nieuws

Mengelmoes werknemers slecht voor arbeidsomstandigheden

bouwbreed

Het gaat niet goed met de arbeidsomstandigheden in de bouwnijverheid, blijkt uit het jaarverslag van Arbouw. Op verschillende gebieden laten de cijfers een verslechterend beeld zien. Cees van Vliet werpt zijn licht op dit resultaat.

Ik zal er geen doekjes om winden. In 2005 is de bouwnijverheid onveiliger en ongezonder geworden. Zo is het aantal dodelijke ongevallen fors gestegen, van 6 in 2004 naar 11 in 2005. En na een jarenlange daling van de gezondheidsklachten is er op een groot aantal aspecten weer sprake van een stijging. Als het gaat om cijfers is het lastig om een verklaring te geven voor een positieve of negatieve tendens. Bovendien moet je op basis van jaarcijfers niet al te harde conclusies trekken; een volgend jaar kan het beeld weer omgekeerd zijn.

Verontrustend zijn de cijfers wel. Daarom wil ik een poging doen om één of meer tendensen aan te wijzen die mogelijk van invloed zijn geweest. Zo valt op dat het werktempo de laatste jaren is toegenomen. Driekwart van het uitvoerend, technisch en administratief personeel heeft last van hoge werkdruk. Bij 13 procent mondt de druk uit in stress.

Gympiesvolk

Belangrijker nog is de veranderende populatie op de bouwplaats. Deze wordt een steeds bontere verzameling van mensen. Het aantal zelfstandigen en buitenlandse werknemers neemt toe. Daarbij is volgens de arbeidsinspectie een niet te onderschatten groep illegalen in de bouwnijverheid werkzaam. Bovendien wordt de bouwplaats steeds vaker betreden door mensen die het vak snel hebben geleerd om zodoende in korte tijd een leuk inkomen te vergaren. Gympiesvolk, worden deze mensen ook wel eens genoemd. Zij danken hun naam aan het feit dat zij de bouwplaats soms letterlijk op sportschoenen betreden (overigens niet te verwarren met sommige veiligheidsschoenen die er als sportschoenen uitzien). Dragen ze de goede schoenen wel, dan laten zij zich soms op andere gebieden van hun slechtste kant zien. Veiligheidsschoenen of niet, voor mij blijven deze mensen dan gewoon gympiesvolk.

De grote verscheidenheid binnen de arbeidspopulatie brengt de arbeidsomstandigheden in gevaar. Een simpel vergelijk met vroeger leert dat steeds minder vakmensen op de bouwplaats rondlopen.

Door het snel op- en aflopen van personeel zijn de orde en netheid lastig te bewaren, is er minder affiniteit met de veiligheid en worden minder vaak onveilige situaties aangekaart. Ook zie je steeds minder opruimers en is er tegenwoordig vaak maar één hoofduitvoerder die verschillende onderaannemers moet aansturen, waar er vroeger diverse uitvoerders waren. Een oplossing voor dit probleem is niet snel gevonden. De tijd van vroeger is voorbij. We zullen moeten accepteren dat de diversiteit op de bouwplaats een logisch gevolg is van economische en politieke veranderingen, die soms nodig zijn om het voortbestaan van onze bedrijfstak veilig te stellen.

Wel is het evident dat de werkgevers zo goed mogelijk op de veranderingen in moeten spelen. De vakmensen zijn vaak oplettend en goed opgeleid, maar bij de overige groepen is dit vaak minder goed voor elkaar. Werkgevers doen er dus goed aan deze groepen nauwkeurig voor te lichten. Ook is het belangrijk om ervoor te zorgen dat alle vereiste voorzieningen zijn aangebracht en intact worden gelaten.

Om de grote verscheidenheid op de bouwplaats het hoofd te bieden, zal de bouwplaatsleiding er bovendien bijzonder dicht op moeten zitten. Startgesprekken zijn belangrijk. Uitvoerders moeten ook niet schromen om een werknemer wegens slecht gedrag van het werk te sturen.

Stimuleer ook de mondigheid. Dit bevordert de transparantie. De uitvoerder kan tenslotte niet overal tegelijk zijn, maar de mensen op de steiger vormen een belangrijke verruiming van zijn blikveld. Dankzij de mobiele telefoon kan een risicovolle situatie direct worden aangekaart en adequaat worden opgelost. Wanneer het dan toch mis gaat, zal hieruit lering moeten worden getrokken. Wanneer een ongeval plaatsvindt, zal de bedrijfsleiding er alles aan moeten doen om een dergelijk ongeval in de toekomst te voorkomen. Vaak geschiedt dat niet. In maar liefst 40 procent van de arbeidsongevallen in 2005 werden geen maatregelen genomen om een soortgelijk ongeval in de toekomst te voorkomen.

Van de werknemers die het slachtoffer zijn geworden van een ongeval, zegt bovendien 31procent geen voorlichting te hebben gekregen over de manier waarop zij het werk veilig kunnen uitvoeren. Van hen kreeg 29 procent geen instructie over het gebruik van de persoonlijke beschermingsmiddelen.

Randvoorwaarden

Dat moet dus beter. Werkgevers moeten hun verantwoordelijkheid nemen. Werknemers moeten zich houden aan de regels en instructie. Daarnaast zijn ook de randvoorwaarden van belang. Het is al vaker gezegd: architecten en opdrachtgevers moeten zich meer met de arbeidsomstandigheden bezighouden. De arbeidsinspectie moet hier meer op controleren. Ook zal de overheid waar ze optreedt als wetgever haar verantwoordelijkheid moeten nemen. U vast bekend; de overheid wil de Arbowet versoberen en grotere verantwoordelijkheid bij sociale partners neerleggen. De zogenoemde Arbocatalogus die werkgevers en werknemers samen zullen maken, moet mijns inziens gelden voor alle aanwezigen op de bouwplaats. Hieronder valt wat mij betreft ook de groep zelfstandigheden, hoewel niet alle partijen het daar mee eens zullen zijn. Maar ik vind uniformiteit belangrijk.

Uniformiteit schept duidelijkheid en maakt de gezondheid en veiligheid een zaak van iedereen. In deze hectische tijden waarin het soms moeilijk is het overzicht te bewaren, is de gezamenlijke verantwoordelijkheid van groot belang. Een ieder heeft recht op goede arbeidsomstandigheden, maar heeft hierin ook plichten.

Driekwart van het personeel heeft last van hoge werkdruk

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels