nieuws

Politiek vreest macht van woningcorporaties

bouwbreed

den haag – Corporatiedirecteuren twijfelen er niet aan. De huidige woningmarkt vraagt om professionele sociale huisvesters. En hét antwoord op die vraag is schaalvergroting, fusies dus. De Haagse politiek denkt daar anders over. Politici vinden grote sociale huisvesters veel te machtig.

AANHEF_SUB:beschouwing

Vlak voor het begin van het zomerreces boekte PvdA-kamerlid Staf Depla een klein succesje. Hij loodste een motie door de Tweede Kamer die minister Dekker van Volkshuisvesting vraagt extra kritisch te kijken naar fusiecorporaties die groter worden dan 10.000 woningen. Met de introductie van het �Nee, tenzij-principe� wil Depla corporaties verplichten fusies uitgebreid aan de Kamer toe te lichten.

Volgens Depla blijkt uit onderzoek van de financieel toezichthouder van de sector, het Centraal Fonds Volkshuisvesting (CFV), dat bij corporaties met meer dan 10.000 woningen de kosten alleen nog maar stijgen. Daarbij vindt de parlementariër het een kwalijke zaak dat de sociale huisvesters veel kostbare tijd verspelen aan fusies. Die energie kunnen zij volgens Depla beter steken in het bouwen van nieuwe woningen.

De grens die Depla in zijn motie noemt, komt nogal onrealistisch over. Als gevolg van de fusiegolf die door de sector trekt, zijn met name in de Randstad corporaties ontstaan die vele malen groter zijn. Zo beheert Ymere, de grootste corporatie van Amsterdam, meer dan 40.000 woningen. Een andere snelle groeier is het Rotterdamse Woonbron, dat de afgelopen jaren via fusies een woningbestand heeft opgebouwd van zo�n 50.000 woningen.

Behalve zorgen over de bedrijfsvoering van een fusiecorporatie, zit Depla ook in zijn maag met de macht van een grote corporatie. Hij verwijst naar de Eindhovense fusie Woonbedrijf, die met 30.000 woningen goed is voor de helft van het lokale sociale woningaanbod.

De Nederlandse Mededingingsautoriteit (Nma) gaf in juni goedkeuring voor de fusie met als belangrijkste argument dat er door de woningschaarste in Eindhoven geen sprake is van concurrentie. In reactie op de Nma waarschuwt Depla voor de situatie die zou kunnen ontstaan als er wél voldoende aanbod is voor een gezond concurrerende woningmarkt. Dan zitten de Eindhovenaren met een sociale verhuurder die zo groot en machtig is dat hij zich nergens meer wat van aantrekt en bijvoorbeeld zonder problemen de huren verhoogt.

Directeur Peter Boerenfijn van brancheorganisatie Aedes laveert behendig om de kliffen in Depla�s motie heen. “Ik kan de motie niet anders lezen dan dat Depla wil dat getoetst wordt of er lokaal wel draagvlak voor een fusie is. Dat gebeurt nu al. Een corporatie krijgt pas toestemming voor een fusie als de huurdersvereniging en de gemeente er achter staan.”

Depla�s beargumentering lijkt met de woorden van Boerenfijn indachtig niet meer dan een theoretische oefening. De grens van 10.000 woningen die Depla in zijn motie noemt is niet realistisch, in de wens om lokaal draagvlak is al voorzien en de verwachting van Depla dat er binnen afzienbare tijd in Nederland een aanbod gestuurde woningmarkt ontstaat is niet reëel.

Waar zou Depla zich dan zorgen over maken? Wellicht worden zijn zorgen niet gevoed door het vermeende bedreigde lokale belang, maar eerder door de belangen die in Den Haag op het spel staan. Als kamerlid heeft Depla de afgelopen jaren zijn best gedaan grip te krijgen op de corporatiesector. Maar het tastbare resultaat van zijn inspanningen blijft vooralsnog uit. En de toekomst voorspelt met steeds groter wordende corporaties weinig goeds.

De motie van Depla lijkt daarmee eerder een opstapje naar de verkiezingen in november dit jaar. Na een overwinning van de PvdA wil Depla als minister van Volkshuisvesting dan nog wel wat in de melk te brokkelen hebben.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels