nieuws

Bestuurders gelukkig met welstand

bouwbreed

amsterdam – De Welstandsnota is door de Nederlandse gemeenten massaal opgepakt als middel om de kwaliteit van architectuur en stedenbouw te waarborgen.

Uit de vierjaarlijkse enquête die TNS Nipo uitvoerde in opdracht van Architectuur Lokaal, de Vereniging Nederlandse Gemeenten en de Federatie Welstand, blijkt dat welstandstoezicht met 94 procent hoger scoort als kwaliteitsgarantie dan stedenbouwkundige randvoorwaarden (76 procent) en het stedenbouwkundig plan (64 procent).

Het doel van het onderzoek onder wethouders ruimtelijke ordening van 143 gemeenten, was te onderzoeken welke kennis en ervaring de bestuurders in de afgelopen raadsperiode hebben opgebouwd op het gebied van architectuur, stedenbouw en openbare ruimte. “In de vier jaar dat de ondervraagden wethouder zijn geweest, hebben ze bestuurlijke ervaring opgedaan als publieke opdrachtgever”, licht Cilly Jansen van Architectuur Lokaal toe. “Met de enquête willen we die ervaringen in beeld brengen, zodat we ook weten wat we hun opdrachtgevers kunnen meegeven.”

De uitkomsten van de enquête worden gebruikt bij een landelijke manifestatie in het najaar voor wethouders en raadsleden in de nieuwe bestuursperiode.

Het meest opvallend vindt Jansen de antwoorden op de vragen over welstand. “De afgelopen vier jaar hebben gemeenten voor het eerst te maken gekregen met de regel dat welstandstoetsing alleen is toegestaan als de gemeente over een welstandsnota beschikt. In het kader daarvan moest op bestuurlijk niveau ineens van alles gebeuren. De verschillende departementen moesten bijvoorbeeld overleggen in hoeverre welstand bij hen van toepassing was. Inmiddels lijken gemeenten in de welstandsnota een middel te hebben gevonden om kwaliteitsbeleid te voeren. Dat is wel even wat anders dan de associatie die het woord �welstand� bij de meeste mensen opriep: van die instantie die zeurde over dakkapellen, waar iedereen op verjaardagen over klaagde.”

Aanbestedingen

Een ander opvallend punt in de enquête is het feit dat 43 procent van de ondervraagden aangeeft te weinig ervaring te hebben met Europese aanbestedingen om hier een oordeel over te kunnen vormen. “Dit kan liggen aan de grootte van de gemeente, of het feit dat niet iedere gemeente bij het van kracht gaan van deze regels een project had liggen waarop de regels van toepassing zijn”, verklaart Jansen. Bij de selectie van ontwerpers en ontwikkelaars is de openbare aanbesteding volgens EU-richtlijn met 55 procent echter wel de meest gebruikte variant. 24 procent vindt dat Europese aanbestedingsregels beklemmend werken. Met voorafgaande selectie volgens EU-richtlijn heeft 46 procent ervaring, gevolgd door Turnkey aanbesteding (22 procent), design&construct aanbesteding (20 procent) en tot slot de onderhandelingsprocedure volgens de EU-richtlijn (19 procent). Van alle ondervraagden kan 20 procent niet aangeven of, en zo ja met welke manier van aanbesteden de gemeente ervaring heeft. Bovendien geeft 89 procent van de bestuurders aan geen behoefte te hebben aan extra informatie over de verschillende aanbestedingstrajecten. “Maar honderd jaar geleden hadden mensen ook geen behoefte aan een koelkast, omdat de melk in de kelder ook prima koel bleef”, relativeert Jansen. “Wat je niet kent, heb je ook niet nodig.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels