nieuws

Culturele betekenis en artistieke vrijheid

bouwbreed

�Koolhaas weigert verkoop archief�, kopte NRC Handelsblad op vrijdag 23 juni jongstleden. Het Nederlands Architectuurinstituut heeft, zo blijkt uit het korte artikel, 1,3 miljoen euro geboden voor dit deel van het OMA-archief. Dat is nogal wat, zeker gezien het feit dat andere beroemde collega�s van Koolhaas hun archief aan het NAi hebben geschonken. Maar nee, […]

�Koolhaas weigert verkoop archief�, kopte NRC Handelsblad op vrijdag 23 juni jongstleden. Het Nederlands Architectuurinstituut heeft, zo blijkt uit het korte artikel, 1,3 miljoen euro geboden voor dit deel van het OMA-archief. Dat is nogal wat, zeker gezien het feit dat andere beroemde collega�s van Koolhaas hun archief aan het NAi hebben geschonken. Maar nee, de verkopende partij ging niet akkoord. Het Canadian Centre for Architecture had zelfs al hoger geboden, en ook dat kon de goedkeuring van OMA niet wegdragen. Ze hebben nu zelfs een agent in de arm genomen om een koper te vinden, zo besluit het artikel. Het NAi bezit echter al een deel van het archief – Koolhaas� oudere werk – en alleen al uit archieftechnisch oogpunt is ons architectuurinstituut de logische bondgenoot. Helaas. Toch is dit geen verrassing. In het allereerste nummer van Volume, waarin het tijdschrift Archis is opgegaan, klaagde Koolhaas al eerder over het weinige geld dat hem als architect ten deel viel, zeker als hij zijn eigen sterrenstatus vergeleek met die van popsterren, filmsterren en topsporters. Een onzinnige vergelijking, dat ten eerste. Architectuur is iets anders dan tennis. Daarbij liet Koolhaas met zijn verhaal zien de wetten van vraag en aanbod in de artiestenwereld niet te snappen. De gemiddelde wereldburger ziet liever – en is ook bereid daar overeenkomstig voor te betalen – Brad Pitt of Robbie Williams optreden dan een kale zestigplusser uit een rare discipline, hoe interessant die ook uit de hoek kan komen. Tenslotte irriteerde zijn geklaag over te weinig geld op dezelfde manier als Calimero zich destijds in het tekenfilmpje profileerde: “zij zijn groot en ik is klein”. Jammer voor Koolhaas: �eerlijk� is het in dit geval dus wel. Een Koolhaas-citaat uit Volume: “Sterren krijgen altijd een onvoorstelbare hoeveelheid aandacht, maar worden slechts zelden serieus genomen.” Ook die regel is aantoonbaar onjuist: wel eens van Bono gehoord? Onlangs bracht een leeftijdgenoot van Koolhaas, Neil Young, een absolute held in muzikantenkringen maar vergeleken bij Bono maar een klein �sterretje�, een cd uit waarin hij het Bush-beleid aan de orde stelde. Young mocht vervolgens in alle actualiteitenrubrieken uitleggen waarom hij dat vond. Hoezo �slechts zelden serieus genomen�? In andere interviews heeft Young al eerder zijn mening over het sterrendom gegeven. Die zou Koolhaas eens moeten lezen. Young vindt het sterrendom vanuit zijn creatieve werk namelijk geen valide positie: succes categoriseert, en daar heb je als schrijver niets aan.

Wie één keer een succesvolle plaat heeft gemaakt (of een bestseller, of een spraakmakend gebouw), wordt geacht dat kunstje steeds weer te herhalen. Het publiek stopt je in een hokje, waar je niet meer uit mag. De natuurlijke reactie van een creatief iemand is dan: reageren en terugvechten. En Young doet dat ook: zijn carrière is een aaneenschakeling van commerciële successen gevolgd door onverkoopbare herrie. Instinctief gedrag, gericht op artistiek en cultureel zelfbehoud. Da�s nog eens wat anders dan Calimero nadoen. In �Design Models� van UNStudio vinden we een stukje tekst over hetzelfde onderwerp, dat als antwoord op Koolhaas� artikel lijkt te zijn geformuleerd. Een kort citaat: “Zelfs de meest bekende architect is niets vergeleken met een filmster of een president. Je bent vrij; er is geen noodzaak om jezelf als een slaaf voor de media op te stellen.” Liever vrij dan in een hokje, net als bij Young. Wie de eigen successen herhaalt om de media tevreden te stellen, is zijn of haar culturele betekenis kwijt. Het levert uiteindelijk betekenisloze creaties op, of dat nu gebouwen, liedjes of boeken zijn. Een architect doet er goed aan géén ster te worden, en dat mindere geld is daar onlosmakelijk mee verbonden. Dat is het wisselgeld dat je betaalt voor architectonische geloofwaardigheid.

De moraal van dit verhaal: culturele betekenis en artistieke vrijheid zijn van levensbelang en onbetaalbaar, zeker voor architecten, en het is ongepast en onverstandig om ze alsnog in rekening te willen brengen, ook met een archief als onderpand.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels