nieuws

Visie op gebiedsontwikkeling Peter van Rooy, Ab van Luin en Emile Dil (2006): Nederland Boven Water; praktijkboek gebiedsontwikkeling

bouwbreed

Gebiedsprojecten stellen bijzondere eisen aan bestuurders; ze vragen om sterk leiderschap. Met pappen en nathouden kunnen we de ruimtelijk-economische structuur van Nederland niet verbeteren. Integrale keuzes staan of vallen met heldere keuzes en het doorbreken van de muren tussen overheid en marktpartijen, tussen overheid en burgers en tussen ambtelijke diensten onderling. Zo ontstaan nieuwe mogelijkheden […]

Gebiedsprojecten stellen bijzondere eisen aan bestuurders; ze vragen om sterk leiderschap. Met pappen en nathouden kunnen we de ruimtelijk-economische structuur van Nederland niet verbeteren. Integrale keuzes staan of vallen met heldere keuzes en het doorbreken van de muren tussen overheid en marktpartijen, tussen overheid en burgers en tussen ambtelijke diensten onderling. Zo ontstaan nieuwe mogelijkheden voor gebiedsontwikkeling. Zeker zo belangrijk is dat de oude planhiërarchie doorbroken wordt. Dat zei minister Dekker van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer onlangs tijdens de zogenaamde Spiegeldag. Tijdens die bijeenkomst – georganiseerd door Habiforum – werd ook een nieuw praktijkboek over gebiedsontwikkeling gepresenteerd: Nederland Boven Water.

Dat de term ontwikkelingsplanologie uit de Nota ruimte alweer passé is duidt misschien wel op een nieuwe dynamiek in en opvattingen over de ruimtelijke planvorming van nu. Maar misschien werkt de nieuwe terminologie van gebiedsontwikkeling ook wel weer nieuwe misverstanden op. Fred Schoorl, directeur van het Nirov en columnist van Cobouw, schetst er enkele op een nogal cynische wijze in zijn bijdrage aan dit praktijkboek. Misverstand één is – volgens hem – dat gebiedsontwikkeling een trucje vormt dat de gewone toelatingsplanologie vervangt. “Een trucje met een paar planvoorwaarden, een kloppend financieel plaatje en wat draagvlak”. Andere misverstanden zouden zijn dat gebiedsontwikkeling exclusief de provincies regardeert, dat het de overheid geld oplevert en dat het instrument al lang bestaat dan wel een hype is. “De vooral door bestuurders gedomineerde wereld van de ruimtelijke ordening gaat nog van een koude kermis thuiskomen. Het helpt echt niet om af en toe een bulderpreek van Riek Bakker te bestellen. Er moet nog heel wat in de harten en hoofden van alle betrokkenen veranderen. Die knop moet nog om. Waar het mee begint is inzicht, zelfreflectie en realisme. Dus niet met procesprietpraat, succesborstklopperij en wegduikgedrag. Tot op heden domineert echter een collectieve cognitieve dissonantie. We zeggen dat we het doen, we zeggen dat we succes boeken. Tegen beter weten in”. Gelukkig wordt er ook positiever en realistischer geoordeeld over de mogelijkheden en beperkingen van gebiedsontwikkeling.

Peter van Rooy, programmaleider ontwikkelingsplanologie en een van de samenstellers van �Nederland Boven Water� poneert de stelling dat het “bij gebiedsontwikkeling het in eerste instantie gaat om maatschappelijke opgaven, die pas in tweede instantie een ruimtelijke vertaling krijgen”. Volgens hem is gebiedontwikkeling geënt op drie vooronderstellingen. “Het leidt tot meer investeringen in ruimtelijke kwaliteit en duurzaamheid, tot meer snelheid in uitvoering van gezamenlijke plannen en tot meer betrokkenheid van bewoners en gebruikers in hun leefomgeving”. Niettemin bestaat er enige zorg over de regievoering, nu vooral provincies daartoe door de rijksoverheid zijn aangewezen, omdat deze bestuurslaag nauwelijks gericht is op stedelijke gebieden, waar gemeenten hun eigen boontjes doppen. Ook hebben ze nauwelijks enige traditie in ondernemerschap en uitvoering.

Het boek – met daarin 20 praktijkvoorbeelden – laat gelukkig zien dat de provincies zeker niet het alleenvertoningsrecht hebben; andere publieke en private partijen zijn vooral actief in regionale projecten in de rode sfeer en opgaven op nationaal niveau. Provincies zijn vooral bezig met regionale problemen in de groene en blauwe sfeer en worstelen nog met hun nieuwe rol. “Gebiedsontwikkeling vereist juist inzicht in belangen en motieven van private en particuliere belangen, kennis van uitvoeringszaken, kennis van grond en financiering,competenties op het vlak van projectmanagement, het kunnen omgaan met bewoners en absolute topkwaliteit als het gaat om regie”, aldus Van Rooy.

Het helder vormgegeven praktijkboek �Nederland Boven Water geeft inzicht in verschillende gebiedsprojecten en daarmee samenhangende thema�s, zoals urgentie, commitment, proces, grond, financiering en belangenafweging. Het boek bevat waardevolle lessen uit de praktijk en tips van ervaren bestuurders en projectleiders. Interessant is bijvoorbeeld de casebeschrijving IJsseldelta Zuid waarbinnen verschillende belangen, mogelijkheden en risico�s – mede dankzij het door bewoners ontworpen alternatief – konden worden gecombineerd. Daarvoor hadden deskundigen al vijf strategieën uitgewerkt, die weer als bouwsteen zijn ingezet in gesprekken met bewoners, bestuurders en belangengroepen.

“De inrichting van een op consensus gericht proces stelt hoge eisen aan betrokken partijen en vereist een heroriëntatie die niet alle partijen even gemakkelijk afgaat. Dit laatste geldt voor de rijkspartijen en voor de belangenorganisaties, die net als de bewoners pas hun inbreng konden articuleren op basis van de vijf strategieën. Dit had als voordeel dat het monopoliseren van een belang onmogelijk was. Hetzelfde gold voor het monopolie op deskundigheid”, aldus de samenstellers van Nederland Boven Water.

Habiforum/NIROV/VROM, Gouda/Den Haag, 192 blz., ISBN 1090-80664723.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels