nieuws

Gemeentelijke regelzucht beperkt marktwerking

bouwbreed

De woningmarkt is vooral door het beleid van de overheid vastgelopen. Dit concludeerde onlangs SEO Economisch Onderzoek in het rapport Een nieuw fundament, borging van publieke belangen op de woningmarkt. Een conclusie die Henk van Harssel namens de NVB, Vereniging voor ontwikkelaars en bouwondernemers onderschrijft. De Nederlandse regelzucht is veel te groot en neemt, alle goede voornemens ten spijt, ook nog steeds hand over hand toe.

Door de Nederlandse regelzucht komt van enige gewenste marktwerking weinig tot niets terecht. Met als resultaat vertragingen, ergernissen én woonconsumenten die daar de dupe van zijn. En over de Nederlandse bouwregelgeving maken wij ons als brancheorganisatie al jaren zorgen. Het voelt dan ook als een ondersteuning dat een onafhankelijk onderzoeksinstituut als het SEO tot eenzelfde conclusie komt. Dus dat de overheid veel meer beleid op de woningmarkt voert dan strikt nodig en wenselijk is. Het is vervolgens typerend dat minister Dekker dit rapport als éénzijdig van de hand wijst. Zij pleit voor een integraal pakket van maatregelen om het aanbod en de diversiteit van woningen te vergroten. Maar in de praktijk komt hier weinig tot niets van terecht.

“Centraal wat moet en decentraal wat kan” is haar veel gehoorde motto. Maar met wel resultaat? Door meer aan lokale overheden over te laten, doen veel gemeenten in ons land er juist graag nog eens een schepje boven op. Hoe vaak stellen zij niet aanvullende eisen boven op de regels die al landelijk zijn vastgelegd? Zoals de Wet RO en het Bouwbesluit. Vooral dit laatste is ons een doorn in het oog. Veel gemeenten hanteren hun eigen bouwregelgeving. En ook door financieringscategorieën vast te leggen in bestemmingsplannen en extreme voorwaarden in grondexploitaties op te nemen wordt de sector continu op de proef gesteld. En dat is niet alles.

De lijst van extra regels en procedures is lang. Het voert natuurlijk te ver om die lijst helemaal door te lopen, maar laat ik er toch een paar uitlichten. Zo moeten plannen vaak nog een keer worden getoetst door de Vrouwen Advies Commissies, vaak weer gevolgd door een toets van de seniorencommissie die bekijkt of de plannen wel seniorenproef zijn. En dan nog zijn er de eisen van derden in het kader van duurzaam bouwen, aanpasbaar bouwen, Politie keurmerk, etcetera. Daarbij hebben wij als ontwikkelaars en bouwers ook te maken met economische eisen als de verplichting dat de plaatselijke werkgelegenheid moet profiteren van een woningbouwproject of dat er extra leerlingbouwplaatsen moeten worden ingeruimd, enzovoort, enzovoort.

Vervolgens speelt natuurlijk ook de kwestie van de aangescherpte energie prestatie eisen. Tot in het kleinste detail wordt hierbij voorgeschreven hoe de energiemaatregelen moeten worden toegepast. Met als regelrecht toppunt dat, wanneer een project uit een groot aantal woningen bestaat, er bijvoorbeeld ineens een windmolen �uit de hoge hoed wordt getoverd� en die moet zorgen voor de opwekking van de plaatselijke energie.

Het gaat echt alle perken te buiten. Vooral omdat veel consumenten daar helemaal niet op zitten te wachten, laat staan dat zij daar geld voor over hebben. Vaak gaat het namelijk om technische noviteiten, waar geen draagvlak voor is. De consument trekt straks de stekker uit zijn warmtepomp of schaft zich een airconditioner aan om het binnenklimaat enigszins draaglijk te houden. De klachtenbestanden van het GIW puilen nu al uit over gebreken aan installaties waar wij als sector vooralsnog geen antwoord op hebben. Regels, voorschriften en eisen. We komen er in om. En waarom? Het uiteindelijke resultaat wordt er niet beter door. Sterker, “het beste is in dit geval de vijand van het goede”; de woning wordt er uiteindelijk alleen maar duurder van en wij staan als markt met de rug tegen de muur: een speelbal van een lokale bestuurder die koste wat het kost zijn stempel op een project wil drukken. Kwalijker is dat door die enorme hausse aan aanvullende eisen en voorwaarden het voor de ontwikkelaar of bouwondernemer onmogelijk is om zich van de concurrentie te onderscheiden. Van enige marktwerking komt zo dus niets terecht.

Laat het toch eens aan de ondernemer zelf over hoe hij het begrip consumentgericht ontwikkelen invult en bemoei je daar als lokale overheid niet mee. Wanneer hij denkt zich van de concurrentie te onderscheiden door woningen met welk keurmerk dan ook op de markt te brengen, moet die ruimte er zijn. Hetzelfde geldt voor het gebruik van duurzame materialen of de inzet van plaatselijke aannemingsbedrijven.

Om écht concurrerende producten op de markt te brengen, innovatief bezig te zijn en woningen te realiseren die de consument wil met een goede prijs/kwaliteitsverhouding moet de marktsector kúnnen ondernemen. Alleen dán gaat de bouwproductie omhoog, krijgt de consument ruimere keuzemogelijkheden én uiteindelijk waar voor z�n geld.

Het zou minister Dekker hebben gesierd als zij het rapport van SEO niet eenzijdig van de hand had gewezen.

Consument trekt straks stekker uit warmtepomp

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels