nieuws

Warmte en koude anders opgeslagen

bouwbreed

amsterdam – Toepassen van systemen voor warmte-koudeopslag in het grondwater wordt in de huidige praktijk van vergunningverlening gefrustreerd door beïnvloeding van andermans bronnen en het ontbreken van een eerlijke verdeling van de ondergrond. Het moet anders met die vergunningen.

Tijdens de workshop �Warmte-Koude Opslag� (WKO) bij Ingenieursbureau Amsterdam zijn drie sturingsvisies voor warmte-koudeopslag gepresenteerd. De visies zijn het resultaat van een beleidsonderzoek dat Ingenieursbureau Amsterdam met subsidie van VROM in samenwerking met IF Technology en Sterk Consulting uitvoert. De aanwezige betrokkenen van provincie, gemeenten en instanties die betrokken zijn bij de praktijk van de vergunningverlening konden tijdens de workshop hun ideeën kwijt over de opgestelde sturingssystemen voor WKO.

De huidige praktijk van vergunningen is gebaseerd op ordening op basis van het grondwater. Deze eerste visie vindt zijn wettelijk kader in de Waterwet met daarin de Grondwaterwet. Vergunningen worden al dan niet afgegeven op basis van een masterplan met voorwaarden waaraan alle wko-systemen in het plangebied moeten voldoen.

Een volgende visie is �ruimtelijk geordend�. Ondergronds bouwen is daarbij in een bestemmingsplan geregeld. Voorzien kan worden in evenredige opsplitsen van een grondwaterbel. Ook kunnen zones worden aangewezen waarbinnen wko-systemen toegestaan zijn. Dat betekent dat in plaats van een aanlegvergunning een gebruiksverbod de aangewezen regeling kan zijn. Om eenheid te krijgen moet energiewinning via wko zijn opgenomen in het bestemmingsplan.

Tenslotte moet bij een visie met sturing via een economisch principe worden gedacht aan een stelsel van verhandelbare rechten voor gebruik van het grondwater en de koude en de warmte daarin. De grond zelf is van de perceeleigenaar. Door middel van een vergunningenstelsel verkrijgt één partij een afgebakend volume van het grondwatersysteem toegewezen. Die rechten zullen dan te verhandelen zijn.

De mening van de deelnemers aan de workshop bleken diffuus. Toch leek daarin iets te vinden dat duidde op die idee dat het huidige systeem met een masterplan de eerste tijd zou voldoen. Naarmate de tijd verstrijkt zou dan kunnen worden overgeschakeld naar een ruimtelijk geordende sturing. Uiteindelijk zou dit kunnen uitmonden in economische sturing.

Duidelijk is wel dat bij alle visies op juridisch gebied nog het nodige te doen is. De bevindingen van de workshop worden meegenomen bij het opstellen van het eindrapport van de beleidsstudie met een advies voor het ministerie van VROM.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels