nieuws

Dekker weerspreekt kritiek verrommeling bij snelweg

bouwbreed

den haag – Het Rijk heeft zijn handen helemaal niet van de ruimtelijke ontwikkeling bij snelwegen afgetrokken. Den Haag zet wel degelijk de grote lijnen uit, maar het zijn uiteindelijk de provincies en gemeenten die verantwoordelijk zijn.

Met deze boodschap weerspreekt minister Dekker (VROM) de aanhoudende kritiek op de verrommeling van het landschap met name langs de snelwegen. Zowel het Ruimtelijk Planbureau als de de VROM-Raad en rijksbouwmeester Mels Crouwel hebben recentelijk kritische kanttekeningen geplaatst bij de manier waarop de overheid omspringt met de gebieden die grenzen aan de snelwegen.

In de studie �Bloeiende Bermen, verstedelijking langs de snelweg�, constateerde het planbureau dat de omgeving van de snelwegen dichtslibt en in hoog tempo verrommelt. Het planbureau en ook de VROM-raad hebben het Rijk opgeroepen stevig in te grijpen om te voorkomen dat er aan de snelwegen een reeks van bedrijventerreinen ontstaat met een rommeltje aan goedkope dozen en uitgestrekte lelijke parkeerterreinen. Het Rijk zou veel duidelijker moet aangeven waar er wel en niet mag worden ontwikkeld, luidt het advies.

In een brief aan de Tweede Kamer bestrijdt de minister dat het kabinet zich te weinig gelegen laat liggen aan de ruimtelijke kwaliteit van snelweglocaties. Dekker wijst erop dat diverse departementen beleid voeren om de ontwikkeling bij snelwegen in goede banen te leiden. Volgens haar geeft de Nota ruimte ook duidelijk aan waar er verstedelijking moet komen en waar de landschappelijke kwaliteit behouden en versterkt moet worden.

De minister verwijst ook naar de diverse acties waarmee het Rijk de ontwerpkwaliteit van de weg en omgeving wil bevorderen en gemeenten en provincies daarbij ondersteunt. Ze kondigt aan dat ze in september met nieuwe acties komt die voor een kwaliteitsimpuls moeten zorgen.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels