”, zo besluit hij.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels