nieuws

Victor Gruen was visionair ontwerper

bouwbreed

De carrière van Victor Gruen, geboren in 1903 in Wenen, daar overleden in 1980, maar tussen 1938 en 1968 wonend en werkend in Amerika, is volgens auteur Alex Wall op te delen in vier opeenvolgende onderdelen. Gruen werd bekend met ontwerpen voor winkels in Wenen en New York. Daarna boog hij zich over regionale winkelcentra, […]

De carrière van Victor Gruen, geboren in 1903 in Wenen, daar overleden in 1980, maar tussen 1938 en 1968 wonend en werkend in Amerika, is volgens auteur Alex Wall op te delen in vier opeenvolgende onderdelen. Gruen werd bekend met ontwerpen voor winkels in Wenen en New York. Daarna boog hij zich over regionale winkelcentra, waarbij het hem vooral ging om het geven van identiteit aan een toch in eerste instantie voor de commercie aangelegd suburbaan winkelpark.

Het derde deel van zijn carrière wijdde Gruen aan stedelijke herontwikkeling, vooral vanwege de zorgwekkende teloorgang van Amerikaanse downtowns. Aan het einde van zijn loopbaan hield hij zich vooral bezig met duurzaamheid, getuige de â��environmental planning foundationsâ� ¼� die hij oprichtte in Los Angeles en Wenen.

Het belangrijkste aan het boek over Victor Gruen is het feit dat het juist nu wordt uitgebracht, in een periode waarin niemand meer in de maakbaarheid van de samenleving gelooft, waarin het zoeken naar lokale gezelligheid en nationale identiteit voorop staat en waarin de discussies over Vinexlocaties en stedelijke vernieuwingsgebieden werkelijk alle kanten op gaan.

Hoe het precies �moet�? We lijken het even niet meer te weten. De door Gruen en consorten jaren geleden aangedragen thema�s en oplossingen lijken na lezing van dit boek actueel en geschikt voor de problematiek waarvoor Nederland zich in het begin van de 21ste eeuw ziet gesteld. Gruen was óf zijn tijd ver vooruit, óf de problemen van nu verschillen in de kern niet zoveel met die van toen. Het lijkt allebei waar. De kern van de vraag blijft deze: hoe maak je een stad of een wijk die �werkt� én lang meegaat? In ieder geval niet te groot: volgens Gruen was een stad een eindig wat betreft grootte, met een omslagpunt bij 1,5 miljoen inwoners. Daarna was één centrum niet meer genoeg en moesten er sterke subcenters komen. Wat dat betreft is er dus niets aan de hand bij ons. Maar dan.

Het draait om identiteit en openbare ruimte. Ieder �goed� ontwerp begint met een ontwerper die iets wil in programmatische zin, die in staat is dat in een betekenisvolle vorm te gieten en dat vervolgens in allerlei vergaderingen overtuigend over het voetlicht kan brengen.

Niet iedere Nederlandse ontwerper zal, net als Gruen, een theaterachtergrond hebben, maar wie iets gebouwd wil krijgen, zal het ook moeten verkopen. Daar zit de kern van Gruens carrière. Wie ooit begonnen is als winkelarchitect, snapt goed wat de drijfveren van de commercie zijn; zo goed, dat hij altijd argumenten heeft om ondernemers op hun eigen onderwerp (het verhogen van de winst) te kunnen overtuigen.

Zijn carrière richting stedenbouw is niet zo verwonderlijk: steden zijn immers veelal ontstaan rond de marktplaats en hebben dus altijd een economische grondslag. Zijn plan voor het winkelcentrum Northland (1954, vlakbij Detroit) noemde zij kort na de opening al een klassieker. Vooral omdat hier het concept van het middeleeuwse marktplein was vertaald naar het idioom van het moderne winkelcentrum.

Nog een laatste tip uit het verleden. Volgens Gruen moest de architect in �deze tijd van consumptie, suburbanisatie en mobiliteit� (hij schreef dat in 1957!) een generalist zijn, die naast ontwerper, manager en communicator ook uitblonk als leidinggevende van een interdisciplinair samengesteld team. Raak! Want is dit niet precies de essentie van het onlangs verschenen BNA-persbericht naar aanleiding van de gebeurtenissen bij winkelcentrum Bos en Lommer? Een goede theorie is nooit te oud om van te leren.

Allard Jolles

Architectuurhistoricus

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels