nieuws

Franse oplossing aansprakelijkheid bouwfouten

bouwbreed

Naar aanleiding van het drama aan het Amsterdamse Bos en Lommerplein, geeft Ton Steinz in het kort weer hoe in Frankrijk aansprakelijkheid en schadevergoeding bij bouwfouten zijn geregeld.

Het gaat hier om een integrale regeling die in 1978 is ingevoerd na enkele bouwschandalen, maar ook omdat de overheid het toezicht niet adequaat kon organiseren.

De regeling is vastgelegd in de artikelen 1792 e.v. Code Civil, en in enkele andere wetten. Uitgangspunt is de aansprakelijkheid voor alle bouwfouten van alle bij de bouw betrokken partijen, zoals de hoofdaannemer, onderaannemers, architect en onderzoeksbureaus. Hieronder valt ook schade die uit gebreken aan de grond voortkomt en schade aan al hetgeen aard- en nagelvast met het onroerend goed is verbonden. Over de aansprakelijkheidsvraag hoeft dus niet meer te worden gestreden. Wel over de mate waarin men aansprakelijk is. Daarnaast kunnen de betrokkenen zich in zijn algemeenheid exonereren door te bewijzen dat de schade is ontstaan door een van buiten komende oorzaak. De bewijslast rust hierbij dus op de bouwpartijen.

De garantie begint te lopen bij de oplevering en valt uiteen in een eenjarige inzake alle gebreken, een tweejarige inzake alle beweegbare onderdelen en een tienjarige voor constructiefouten die ertoe leiden dat het gebouwde ongeschikt is voor het beoogde gebruik. In de jurisprudentie is dit begrip overigens ten gunste van de opdrachtgever opgerekt.

Van groot belang is dat alle bouwpartijen verplicht zijn aan de opdrachtgever een verzekeringspolis te verstrekken die deze garantie dekt. Tevens een polis van een aansprakelijkheidsverzekering. Is er alleen een hoofdaannemer, dan verstrekt deze zijn polis met als bijlagen kopieën van de polissen van allen die hij heeft ingeschakeld.

Hierbij kan, zeker bij Fransen, het probleem ontstaan dat de betrokkenen naar elkaar verwijzen, zodat een langjarige strijd kan ontstaan op welke polis moet worden geclaimd. Daarvoor heeft men evenwel als oplossing getroffen dat de opdrachtgever verplicht is zelfstandig een overkoepelende verzekering af te sluiten. De verzekeringmaatschappij gaat uitsluitend na of de garantie in zijn algemeenheid van toepassing is. Zo ja, dan volgt een uitkering of opdracht tot herstel, en is het aan de maatschappij na te gaan op welke polis het wordt verhaald.

Het gevolg van dit systeem is dat het toezicht bij de diverse maatschappijen is komen te liggen. Zij stellen hierbij vaak eisen in aanvulling op de voorwaarden van de bouwvergunning, zoals een grondonderzoek. Tevens stellen zij een inspecteur aan die het werk op de bouwplaats controleert en die bijvoorbeeld ook nagaat of de in het bestek genoemde materialen wel worden gebruikt, of de funderingen de overeengekomen diepte hebben etcetera.

Door het systeem heeft zich in Frankrijk een geheel eigen bedrijfstak ontwikkeld van gekwalificeerde controlebureaus en schadeberekeningsexperts.

De premie van de overkoepelende verzekering is afhankelijk van diverse factoren, zoals van de vraag of de betreffende partij reeds bij een claim betrokken is geweest, of de hoofdaannemer reeds een onafhankelijk controlebureau heeft ingeschakeld, of er een betoningenieur bij de bouw betrokken is. Ik heb premies gezien van 1,5 tot 3,5 procent van de bouwsom.

Het afsluiten van bovengenoemde polissen is een wettelijke verplichting op overtreding waarvan een gevangenisstraf staat van maximaal zes6 maanden en/of een boete van maximaal 75.000 euro. Ook de opdrachtgever die voor zichzelf bouwt, heeft deze verplichting, doch voor hem zijn er geen sancties. Voor een partij die er niet in slaagt een polis af te sluiten, heeft de overheid een regeling getroffen die steeds tot een polis leidt. Is er niettemin geen polis, dan rust er op de verkoper/opdrachtgever een persoonlijke aansprakelijkheid waarvan hij zich niet kan ontdoen. De bouw wordt verder omgeven met een (bancaire) afbouwgarantie, en met enkele restitutiegaranties. De kwaliteit van de Franse bouw en de preventie is door een en ander sterk verbeterd. Een nadeel zijn de bureaucratie en de kosten.

Bij een claim kan men zich tot de maatschappij wenden of een kort geding aanspannen, met als gedaagden alle bouwpartijen en alle maatschappijen. Franse rechtbanken zijn geheel op deze procedure ingesteld.

Ik heb goede ervaringen met het systeem. Het heeft ertoe geleid dat de cliënten die ik bij een bouwschade heb bijgestaan, allen adequaat schadeloos gesteld zijn binnen een redelijke termijn.

�Nadeel: de bureaucratie

en de kosten�

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels