nieuws

Renovatie stadstheater Heerlen nadert eindstreep

bouwbreed

heerlen – Rond het middaguur biedt de kermis op het Burgemeester van Grunsvenplein in Heerlen een desolate aanblik. De draaimolens staan stil en het spookhuis geeft niet thuis. Zo rustig als het is in het pretpark, zo hard wordt gewerkt achter de hekken die het feestterrein scheiden van de stadsschouwburg. Het theater wordt van dak tot kelder binnenstebuiten gekeerd. Gerevitaliseerd, zeggen ze in Heerlen. Met een halfjaar begint de inrichting.

Dat lijkt toekomstmuziek, maar in werkelijkheid nadert de parade met rasse schreden. Daarom werken momenteel ruim honderd bouwvakkers aan het monumentale gebouw. Ze zijn in dienst van Visser & Smit Bouw, toneelbouwer Stakebrand en Homij Technische Installaties.

In de bouwkeet naast de schouwburg trekt Mark van Velthoven, hoofduitvoerder van Visser & Smit Bouw, een ordner met projectgegevens uit de kast. In 2004 sloot het theater zijn deuren, zegt hij. Daarna werd het ontruimd. Volgend jaar moet de oplevering een feit zijn.

Dan heeft de schouwburg een nieuwe middenzaal met een vloeroppervlakte van 2000 vierkante meter bovenop de al aanwezige 11.000 vierkante meter vloeroppervlakte, voldoet het weer aan de eisen van de arbowet, is de brandveiligheid optimaal en is het voorzien van de modernste snufjes op theatergebied. Zo krijgt het twee hefvloeren voor twee vrachtwagens. “Die worden dan van 0 naar 5 meter hoog gebracht. De decors kunnen dan inpandig worden in- en uitgeladen zonder dat omwonenden er last van hebben”, aldus Van Velthoven.

De kosten van de grootschalige opknapbeurt lopen in de tientallen miljoenen euro�s: 32,2 miljoen euro om het bestaande theater optimaal te krijgen en nog eens 9 miljoen euro voor de nieuwe multifunctionele middenzaal. De gelden komen voor rekening van de gemeente Heerlen. “Met sponsorgelden en subsidies wordt de basisvariant van de middenzaal nog opgewaarderd”, aldus een toelichting van de gemeente. “Het is de bedoeling hiervoor nog 3,3 miljoen euro extra binnen te halen, waarvoor de provincie Limburg reeds een subsidiebesluit voor 2,5 miljoen euro heeft genomen.”

Het theater dateert uit 1960 en werd ontworpen door de Limburgse bouwmeester Peutz. Toentertijd was het niet alleen de grootste schouwburg van Limburg, maar ook één van de modernste van Nederland. Bijna een halve eeuw later bleek het gebouw sterk verouderd. De brandweer vond bijvoorbeeld de vluchtroutes onvoldoende, terwijl Joop van den Ende het theater vaak niet programmeerde om het te weinig stoelen had.

Ook theaterinstallaties die nodig zijn om onder meer decorstukken te hijsen waren niet meer van deze tijd. Sloop en nieuwbouw leek daarom een voor de hand liggende keuze, maar daar wilde het gemeentebestuur niet aan. De architectuur van Peutz moest behouden blijven en daarnaast staat duurzaam bouwen hoog in het vaandel van de Limburgse gemeente. De stoelen in het theater bijvoorbeeld werden niet vervangen, maar door de mannen van Visser & Smit Bouw gedemonteerd en naar een stoffeerder gebracht.

Van Velthoven loopt door het zalencomplex dat hij inmiddels kent als zijn broekzak. En passant geeft hij een paar bouwvakkers wat aanwijzingen over een stempel die moet worden geplaatst.

Ondanks de planken op de betonnen vloer en de bouwvakkers die onverstoorbaar doorwerken, ademt het gebouw nog altijd de sfeer van een theater.

“Hier komen de nieuwe belichtingsinstallaties”, wijst Van Velthoven naar het plafond. Hij beent door naar een trap die naar het dak van het pand leidt. Daar aangekomen buigt hij over de opstaande dakrand.

Met een hoofdknik naar de kermis beneden. “We hebben er gelukkig geen last van. Wel hebben ze een stukje van ons terrein in gebruik. En dat is wel een beetje jammer. Nou ja, het stond in het contract dus het kwam niet overwacht. Bovendien heeft de gemeente het gecompenseerd door ons parkeergelegenheid te geven buiten het bouwterrein.”

Architectuur

van Peutz moest behouden blijven

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels