nieuws

Innoveren

bouwbreed

De bouw moet innoveren. Wie je ook spreekt, opdrachtgevers, eindgebruikers of bouwbedrijven, ze zijn het over één ding eens: innoveren moet. Daarna breekt er echter een babyloni- sche spraakverwarring uit. Dat bleek nog weer eens op het mooie initiatief van TSM op een middag in mei, waar jonge potentials en zittende bestuurders discussieerden over leiderschap […]

De bouw moet innoveren. Wie je ook spreekt, opdrachtgevers, eindgebruikers of bouwbedrijven, ze zijn het over één ding eens: innoveren moet. Daarna breekt er echter een babyloni-

sche spraakverwarring uit. Dat bleek nog weer eens op het mooie initiatief van TSM op een middag in mei, waar jonge potentials en zittende bestuurders discussieerden over leiderschap in de bouw. “We zijn”, aldus een bouwondernemer, “wel innovatief. Kijk maar

naar dat product. Of die contractvorm”.

“Jullie zijn helemaal niet innovatief”, riep een opdrachtgever: “Het is dat wij er over beginnen”. Welles. Nietes. Innoveren is een containerbegrip. Het gaat om vernieuwen, om een nieuwigheidje invoeren (let op het verkleinwoord, volgens Van Dale). En tja, dan is innoveren natuurlijk dagelijkse kost. Dat dat kennelijk in de bouw niet zo is, dat is volgens mij het hoofdprobleem. Maar laten we niet gaan jeremiëren, dat gebeurt al genoeg. Laten we juist de ideale situatie eens beschrijven.

Bouwbedrijven zoeken naar toegevoegde waarde voor hun klant. Redeneren sterk vanuit de problemen en vragen van de klant en zoeken daarbij meerdere oplossingen. Houden daarbij ook rekening met de belangen en de randvoorwaarden van de klant. Met andere woorden, “Serving the customer”, zoals Amerikanen dat zo mooi zeggen. Het is logisch dat de oplossing die wordt aangeboden nu eens een technische, dan weer een financiële is. En als er sprake is van een leverantie gaat dat gepaard met een eenvoudige contractsafspraak, maar als er ook sprake is van het overnemen van verantwoordelijkheden voor onderhoud bijvoorbeeld, dan wordt ook het contract ingewikkelder.

Om in de markt toch een onderscheiden positie te behouden is elke oplossing van vandaag voor iedereen morgen toegankelijk. Dat betekent dat innovatieve bedrijven elke dag hun innovatie van gisteren moeten verbeteren om voorsprong te behouden. Marktinnovaties gaan niet alleen over nieuwe producten en diensten, maar ook over andere contractvormen en financiële constructies. Bovenal gaat het om een andere houding: die van betrokkenheid bij de klant en die van dienstverlening.

Wanneer de opdracht binnen is, moet het product worden gemaakt of de dienst geleverd. Een bouwonderneming is een projectenbedrijf, dat bij uitstek in staat is om projecten op tijd, binnen afgesproken budgetten en van goede kwaliteit te maken. Dat betekent dat de werkprocessen goed beschreven zijn en strak kunnen worden georganiseerd, dat de planning minutieus doordacht is, dat logistieke processen van toelevering, onderaanneming en inzet van specialisten precies op elkaar kunnen worden afgesteld en dat kwaliteitsborging niet alleen intern op orde is, maar ook door alle externen wordt gegarandeerd.

Binnen projecten is het logisch dat problemen worden opgelost en niet via meerwerk worden doorgeschoven naar de klant. Sharing van inverdieneffecten met de klant is normaal (zoals beproefd in alliantiecontracten). Bouwbedrijven hebben zich ontwikkeld tot lerende organisaties. Het centraal stellen van procesinnovaties is een breuk met het beeld dat bouwbedrijven zwervende fabrieken zijn, die uitblinken in het uitvoeren van unieke projecten, die al improviserend op rommelige bouwplaatsen in elkaar worden geknutseld.

Ook aan de achterkant van het bouwproces is de bouw innovatief geworden. De bouw levert gegarandeerde producten.

Het vasthouden van klanten is sterk ontwikkeld. Niet alleen via onderhoudscontracten, maar ook via andere rollen: financieringsconstructies; leasing van woningen en gebouwen; terugkoopgaranties; inruilprogramma�s; enzovoort.

Wat in de wereld van auto�s, caravans en boten normaal is, is dat ook in de bouw. We hebben het hier dus niet over �after sales�, maar over het oude adagium, dat het makkelijker is om een bestaande klant vast te houden, dan een nieuwe te werven…

Innoveren kan dus aan de voor- en achterkant. En natuurlijk in de bouwfabriek zelf. Wat dat betreft moet de bouw voor jonge potentials een mooie bedrijfstak zijn. Op alle fronten is er nog een wereld te winnen.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels