nieuws

RO van de toekomst

bouwbreed

De ruimtelijke ordening heeft weer behoefte aan een kompas, aan een nieuw ruimtelijk kompas. Het gaat me op dit moment te veel over procedures, er is te weinig publiek debat over de gewenste ruimtelijke ontwikkeling en de idealen zijn verbleekt. Ik geef toe: het is een gevaarlijke stellingname. Is de ruimtelijke ordening immers niet te […]

De ruimtelijke ordening heeft weer behoefte aan een kompas, aan een nieuw ruimtelijk kompas. Het gaat me op dit moment te veel over procedures, er is te weinig publiek debat over de gewenste ruimtelijke ontwikkeling en de idealen zijn verbleekt.

Ik geef toe: het is een gevaarlijke stellingname. Is de ruimtelijke ordening immers niet te zeer in haar eigen idealen, haar eigen iconen en haar eigen interngerichte debat verstrikt geraakt? De ruimtelijke ordening van de

toekomst zal dan ook niet in oude patronen mogen vervallen. Vier lijnen voor een inspirerende ruimtelijke ordening van de toekomst.

Mijn eerste uitgangspunt: ruimtelijke ordening begint bij de problemen van de mensen. Ruimtelijke ordening mag een interes-

sant spel zijn voor planologen en stedenbouwkundigen, de politiek heeft zich te bekommeren om de (ruimtelijke) problemen die mensen ervaren. Mijn ruimtelijk kompas zou zich daarom ten eerste richten op de segregatie tussen allochtonen en autochtonen, met name in de grote steden, maar ook de segregatie tussen asielzoekers, in hun eigen centra, en de lokale bevolking. Hoewel dit bij uitstek ruimtelijke problemen zijn, wil dat niet zeggen dat ruimtelijke instrumenten hier de meeste kansen voor oplossing bieden.

In de oude wijken hebben we vooral behoefte aan een sociale aanpak gericht op werk, opleiding en armoedebestrijding. En er zijn meer ruimtelijke problemen waarmee burgers worstelen. Wat te denken van de files en de geluidsoverlast rondom Schiphol? Is het bovendien niet te gek voor woorden dat we in een welvarend land als Nederland nog steeds kampen met een groot tekort aan woningen? Zo bezien is ook de hypotheekrenteaftrek nadrukkelijk een ruimtelijk probleem. Uitgangspunt zou moeten zijn dat er voor iedereen een woning is die hem schikt: financieel én kwalitatief.

Mijn tweede uitgangspunt: ruimtelijke ordening gaat ook over de problemen waarmee burgers in de toekomst te maken zullen krijgen. Het is bij uitstek een taak van de overheid om niet alleen stil te staan bij het hier en nu. We moeten ons ruimtelijk instellen op klimaatveranderingen, die vooral voor de waterstand in en rondom Nederland grote gevolgen kunnen hebben. Iedereen kent het probleem, maar we gedragen ons nog als een konijn in het licht van een koplamp: verblind en bevangen door angst. Duurzaamheid is een ander belangrijk thema: ook in de toekomst moet de biodiversiteit in Nederland verzekerd zijn, om maar één voorbeeld te noemen.

Mijn derde uitgangspunt: ruimtelijke ordening moet gaan over idealen.

De �oude politiek� mag, evenals de �oude� ruimtelijke ordening, wel eens te weinig oor hebben gehad voor de problemen van burgers, toch zal het politieke antwoord altijd door de politiek zelf moeten worden gegeven. Wie niet alleen de probleemdefinitie maar ook de oplossing klakkeloos van burgers overneemt, is niet meer dan een populist en brengt de afweging van de verschillende belangen in gevaar. Politieke antwoorden hangen samen met idealen. Persoonlijk zou ik voor een mooi Nederland willen pleiten. Ruimtelijke dynamiek moeten we niet willen tegenhouden. Maar de overheid heeft er wel voor te zorgen dat karakteristieken van de Nederlandse steden en het Nederlandse landschap behouden blijven. Voor mij staat �water� daarbij centraal. De delta, de polders, de Waddenzee, de oude veengebieden, de grote rivieren, de steden met de grachten; mijn Nederland kan niet zonder water en de bijbehorende luchten. Belangrijker echter is dat de ruimtelijke ordening daarbij in het teken zal moeten staan van rechtvaardigheid. Mensen in achterstandswijken verdienen betere kansen. Herstructurering blijft daarom een belangrijke opgave. Iedereen heeft recht op leefbaarheid en iedereen moet in zijn eigen wijk een beter huis kunnen vinden als het hem of haar beter gaat. Hetzelfde geldt voor achterstandsregio�s. Bij de groei van de economie van Nederland moet het niet alleen gaan om dat ene cijfer voor Nederland als geheel. Het gaat hier ook om een verdelingsvraagstuk. Al is Amsterdam bij uitstek de economische motor van Nederland, dat betekent niet dat al onze aandacht zich alleen daarop moet richten. Andere gebieden moeten de kans krijgen om zich verder te ontwikkelen. Niet door fabrieken van overheidswege te verplaatsen, wel door budgetten vrij ter besteding te geven.

Mijn vierde uitgangspunt: we hebben behoefte aan een nieuw repertoire. De afgelopen decennia hebben geleerd hoe gemakkelijk we de sturingsmogelijkheden van de overheid op ruimtelijk gebied overschatten. Laten we juist op dat punt niet in oude fouten vervallen. Een nieuw repertoire is heel goed denkbaar; een repertoire dat inspirerend is voor al degenen die de ruimte uiteindelijk vorm moeten geven.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels