nieuws

Fiscale wetgeving scoort onvoldoende

bouwbreed

den haag – De belastingwetgeving voor dit jaar scoort onvoldoende. Dit blijkt uit de fiscale monitor wetgeving 2006 van Ernst & Young. Op een schaal van -98 tot 98 is het cijfer een -1.

In de monitor hebben diverse belastingdeskundigen van het E&Y hun licht laten schijnen op zeven belastinggebieden, van loon- en inkomstenbelasting tot Europees Belastingrecht. Dankzij de afschaffing van de kapitaalbelasting lijkt de eindscore licht positief met een 13, maar als die 14 punten worden afgetrokken resteert slechts een -1.

Vooral de loon- en inkomstenbelastingwetten moeten het ontgelden. Dit komt vooral door de afschaffing van de fiscale faciliteiten voor vut- en prepensioenregelingen. “Hier is een fiscaal instrument gebruikt om sociaal-economische doelen te realiseren. Het grote gevaar daarvan is dat de rechtvaardigheid in de knel komt”, vertelt Johan Doornebal.

Hij vindt dat dit een schoolvoorbeeld is van wetgeving waarbij niet alle belastingplichtigen gelijk behandeld worden, hetgeen juist wel de bedoeling is van belastingwetten. “Dat geeft geen rechtszekerheid en geen stabiliteit”, vindt hij.

Daarnaast is de wet veel te laat in werking getreden. Aanvankelijk stonden er ook nog forse boetes in die werkgevers dan moesten betalen als zij hun spullen niet op orde zouden hebben. “Gelukkig heeft de wetgever ingezien dat dit gezien de korte invoeringstermijn niet kon.”

De manier waarop met de vut is omgegaan verdient al helemaal geen schoonheidsprijs. Als die niet tijdig is omgebouwd, dan betaalt de werknemer een eindheffing van 52 procent en kan de werkgever eveneens een eindheffing van 52 krijgen. In totaal dus 104 procent. “Dat is meer het uitdelen van een boete en komt dus meer in de richting van het strafrecht echter zonder dat daar de formele bewijslast uit het strafrecht bij hoort. Ik vind het een schande dat fiscaal recht zo gebruikt wordt”, aldus Doornebal.

Professor Ton Daniels die een aantal toetsingscriteria inclusief rapportcijfer heeft toegepast, komt hierdoor tot een -6. Vooral op consistentie in de tijd en op administratieve lastendruk en uitvoerbaarheid scoort deze belasting laag.

De een na laagste score is weggelegd voor Europees en Internationaal belastingrecht. Hier gaat het vooral om de te late implementatie van de Europese moeder-dochterrichtlijn in de Nederlandse belastingwetgeving. De richtlijn is meer dan een jaar te laat in Nederland ingevoerd. Hetzelfde geldt voor de Wet op de dividendbelasting waar belastingplichtigen nu hun gelijk via de rechter moeten halen.

Op het gebied van de vennootschapsbelasting blijft de fiscale behandeling van woningcorporaties een heikel punt. Sinds die hoe langer hoe meer zijn gaan opereren als vastgoedondernemingen is al jaren geleden de discussie ontstaan of corporaties nog wel vrijgesteld zouden moeten voor de vennootschapsbelasting.

De regeling die nu is verzonnen en per 1 januari dit jaar is ingegaan, waarbij de vrijstelling geldt voor de ontwikkeling en verhuur van woningen met een maandhuur van niet meer dan 604,72 per maand, deugt niet. De Europese Commissie hanteert in ieder geval een andere definitie van sociale huurwoningen. Heel vriendelijk meldt Ernst & Young dat de fiscale regulering van de woningcorporaties nog niet af is.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels