nieuws

Manshanden

bouwbreed

Jarenlang was hij de enige visser die op ruime schaal brasem kon vangen in grote wateroppervlakten als de Randmeren en de Loosdrechtse Plassen. Dankzij een zelf bedacht en met hulp van een ingenieursbureau tot stand gekomen vangnet van 1300 meter. Heel economisch door slechts twee man te bedienen. Het gevolg: de waterkwaliteit verbeterde zichtbaar. Té […]

Jarenlang was hij de enige visser die op ruime schaal brasem kon vangen in grote wateroppervlakten als de Randmeren en de Loosdrechtse Plassen. Dankzij een zelf bedacht en met hulp van een ingenieursbureau tot stand gekomen vangnet van 1300 meter. Heel economisch door

slechts twee man te bedienen. Het gevolg: de waterkwaliteit verbeterde zichtbaar. Té veel brasem verstoort immers de levenscyclus in het water.

Gerard Manshanden (waar kom je zo�n naam nog tegen?) en hetzelfde ingenieursbureau kwamen we on-

langs weer tegen. Ditmaal als respectievelijk uitvinder en ontwikkelaar van een waarlijk unieke vispassage bij gemalen. Voor het eerst toegepast door het Waterschap Hunze en Aa�s in de Oude Aa bij het Groningse Haren. In plaats van te worden vermorzeld door gemaalpompen, kunnen trekvissen, zoals de aal, door toedoen van Manshanden een gemaal voortaan ongehinderd passeren. De vernufteling ontwierp daartoe een speciaal buizensysteem met verlichting. Vissen, altijd lichtmijdend, worden met lampen via kleine, donkere zijgangen langs de grote buis of buizen geleid die het water opvoeren naar de niets en niemand ontziende moderne centrifugaalpompen. Een vondst die volgens het waterschap, mits op grote schaal toegepast, het leven van miljoenen vissen zou kunnen sparen.

Nu wil het geval dat de voorzitter (dijkgraaf) van dit waterschap niemand minder is dan Prof. Alfred van Hall. Op deze plaats genoemd. Van Hall publiceerde onlangs in de Staatscourant een bespiegeling over het kosten-baten verhaal rond de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW). Die KRW verplicht als bekend ook Nederland om haar grond- en oppervlaktewater ultimo 2015 ecologisch op orde te hebben.

De hoogleraar stelde terecht dat tegenover de geschatte KRW-kosten van vele miljarden euro�s ook de nodige baten staan. Eén probleem: het betreft opbrengsten die moeilijk hard te maken zijn. Want hoe bereken je de financiële voordelen van helder en veilig zwemwater, van schone bronnen voor drinkwater en van een betere natuurkwaliteit. Om maar niet te spreken van de gunstige effecten voor recreatie en zelfs de prijzen van bouwgronden of huizen langs – schoon én visrijk – water.

Van Hall bepleit net als de milieubeweging terecht dat snel een begin wordt gemaakt met deze kosten-baten analyse waar ook het kabinet zich voor heeft uitgesproken. Volgens de betrokken staatssecretaris Schultz Verhaegen zou die analyse, gegeven de EU-deadline, er zelfs al vóór het einde van dit jaar moeten zijn.

Maar niemand weet nog precies hoe en waar dit proces te beginnen. Slechts op deelgebieden, zoals in de baggersector en drinkwatersector, schijnt er een begin mee te zijn gemaakt. Te vrezen valt dat die analyse op deze manier óf lang niet op tijd klaar is, óf dat het onder druk van de tijd broddelwerk wordt. Als men er trouwens al in slaagt de baten van schoon water min of meer betrouwbaar in beeld te brengen. Op zich geen probleem trouwens zolang er uitvinders zijn als Gerard Manshanden. En zolang er bestuurders zijn die tegen een beetje meerkosten visvriendelijke gemalen durven bouwen. Kortom: zolang de maatschappij ervan overtuigd is of raakt dat – ook zonder hard bewijs – de kosten altijd voor de baat uitgaan indien zelfs vissen zich verzekerd weten van helder en schoon water.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels