nieuws

Van Geel in gevecht over de toekomst van Nederland

bouwbreed

den haag – Het slepende dossier luchtkwaliteit vergelijkt staatssecretaris Van Geel (milieu) met een schaakspel. Hij zit achter het bord en probeert uit alle macht de pionnen de juiste richting in te krijgen. Of Van Geel er winst of op zijn minst remise kan uitslepen, is nog ongewis.

AANHEF_SUB:beschouwing

Wat deze week wel glashelder is geworden, zijn de enorme belangen die op het spel staan. Van Geel heeft de lijst met 300 projecten – waarboven de Europese luchtnormen als een donderwolk hangen – inmiddels naar de Tweede Kamer gestuurd. Het overzicht van al die vervuilende projecten, die volledig afhankelijk zijn van Van Geels luchtwet, maakt zelfs voor ingewijden de omvang van het probleem eens en te meer duidelijk. De Amsterdamse Zuidas, 30.000 woningen Zuidplaspolder, Tweede Coentunnel, A4-Midden Delfland, 10.000 woningen Valkenburg, nieuwe terminal Schiphol; stuk voor stuk enorme projecten waarmee in totaal miljarden gemoeid zijn en die van grote betekenis zijn voor de ontwikkeling van het land.

De luchtwet ligt op dit moment bij de Kamer en die zal, gezien de grote belangen, er in grote lijnen wel mee instemmen. De werkelijke problemen voor de staatssecretaris liggen niet zo zeer in de Kamer maar daarbuiten, in de rechtszalen en in Brussel.

In de opmerkingen van de Raad van State over de uitwerking van Van Geels plan komt één woord herhaaldelijk terug: risico. Na twijfels van juristen over de juridische houdbaarheid van het voorstel houdt ook het hoogste adviescollege een slag om de arm. De vraag of de Europese richtlijn correct wordt toegepast met Van Geels wet is volgens de Raad van State een zaak voor het Europese Hof.

Ruggensteun

Toch heeft Van Geel gelijk als hij stelt dat Raad van State hem een steuntje in de rug geeft. De Raad kan zich immers wel vinden in de opzet van de wet, die regelt dat er een programma komt waarin vervuilende projecten tegen te nemen milieumaatregelen worden afgestreept. Niet onbelangrijk is ook dat het adviescollege een volledige ontkoppeling van de luchtnormen met de projecten afwijst. Er is met andere woorden geen alternatief.

Dat neemt niet weg dat de staatssecretaris nog flink wat te doen heeft voordat de wet najaar 2007 in werking treedt en de eerste projecten van de plank kunnen worden gehaald. Zo vindt De Raad van State de bepaling dat toetsing van luchtnormen achterwege kan blijven voor projecten die niet in betekende mate bijdragen aan de luchtvervuiling, onvoldoende is uitgewerkt. Die kritiek is niet onbelangrijk aangezien de staatssecretaris hiermee het leeuwendeel van de – doorgaans kleinere – projecten wil redden. Lastiger en veel complexer is de Brusselse component. De Raad van State constateert dat Van Geel in zijn wet uitgaat van versoepeling die in Brussel nog geen feit is en tegelijkertijd de aanstaande aanscherping van de norm voor de allerkleinste fijnstofdeeltjes buiten beschouwing laat.

Schimmenspel

De bewindsman zelf schetste deze week een Brussels toneel waarin diverse spelers over elkaar buitelen om de luchtnormen nog verder aan te scherpen, maar tegelijkertijd pleiten voor meer souplesse voor die landen die er tevergeefs alles aan hebben gedaan de normen te halen.

De inzet van Nederland is duidelijk: geen nieuwe aangescherpte norm voor de allerkleinste deeltjes fijn stof als die niet enigszins realiseerbaar is. En: nog meer uitstel voor de bestaande norm voor fijn stof.

Grote vraag is of Van Geel in Brussel erin slaagt voldoende begrip te kweken voor de specifieke Nederlandse problemen. In zijn stem klonk deze week nog net geen verbijstering door toen hij sprak over het geringe gehoor dat hij op dit moment bij zijn collega�s krijgt. Nederland heeft Polen en andere Oost-Europese landen aan zijn zijde maar stuit op een meerderheid die – om goede sier te maken – aankoerst op een strikter Europees beleid. Over de problemen die ook deze landen inmiddels ondervinden met de luchtnormen wordt de schouders opgehaald. “Mañana”, dat zien we morgen wel weer.

De raad van de milieuministers (eind volgende week) zal meer zicht moeten bieden waar het Brusselse schimmenspel op uitloopt. Dan ook zal wellicht duidelijk worden of Van Geel zich in zijn wet rijk heeft gerekend of opnieuw aan het werk moet.

De Tweede Maasvlakte hoeft op deze uitslag echter niet te wachten. De Rotterdamse haven heeft simpelweg geen tijd om de nieuwe wetgeving af te wachten en moet het op eigen kracht doen met de bestaande salderingsregeling. Na miljoenenslurpend onderzoek heeft de haven er vertrouwen in. Wellicht dat bij gebleken succes ook andere projecten het Rotterdamse spoor zullen gaan volgen. Zo niet, dan is het wachten op een meesterzet.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels