nieuws

Geprefabriceerde geothermische paal

bouwbreed

Het maken van een geothermische paal  kan meteen plaatsvinden na het produceren van het uitgangsmateriaal, de holle heipaal. Dat scheelt kostbare activiteiten op de bouwplaats.

AANHEF_SUB:octrooi

nummer: 1026629

houder: A. Jansen BV, Son

uitvinder: A. de Veer

Het principe van de geothermische paal is bekend: via slangen in lange, holle palen circuleert een warmteuitwisselingsvloeistof die, al naar gelang zijn eigen temperatuur, diep in de bodem warmte kan opnemen of juist afstaan. In de zomer verdwijnt opgewarmd �koelwater� uit een woning of bedrijf diep de paal in, om daar aan de veel minder warme bodem warmte af te staan. Aangenaam afgekoeld komt het weer naar boven, om daar een nieuwe lading warmte op te nemen. Omgekeerd kan in de winter de uitwisselingsvloeistof vanuit de diepte warmte meenemen naar dezelfde, nu veel koudere verblijfsruimten boven de grond.

Om het speciale van zijn eigen geothermische paal aan te geven, verwijst uitvinder A. de Veer naar twee al eerder, aan anderen verleende octrooien. Het ene is een Amerikaans patent. Het tweede een Nederlands octrooi en toevalligerwijs op een vinding die al weer een tijdje geleden in deze rubriek is behandeld: een geothermische paal met aan de bovenkant een knievormig, zijwaarts aansluitstuk. De Veer vindt dat deze voorgangers te veel werkzaamheden op de bouwplaats vergen en dat daarmee relatief hoge kosten zijn gemoeid. Zijn eigen vinding “beoogt een werkwijze te verschaffen waarmee het mogelijk is geothermische betonnen heipalen te vervaardigen die, voordat zij in een bodem worden gedreven, reeds zijn voorzien van een afgesloten ruimte zonder dat dit het productieproces van dergelijke heipalen al te zeer nadelig beïnvloedt”.

De geothermische paal wordt gemaakt uit een betonnen, geëxtrudeerde, holle heipaal die horizontaal uit zijn productieproces komt en zonder verdere manipulatie in die liggende positie wordt omgebouwd. In de langswand van de paal wordt een doorgang gemaakt, om twee ronde schijven van schuimmateriaal te kunnen inbrengen in de cilindervormige binnenholte.

Via de nabij gelegen opening aan de beoogde kop van de paal worden door boringen in de schijven een toevoer- en een afvoerleiding  gestoken. Hun uiteinden komen – zover mogelijk van elkaar – uit in de holte tussen de de �onderste� schijf en de nu nog open onderzijde van de paal. De ruimte tussen de schijven wordt vloeistofdicht opgevuld met een krimpvrije mortel die goed aan het beton hecht. Daarna of gelijktijdig wordt ook de onderkant van de paal afgesloten, met een vergelijkbare  afdichting. In de paal is zo een afgesloten compartiment ontstaan voor de circulatie van de warmteuitwisselingsvloeistof.

De Veer laat in de beschrijving van de gepatenteerde werkwijze weinig aan het toeval over. Zo raadt hij aan de afmetingen van de doorgang zó ruim kiezen dat de afscheidingselementen daadwerkelijk in de paal kunnen worden aangebracht. En de vulmortel moet voldoende dun zijn om de naden tussen de afdichtschijven en de binnenwand van de paal goed af te dichten. Maar niet weer niet zó dun, dat de mortel de naden volledig passeert waardoor de te vullen ruimte leegloopt. En, bij het vullen moet de vulopening aan de bovenkant zitten, dat werkt makkelijker. Het octrooi omvat overigens ook een alternatieve werkwijze, waarbij de schijven via de open kopse kant de paal in schuiven.

Hoe het met de vinding van De Veer gaat is, vanwege de vakantietijd, niet zo snel boven water te krijgen. Maar de geothermische paal is al in productie en is al toegepast, weet de receptioniste.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels