nieuws

Bedrijventerreinen blijken geen voer voor architecten

bouwbreed

den haag – De organisatie van de ideeënprijsvraag verbeter de architectuur van bedrijventerreinen is teleurgesteld over de inzendingen. De jury, onder leiding van rijksbouwmeester Mels Crouwel, reikte uiteindelijk in slechts één van de vier categorieën een prijs uit. Het plan Labor Arvum Conclusus van Imoss Bureau voor stedenbouw kreeg de eerste prijs (25.000 euro) in de categorie binnenstedelijk.

Het ministerie van Economische Zaken schreef de prijsvraag uit om meer inzicht te krijgen in de mogelijkheden oudere bedrijventerreinen te verbeteren. Er werd een onderscheid gemaakt tussen binnenstedelijke en industriële terreinen, en er was een aparte prijs voor gerealiseerde projecten in beide categorieën. De commissie van deskundigen beoordeelde de inzendingen op originaliteit, haalbaarheid en bijdrage aan verbetering van bedrijventerreinen.

Volgens commissievoorzitter Crouwel hadden maar weinig inzendingen oog voor de belangen van de ondernemers op een terrein. “We zochten naar ontwerpen die duidelijk kijken naar verbeteringen en de bedrijfsvoering niet uit het oog verliezen. Bij veel ontwerpen viel het perspectief van de ondernemer buiten beeld. Er werd bijvoorbeeld gekozen voor een deels recreatieve- of woonbestemming, die in de praktijk kan botsen met ondernemersbelangen”.

Praktijkgericht

De winnaars hebben zich duidelijk onderscheiden van de rest. Crouwel: “Het winnend ontwerp is juist wel uitgegaan van een praktijkgerichte aanpak”.

Winnaar Gereon Bargeman van IMOSS was wel “een beetje verrast” door de hoofdprijs. ” We hebben eerder al een prijs gewonnen van de stichting Welstandszorg Noord-Holland over de Logica van de Lelijkheid van bedrijventerreinen, dus het is geen onbekend terrein”.

Het ontwerp van Bargeman is een voorstel om een bedrijventerrein in handen te geven aan één ontwikkelingsorganisatie die eigenaar is, en beheer en onderhoud voor zijn rekening neemt. Een terrein kan op die manier themagewijs worden herontwikkeld in een duidelijke eenheid, een stadstuin van mkb-bedrijven, die duidelijk kan worden begrensd door een fysieke muur, woningen of een groenzone.

“Dit betekent niet dat het terrein losstaat van de stedelijke of landschappelijke omgeving, juist niet”, verduidelijkt Bargeman. “Omdat er ruimte komt voor verschillende functies, kan juist de omliggende wijk profiteren van de nieuwe mogelijkheden.”

Bargeman heeft zich in eerste instantie niet gericht op vorm, maar meer op de blijvende invloed van de gemeente of ontwikkelaar op de terreinen. “Nu doet iedereen vaak maar wat en verrommelen die terreinen. Wij hebben gekeken naar het plan van initiatief tot gemeentelijke goedkeuring, en hoe er controle blijft over het uiterlijk van een terrein”.

Ook financiële haalbaarheid speelt een belangrijke rol in het plan. “Herstructurering is heel duur. Op deze manier blijft het voor projectontwikkelaars interessant in oude terreinen te blijven investeren”.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels